Vaticaan heeft een Obama nodig, geen Bush

Omdat van deze paus niets meer te verwachten valt, heeft de katholieke kerk een episcopaat nodig dat voortvarend de problemen aanpakt en gelovigen hoop biedt, meent Hans Küng.

President Barack Obama heeft het klaargespeeld om in korte tijd de Verenigde Staten te verlossen van een mineurstemming en een gebrek aan hervormingen. Hij presenteert een geloofwaardig visioen van hoop en in het binnen- en buitenlands beleid brengt hij een strategische ommekeer op gang.

Vergelijk dat eens met de katholieke kerk. De stemming is deprimerend, het uitblijven van hervormingen werkt verlammend. Velen beschouwen paus Benedictus XVI, nu vier jaar in het ambt, als de evenknie van George W. Bush. Het is geen toeval dat de paus vorig jaar zijn 81ste verjaardag gevierd heeft in het Witte Huis. Bush en Ratzinger staan geen van beiden open voor nieuwe opvattingen inzake geboortebeperking en abortus, zijn afkerig van alle serieuze hervormingen, vervullen hun ambt op eigengereide en ondoorzichtige wijze, en perken de vrijheden en rechten van de mensen in.

Net als indertijd Bush, kampt ook paus Benedictus met een groeiend gebrek aan vertrouwen. Veel katholieken verwachten van hem niets meer. Erger nog: de opheffing van de excommunicatie van vier illegaal gewijde traditionele bisschoppen, onder wie een beruchte Holocaustloochenaar, heeft alles wat bij de verkiezing van Ratzinger al gevreesd werd, bevestigd.

De paus rehabiliteert mensen die onveranderd stelling nemen tegen de door het Tweede Vaticaanse Concilie aanvaarde vrijheid van godsdienst, de dialoog met andere kerken, de verzoening met het jodendom, de achting voor de islam en de andere wereldreligies, en de hervorming van de liturgie.

Ter wille van de ‘verzoening’ met een handjevol aartsreactionaire traditionalisten zet deze paus het vertrouwen op het spel van miljoenen katholieken die loyaal zijn aan het Tweede Vaticaanse Concilie. Dat juist een Duitse paus zulke misstappen begaat, verscherpt de conflicten nog. Verontschuldigingen achteraf kunnen de scherven niet meer lijmen.

En dat terwijl een paus makkelijker dan een president van de Verenigde Staten een nieuwe koers kan inslaan. Hij heeft geen Congres als wetgevende macht naast zich, en geen hooggerechtshof als rechterlijke macht boven zich. Hij is in de kerk onbelemmerd regeringsleider, wetgever en hoogste rechter. Hij zou, als hij zou willen, van de ene dag op de andere voorbehoedmiddelen en het priesterhuwelijk kunnen toestaan, de priesterwijding van vrouwen mogelijk kunnen maken en de avondmaalsgemeenschap met de evangelische kerken kunnen invoeren.

Wat zou een paus doen die optrad in de geest van Obama? Hij zou net als Obama opmerken dat de katholieke kerk zich in een diepe crisis bevindt, en hij zou de crisishaarden aanwijzen: de vele gemeenten zonder priester, het uitblijven van nieuwe kandidaten voor het priesterambt, en de door impopulaire fusies van parochies versluierde ineenstorting van veelal eeuwenoude zielzorgstructuren.

Vervolgens zou hij het visioen verkondigen van hoop op een vernieuwde kerk, een met nieuw leven bezielde oecumene, een goede verstandhouding met joden, moslims en andere wereldreligies, en een positieve houding tegenover de moderne wetenschap. Ten derde zou hij zich omringen met de bekwaamste medewerkers – geen ja-knikkers, maar zelfstandige persoonlijkheden, bijgestaan door competente en onbevreesde deskundigen. Ten vierde zou hij de nijpendste hervormingsmaatregelen onmiddellijk per decreet in gang zetten, en ten vijfde zou hij een oecumenisch concilie bijeenroepen om de nieuwe koers kracht bij te zetten.

Terwijl Obama met instemming van de hele wereld de blik vooruit richt en zich openstelt voor de mensen en voor de toekomst, oriënteert deze paus zich vooral op het verleden: hij laat zich inspireren door het ideaal van de middeleeuwse kerk, staat sceptisch tegenover de Reformatie, en tweeslachtig tegenover de vrijheidsrechten van de moderne tijd.

Terwijl Obama zich jegens partners en bondgenoten coöperatief opstelt, zit paus Benedictus, net als George W. Bush, klem in het vriend-vijanddenken. Medechristenen in de evangelische kerken stoot hij voor het hoofd doordat hij die gemeenschappen niet als kerken erkent. De dialoog met de moslims is niet verder gekomen dan lippendienst aan een ‘dialoog’, en de relatie tot het jodendom is ernstig verstoord. Terwijl Obama hoop uitstraalt, activiteiten van burgers stimuleert en een ‘nieuw tijdperk van verantwoordelijkheid’ eist, wordt paus Benedictus door angsten beheerst en wil hij de vrijheid van de mensen zoveel mogelijk inperken, om een nieuw ‘tijdperk van restauratie’ op te leggen. Hij legt de decreten van het hervormingsproces 1962-1965 in terugwerkende zin restrictief uit.

Aangezien paus Benedictus XVI naar alle waarschijnlijkheid zelf geen Obama zal worden, hebben wij voor de komende tijd in de eerste plaats een episcopaat nodig dat de problemen van de kerk niet verdoezelt maar bij de naam noemt, en op bisdomniveau energiek aanpakt; ten tweede theologen die actief meewerken aan een toekomstvisie van onze kerk en die niet benauwd zijn om de waarheid te zeggen en te schrijven; ten derde zielzorgers die zich verzetten tegen de voortdurende overbelasting door de samenvoeging van parochies; ten vierde vooral vrouwen – zonder wie op veel plaatsen de zielzorg zou wegvallen – die hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen zelfbewust aangrijpen.

Maar kunnen wij dat werkelijk? Yes, we can.

Hans Küng (80) is emeritus hoogleraar oecumenische theologie aan de universiteit van Tübingen, en president van de stichting Weltethos. In 1980 ontnam het Vaticaan hem de kerkelijke leerbevoegdheid.