Vertraagd onderzoek

Een onderzoek is beter dan geen onderzoek. Het is dus verheugend dat premier Balkenende zijn te lang en te hardnekkig volgehouden verzet heeft opgegeven tegen een onderzoek naar de redenen voor de politieke steun die Nederland in 2003 gaf aan de invasie in Irak. Maar daarmee is het belangrijkste winstpunt wel genoemd.

De CDA-bewindsman onderstreepte gisteren weer dat hij inzake Irak niets te verbergen heeft. Hij wees er ook opnieuw op dat een meerderheid in de Tweede Kamer herhaaldelijk de afwijzing van een onderzoek heeft gesteund. Maar daarbij ging hij eraan voorbij dat dit met name na de laatste kabinetsformatie, in 2007, slechts te danken was aan een afspraak die nooit gemaakt had mogen worden. Namelijk de deal die CDA, PvdA en ChristenUnie toen sloten dat er geen Irak-onderzoek zou komen. Coalitiepartners horen geen afspraken te maken die in wezen het werk van de volksvertegenwoordiging beperken. En Kamerleden moeten zich niet uit opportunistische overwegingen hieraan binden.

Het kabinet heeft nu gekozen voor een onderzoek onder leiding van de oud-president van de Hoge Raad, Davids, die de suggestie heeft meegekregen enkele Ministers van Staat in zijn commissie te benoemen. Balkenende legde er gisteren de nadruk op dat het om een onafhankelijk onderzoek zou gaan, impliciet suggererend dat de Tweede (of Eerste) Kamer daartoe niet in staat zou zijn. Bovendien wordt het parlement tot 1 november, wanneer het onderzoek moet zijn afgerond, min of meer monddood gemaakt. De vele vragen die Eerste en Tweede Kamer recentelijk hebben gesteld of nog zullen stellen, worden doorgeschoven naar de commissie. Het kabinet zal ze niet beantwoorden. Dus zal het voorlopig niet aangeven waarom het toenmalige kabinet van CDA, VVD en LPF ambtelijk advies negeerde of niet onder ogen kreeg, waarin stond dat de politieke steun aan de oorlog volkenrechtelijk niet deugde. En evenmin of de VS Nederland destijds ook om militaire steun hebben verzocht.

Het kabinet concentreert zich liever op de economische crisis, zei Balkenende. Aan de ernst daarvan hoeft niet te worden getwijfeld. Maar toch: zonder de koppigheid van de premier had het onderzoek al kunnen zijn afgerond voordat iemand doorhad dat er een kredietcrisis op komst was.

Bovendien: niet heel ‘Den Haag’ hoeft zich met deze crisis bezig te houden, zeker niet ministeries die voor Irak relevant zijn, zoals Buitenlandse Zaken en Defensie.

De commissie-Davids krijgt inzage in alle documenten die zij relevant acht, onbeperkte toegang tot de ministeries en het recht te horen wie zij maar wenst. Dat is mooi, maar het blijft een onderzoek met beperkingen. En dat bij een onderwerp dat in relevantie moeilijk te overtreffen is: deelneming of steun aan een oorlog. Juist een parlementaire enquête, die onderzoekers het recht geeft getuigen te ontbieden en onder ede te verhoren, is hier het gepaste middel om alle feiten op tafel te krijgen. Een parlement met moed besluit dat zo’n onderzoek er alsnog komt.