Corporatie in vastgoed

De Amsterdamse woningstichting Rochdale scoorde in 2006 goed op de prestatie-index voor 109 woningcorporaties: een achtste plaats. Woonbron uit Rotterdam deed het nog wat beter: vijfde. Met deze index vergeleek het ministerie van VROM de prestaties van corporaties in de 31 grote gemeenten aan de hand van aantallen gebouwde, verkochte en gesloopte woningen. De realiteit nu: de directeur van Rochdale is zondag op staande voet ontslagen wegens dubieuze transacties; bij Woonbron opereert sinds medio december op last van minister Van der Laan (Wonen, PvdA) een externe toezichthouder die erop moet toezien dat de plannen met cruiseschip ss Rotterdam niet verder uit de hand lopen.

Het verschil tussen deze twee affaires is dat de kwestieRochdale riekt naar zelfverrijking en bij Woonbron mogelijk sprake is van zelfoverschatting. Maar beide voorbeelden laten zien dat juichtonen snel in mineur kunnen omslaan als de boeken van corporaties nauwkeuriger worden bekeken. Het zal de betrekkelijk nieuwe minister van Wonen, Werken en Integratie te denken geven. Juist nu hij op het punt staat de Tweede Kamer te informeren hoe het nieuwe stelsel voor corporaties er naar zijn inzicht moet uitzien. Er is hem veel aan gelegen de verslechterde verhouding tussen Rijk en corporaties om te zetten in een vernieuwd „bondgenootschap”. Maar wel met oog voor de nieuwe verantwoordelijkheden.

Reken tot die laatste investeringen van corporaties in zorgcentra, scholen, buurthuizen en ander ‘maatschappelijk vastgoed’. Activiteiten die zij ontplooien naast hun traditionele taak: de huisvesting van lagere-inkomensgroepen.

Van der Laan juicht deze neventaken toe en ook van de Stuurgroep Meijerink mogen de corporaties ze blijven verrichten. Deze adviescommissie stuurde de minister in november een blauwdruk onder de titel Nieuw arrangement overheid-woningcorporaties. Het bevat de bouwstenen voor het voorstel dat hij naar de Kamer zal sturen. In dit arrangement wordt de rijksoverheid op afstand gehouden, door het toezicht op de corporaties in handen te geven van een zelfstandig bestuursorgaan, ‘Autoriteit’ genoemd. Weliswaar benoemt de Kroon de leden, maar over het handelen van de Autoriteit heeft de minister verder geen zeggenschap. Alleen als de Autoriteit niet in haar missie slaagt, komt de minister in beeld: op verzoek kan hij dan bijvoorbeeld de corporatie ontbinden of de raad van commissarissen ontslaan.

Aan het werk van de Autoriteit gaat het interne toezicht van de raad van commissarissen bij een corporatie vooraf. Als dat orgaan zijn werk nauwgezet doet, zouden situaties als die bij Rochdale en Woonbron zich niet voordoen. Hoe meer corporaties opereren als vastgoedontwikkelaars, des te meer is het zaak dat het interne toezicht er verder wordt geprofessionaliseerd. De vraag is of dat ook kan. Zie de financiële perikelen bij diverse zorginstellingen, die duiden op een zekere schaarste aan adequaat toezicht. Daarin te voorzien is een eerste vereiste als de overheid op afstand wenst te blijven.