Wilders vraagt Hoge Raad om vernietiging

Politicus Geert Wilders wil dat de Hoge Raad het bevel tot zijn vervolging vernietigt. Zijn advocaat, Bram Moszkowicz, kondigde vanochtend aan de procureur-generaal te vragen om ‘cassatie in het belang der wet’.

In 2001 brak de Hoge Raad op deze manier vervolging van legerleider Desi Bouterse af, ook vertegenwoordigd door Moszkowicz.

Het gerechtshof in Amsterdam beval vorige week de vervolging van Wilders wegens haat zaaien en groepsbelediging. Het hof honoreerde bezwaren van burgers en belangengroepen tegen het seponeren van hun klachten door het Openbaar Ministerie (OM). Wilders reageerde geschokt en wil nu „keihard het gevecht” aangaan.

Cassatie in het belang der wet wordt jaarlijks door tientallen burgers, bedrijven en overheden gevraagd als ze ontevreden zijn over een onherroepelijk vonnis. De procureur-generaal bij de Hoge Raad gaat er bijna nooit op in. Als criterium geldt dat sprake is van een rechtsvraag die in het algemeen belang moet worden beantwoord. De uitslag van een ‘cassatie in het belang der wet’ heeft normaal gesproken geen praktische gevolgen voor de partijen.

De Nijmeegse hoogleraar strafrecht Ybo Buruma noemt de stap van Wilders „kansloos”, maar hij begrijpt de poging van Moszkowicz. „Je kan niet ontkennen dat de Bouterse-uitspraak wél gevolgen had voor partijen.” Toen oordeelde de Hoge Raad dat Nederland geen rechtsmacht heeft om Bouterse voor de zogeheten Decembermoorden te laten vervolgen. Mogelijk zal Moszkowicz betogen dat het OM in deze kwestie ook geen rechtsmacht heeft, denkt hij. Wilders’ film Fitna en zijn uitspraken buiten de Kamer zouden dan als ambtsmisdrijf kwalificeren. Daarin is de Kamer zelf bevoegd. Er moet sprake zijn van misbruik van een ‘bijzonderheid’ van het ambt, zoals een generaal die met zijn troepen een bank berooft. „Dat is dus ook kansloos”, concludeert Buruma.

De Tilburgse strafrechthoogleraar Theo de Roos vindt de stap van Wilders juridisch „niet onzinnig”. Hij wijst op de Euratom-afvalzaak over de kernreactor in Petten. Daarin wilde het OM niet vervolgen, het hof wel, waarna de Hoge Raad op basis van volkenrechtelijke immuniteit vervolging alsnog afkapte. Ook De Roos wijst op de eigen bevoegdheid van de procureur-generaal. „Als er geen sprake is van een evidente misser, zie ik dit niet gebeuren. Waarom zou de PG in zo’n beladen kwestie hier doorheen fietsen?”