Bos moet nu zweten voor steun

De vanzelfsprekendheid waarmee Wouter Bos steun kreeg van de Tweede Kamer voor reddingsacties in het bankwezen is voorbij. Zelfs de coalitiegenoten etaleren nu hun reserves.

Wouter Bos voelde zich gisteravond lange tijd oncomfortabel. Kreeg hij nu wel of geen steun van het CDA voor de meest recente ingreep bij ING? Aan het einde van een Kamerdebat zei de minister van Financiën dat hij het „eigenlijk niet vond kunnen, dat de grootste coalitiepartij zo lang in het midden laat wat zij ervan vindt”. Bos sprak daarmee CDA’er Frans de Nerée tot Babberich aan. Die vloog naar de interruptiemicrofoon om zich te verdedigen. „Al direct in het begin van dit debat heb ik gezegd dat wij van het CDA ons niet verzetten tegen dit besluit.”

De woordenwisseling was illustratief voor het gebrek aan enthousiasme dat Wouter Bos voor zijn jongste reddingsoperatie ontmoette. Mocht hij eerder relatief eenvoudig Kamerbrede steun ontvangen voor zijn noodhulp in de financiële sector, de ingewikkelde oplossing voor ING’s hypothekenportefeuille kon op minder instemming rekenen.

„Ik kan niet zeggen dat mijn fractie in alle gevallen overtuigd is, maar het zij zo”, zei De Nerée. Daar moest Bos het mee doen. Het CDA steunde de meeste recente ingreep bij ING wel, maar het was allemaal minimaal.

Wat nu de kritiek van het CDA precies was, werd niet echt duidelijk. De Nerée zei dat hij niet alle risico’s kon overzien, geen duidelijkheid over de ‘exitstrategie’ van de overheid had, en vond dat hij geen zicht had op alternatieven. Hij vroeg zich af of Nederland zich niet zo langzamerhand aan het vertillen is aan alle interventies in de banksector. Hij rekende voor dat de staat op eerdere hulpacties al 4,1 miljard euro heeft verloren. „Wij maken ons grote zorgen over de risico’s die de staat dit keer heeft genomen”, zei hij.

Ook de andere coalitiepartner, de ChristenUnie, was zuinig. Het Kamerlid Cramer hield „een fikse dosis reserve” maar vond de genomen risico’s wel aanvaardbaar.

Het parlement had twee redenen om terughoudend te zijn met zijn politieke steun voor Bos: de complexiteit van de overeenkomst [zie inzet] en de manier waarop het betrokken was bij het besluitvormingsproces. Vooral de informatieverschaffing is een heikel punt. Kamerleden werden afgelopen zondagnacht – een paar minuten na twaalven, dus formeel op maandagochtend – in een telefonische conferentie over de steun aan ING ingelicht. Op donderdag volgde een besloten technische toelichting. Bos vertelde dat hij eigenlijk de bewuste zondag een echt debat met de Tweede Kamer had willen beleggen, maar dat de onderhandelingen met ING moeizamer liepen dan gedacht.

De oppositie kwam met een motie om de Kamer voortaan eerder, vertrouwelijk, in te lichten, uitgezonderd noodsituaties. Bos had daar geen moeite mee, zij het dat hij het precies zo weer zou doen, want dit was een noodsituatie.

Na afloop vertelde de minister van Financiën dat hij wel had verwacht dat de Kamer kritischer zou zijn. Bij de eerste steunoperatie hadden hij en zijn ambtenaren weinig tijd gehad, was er sprake geweest van ‘het niet voor de voeten lopen van de brandweerman’. Nu was er maanden onderzoek en onderhandelingen overheen gegaan, en was de overeenkomst zo complex dat de Kamer de risico’s voor de belastingbetaler moeilijk kan inschatten. Bos’ partijgenoot Paul Tang begreep de toegenomen reserve ook wel, omdat de samenleving kritischer wordt. „Burgers hebben het gevoel dat de belastingbetaler de bankier uit de brand helpt. De Dappermarkt betaalt voor de Zuidas. Dat gevoel is niet zo vreemd.”

En de Kamer had er moeite mee dat het in feite geen nee meer kon zeggen. Dat was in theorie nog wel mogelijk, maar Bos zwaaide zelfs met zijn portefeuille. Als de Kamer niet zou instemmen zou Bos gaan „nadenken over de vraag welke consequentie ik daaraan verbind”. Hij zei na afloop dat hij dat heel bewust zo had gezegd. Er mocht na het debat absoluut geen onduidelijkheid meer bestaan over de ING-deal, anders zou de markt weer heftig kunnen reageren.

PvdA’er Tang vroeg zich af of de snelle kritiek op de ING-hulp, toen nog veel details onbekend waren, te maken heeft met „een kinnesinne tegenover de politicus van het jaar”. Zijn collega’s vroegen hem meteen om te zeggen op wie hij doelde. „Wie kinnesint er hier”, riep Koser Kaya van D66. Tang gaf geen antwoord, maar iedereen wist op welke collega hij doelde: die van het CDA.

Bos was uiteindelijk tevreden met de bescheiden steun. Maar hij beseft dat het niet meer vanzelfsprekend is dat hij met elke miljardeningreep wegkomt. „Ik interpreteer op geen enkele wijze de uitkomst van dit debat als een blanco cheque om op een volgend moment hetzelfde te doen.”