De leraar zit nu zelf graag in de schoolbanken

Tot 20 februari kunnen leraren zich aanmelden voor gesubsidieerde bijscholing.

De behoefte blijkt groot.

Voor leraren is het lastig om een carrièrestap te maken, als ze niet het management in willen, zegt projectmanager Marian Konijn van het Centrum voor Nascholing Amsterdam. Daarom heeft het centrum een masterprogramma ontwikkeld. „Voor docenten die nog beter willen worden in hun vak.”

Tot 20 februari kunnen leraren voor de tweede keer een lerarenbeurs aanvragen bij de IB-Groep, bedoeld voor docenten die zich willen laten bijscholen. Het geld kan worden ingezet voor een opleiding in het komende schooljaar.

Aardrijkskundeleraar Jan Karkdijk uit Goes, 22 jaar ervaring, is zo’n leraar die zich gaat laten nascholen. Morgen begint Karkdijk, tevens teamleider van de havo-bovenbouw, met de tweejarige academische masteropleiding master academisch meesterschap in Amsterdam. Tweeënhalf uur in de trein, en weer terug. Karkdijk heeft het ervoor over, omdat hij bezig mag zijn met zijn eigen onderzoeksvraag: wie is onze havo-leerling? Is het een vwo-min-leerling, of juist een heel ander soort leerling? Zijn school, het reformatorische Calvijn College in Goes, pas nog gekozen tot de beste school van Nederland, zoekt betere aansluiting bij de havo-leerling.

Eigenlijk is de didactiek voor de havo en de vwo-groepen niet wezenlijk anders, zegt Karkdijk. Bij de havisten behandelt hij de stof iets langzamer. Het Calvijn College heeft zijn onderwijs in de afgelopen jaren zoetjesaan al bijgesteld. Meer gericht op „strakkere begeleiding”, zelfs huiswerkbegeleiding, kortom: meer structuur. Maar er moet toch méér te zeggen over de „motivatieproblematiek” van de havo-leerling.

De eerste aanvraagronde voor de studiebeurzen, afgelopen zomer, was een succes. In anderhalve maand dienden bijna 7.500 docenten een verzoek in voor een beurs, die in driekwart van de gevallen werd gehonoreerd. Vooral de animo onder leraren in het basisonderwijs was groot. Juist in het basisonderwijs waren er nog niet veel mogelijkheden om carrière te maken ‘binnen de klas’. De opleidingen in de ‘begeleidende sfeer’ zijn het populairst: supervisor, coach of leerlingbegeleider.

De lerarenbeurs komt voort uit het plan LeerKracht van Nederland, dat minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) met de bonden en werkgevers heeft afgesproken, als een middel om het opleidingsniveau van leraren te verhogen. Van die pioniersgroep koos tweederde voor een bachelor- of masteropleiding. De rest deed een korte opleiding. Voor deze ronde is een budget van 19 miljoen euro beschikbaar voor langlopende studies. De komende jaren komt er op diverse momenten geld vrij waarop leraren kunnen intekenen. Het beschikbare budget loopt dan op tot 80 miljoen euro.

Lerares handvaardigheid Netty Gelijsteen van het Mediacollege in Amsterdam, voorheen het Grafisch Lyceum, begint deze maand met een professionele masteropleiding om haar lessen ‘kunst’ beter te kunnen beschrijven, zodat ook andere docenten daar profijt van kunnen hebben.

Gelijsteen heeft, zoals ze zelf zegt, een eigen manier van lesgeven ontwikkeld, uitgaande van de creativiteit van leerlingen, die hen helpt hun „eigenwaarde te hervinden”.

Wanneer de kinderen bij haar in de klas binnenkomen, hebben ze een vaak „negatieve” schoolcarrière achter de rug. „Driekwart van de klas is gepest. Om creatieveling te zijn krijg je weinig steun in het onderwijs.”

Op de school zijn veel vakken gericht op de eisen van de maatschappij, of ze zijn juist heel technisch, zegt Gelijsteen. „Maar hoe je tot concepten komt, hoe je je eigen ideeën voor het voetlicht krijgt: zo’n proces moet je voeden. Daar heb je een veilige omgeving voor nodig.”

De kunstdocent wil kunnen beschrijven wat ze heeft uitgevonden, zodat ze haar lesmethode kan overdragen aan collega’s. „Ik doe iets heel anders dan de anderen”, weet ze. Van de lessen verwacht ze dat ze „geüpdatet” wordt over de moderne lesmethoden. Die zijn toch enigszins veranderd sinds haar afstuderen in 1982.

De studiebeurs zal de school gedeeltelijk compenseren voor de uren die de docenten besteden aan de nascholingslessen. In het tweede jaar wil ze het geleerde weer kunnen invoeren in het onderwijs op het Media College. „Ik hoop dan ook de huidige discussie over de kwaliteit van het onderwijs te kunnen voeden.”