Crèchedrama als mediaspiegel

De media in België besteden veel aandacht aan de meervoudige moord in de crèche in het Vlaamse Dendermonde. Niet iedereen is gelukkig met de wijze waarop ze dat doen.

‘Sereen’ en ‘waardig’. Zo noemden kranten deze week de uitvaartdiensten van twee slachtoffers die anderhalve week geleden werden doodgestoken in een crèche in het Vlaamse Dendermonde.

De woorden sloegen niet alleen op de diensten zelf, maar ook op het gedrag van journalisten. Die hadden niet geprobeerd binnen te komen in de kerk – waar ze ongewenst waren. Ze bleven keurig buiten in het ‘persvak’.

Belgische media besteedden enorm veel aandacht aan de moorden. Te veel? Op een verkeerde manier? Daarover ontspon zich de afgelopen dagen, vooral in Vlaanderen, een debat.

Piet Buyse, de burgemeester van Dendermonde, had voor de laatste uitvaartdiensten opgeroepen de slachtoffers met rust te laten. Hij vergeleek journalisten met gieren. „Er zijn zelfs journalisten die terrassen met uitzicht op het kerkhof hebben afgehuurd van de buurtbewoners”, zei hij. „Dat is ontoelaatbaar. De ordediensten zullen paraat staan en mijn cellen in het politiecommissariaat staan open.”

Vrijdag 23 januari, de dag van de moorden, waren de autoriteiten in Dendermonde, nog uiterst geduldig in de omgang met de media. De procureur, de burgemeester, de directeur van de sociale dienst – keer op keer deden ze opnieuw hun verhaal aan journalisten die uit heel België, en ver daarbuiten, waren gekomen. Die ochtend was een jongeman een crèche binnengedrongen en stak twee baby’s en een verzorgster dood. Twaalf anderen waren gewond. Korte tijd later hield de politie de 20-jarige Kim De G. aan. Over zijn motief is nog altijd weinig bekend.

Er wordt vaak beweerd dat Vlaanderen naar binnen gekeerd en een beetje xenofoob is. Als bewijs daarvoor wordt dan gewezen op de taaleisen die sommige Vlaamse gemeenten stellen aan nieuwkomers. Maar de Finnen, de Denen en de Italianen die op 23 januari naar Dendermonde kwamen, konden vaststellen dat veel Vlamingen hun talen nog spreken. Verslaggevers uit het buitenland en uit Franstalig België werden vanzelfsprekend bediend in het Frans of in het Engels. Op straat en in het stadhuis.

Dat was een paar jaar geleden anders in Luik. Daar werden in 2006 de lichamen gevonden van de meisjes Stacy en Nathalie, die op een avond spoorloos verdwenen. Ook die zaak hield heel België in de ban. Aan het einde van een geheel Franstalige persconferentie vroegen Vlaamse journalisten een van de sprekers ook wat vragen in het Nederlands te beantwoorden. De man werkte bij de federale politie en was een Vlaming. Hij deed het, maar kwam nauwelijks boven de Franstalige journalisten uit die er geïrriteerd doorheen begonnen te praten. Luik ligt tenslotte in Wallonië.

Dat kinderleed in België veel aandacht krijgt sinds de gruweldaden van Marc Dutroux is begrijpelijk. Zeker in het geval van Dendermonde. Schietpartijen op scholen hebben we eerder gezien, in de VS en in Europa. Maar een crèche? Burgemeester Buyse citeerde Amerikaanse vrienden die zeiden: „Er gebeuren erge dingen bij ons, maar niet met baby’s.”

Toch klonk er kritiek op de media. Ze zouden slachtoffers hebben opgejaagd om hen tot getuigenissen te bewegen. En slachtoffers waren er genoeg: niet alleen hun familieleden, maar ook de hulpverleners. Allemaal vertelden ze hun huiveringwekkende verhaal. De spoedarts. De ambulancechauffeur die als eerste ter plekke was en zich afvroeg of hij dit ooit kon verwerken. Een 16-jarig meisje dat stage liep in de crèche. Ze was zichtbaar geëmotioneerd toen ze zich liet interviewen door de VRT en het was duidelijk waarom ze dat deed. Ze hoopte dat ze na dit ene interview verder met rust zou worden gelaten.

Over de verdachte deden ondertussen wilde geruchten de ronde. Hij zou zijn geïnspireerd door Batman-films. Als bewijs daarvoor werd zijn naam genoemd, die een anagram is van de naam van een acteur die een slechterik speelde in één van die films.

De naam van de verdachte werd door alle kranten voluit afdrukt, compleet met foto’s. Meestal werd hij geen verdachte maar ‘dader’ genoemd, alsof hij al veroordeeld is. „Professioneel geklungel”, schreef Walter Zinzen, bekend als oud-journalist van de VRT, in een opinie-artikel in De Standaard. „Denkt niemand aan de gevolgen voor de omgeving van de verdachte? Waarom moeten ook de ouders en andere familieleden van de jonge man gestraft worden?”

Hoofdredacteuren verweerden zich. Peter Vandermeersch van De Standaard wees er op dat zijn krant een krachtige foto van een ontredderde moeder juist níet had afgedrukt. „Omdat we onvoldoende informatie hadden over wie de vrouw was en of haar kindje gedood of gewond was.”

Vroeger was het niet beter, maar wel anders, zegt Walter Zinzen desgevraagd. Serieuze media besteedden toen nauwelijks aandacht aan strafzaken. Twee regeltjes, dat was het meestal. Hij heeft daar twee verklaringen voor. Media zijn een stuk commerciëler gaan denken en de concurrentie is groot. Ze willen niks missen. En de zaak-Dutroux heeft hen veranderd. „Serieuze media begonnen daardoor in te zien dat justitiële zaken wél belangrijk zijn”, zegt Zinzen. „Helaas is de slinger nu een beetje te ver doorgeslagen.”

Tom Naegels: pagina 7