Coalitie oogst hoon met blijdschap

Eindelijk een onderzoek naar ‘Irak’. De coalitiepartijen zijn blij. De oppositie vindt het allemaal maar niks, zo bleek vandaag in de Tweede Kamer.

Waarheidsvinding. Het meest gebruikte woord tijdens het vanmorgen in de Tweede Kamer begonnen debat over het aangekondigde onderzoek naar de besluitvorming in Nederland rond de invasie in Irak in 2003. Een invasie waaraan Nederland politieke steun verleende.

Het was tijd om „de waarheid boven tafel te krijgen” zei CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel. Het leverde hem een hoongelach op vanuit de oppositiebankjes in de Tweede Kamer.

Politiek opportunisme, riepen zijn tegenstanders. Was het niet het CDA dat een onderzoek over Irak altijd onnodig had gevonden?

„Eindelijk kan de waarheidsvinding van start gaan”, zei PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer. Ook voor haar louter afkeurende geluiden vanuit de oppositie. Want waarom dan geen parlementair onderzoek zoals de PvdA altijd zelf had gewild?

Maar de regeringscoalitie heeft zich verenigd in de oplossing die premier Balkenende afgelopen maandag onverwacht presenteerde: een onderzoek door een commissie onder leiding van de oud-president van de Hoge Raad Willibrord Davids.

De enige reden voor Van Geel om opeens over waarheidsvinding te beginnen – vonden D66-leider Alexander Pechtold, GroenLinks-leider Femke Halsema en SP-leider Agnes Kant – was dat hij zijn premier voor controle van het parlement af wil schermen.

Want premier Balkenende had vier jaar lang volgehouden dat er niets te onderzoeken was. Nu vindt de premier opeens dat zo’n onderzoek er wegens „de dynamiek rond dit onderwerp” toch maar moet komen. Totdat deze commissie zijn conclusies trekt, zal het kabinet geen Kamervragen over het onderwerp beantwoorden. Een vertragingstactiek, en de PvdA had zich opnieuw laten ringeloren door het CDA, vond de oppositie.

Het debat, dat bij het zakken van de krant nog volop in gang was, begon roerig. Niet alleen moest het gebouw ontruimd worden wegens een brandalarm (het bleek een oefening), de Kamerleden bestookten elkaar met grote woorden en verwijten. Daarbij moesten zoals viel te verwachten vooral de fractievoorzitters van CDA en PvdA het ontgelden. Die het op hun beurt niet nalieten de verwijten van politiek opportunisme terug te kaatsen. Want was het bijvoorbeeld de VVD niet geweest die tot vorige week het middel van een parlementaire enquête altijd had afgewezen, hield PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer haar VVD-collega Mark Rutte voor. Nieuwe feiten, was zijn antwoord.

CDA’er Van Geel vroeg zich af waarom, als het D66, SP en GroenLinks en VVD echt om de waarheid rond de besluitvorming van Irak te doen is, deze fracties dan een parlementair onderzoek eisen? Want volgens Van Geel kan „iemand van de statuur” van Davids dat onderzoek veel beter doen dan het parlement. Er kon maar één reden voor de tegenstand zijn, dacht Van Geel: „Dat is leuk voor tv, het brengt spektakel met zich mee.” Pechtold stoof op: „U heeft het over de Kamer, mijnheer Van Geel!”

Volgens Pechtold offeren de coalitiepartijen „in hun hang naar macht” op een „ongrondwettelijke” manier hun recht op controle van het kabinet op. Het zou ze niets baten, dreigde hij: „U kunt het parlement buitenspel zetten, maar niet de samenleving.”

Bij de bijdrage van Hamer spitsten de oppositiepartijen de oren. Hadden ze het goed gehoord? „De premier heeft de situatie opengebroken”, zei Hamer. Als de conclusies van de commissie haar PvdA niet bevallen, dan „zullen wij niet aarzelen het werk via het parlement voort te zetten”. Zei Hamer hier nou dat de coalitieafspraak om geen Irak-onderzoek toe te staan, niet meer gold? Niemand kon van haar verwachten, zei Hamer, dat haar fractie bij onbevredigende conclusies zou stilzitten.

De premier zat er wat ongemakkelijk bij, stelde Pechtold vast.