Sterker uit de crisis met AOW vanaf 67

Het kabinet neemt niet de juiste maatregelen tegen de crisis, menen Mark Rutte en Stef Blok. In plaats van een AOW-belasting bepleit de VVD verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar.

Politieke partijen worden al jarenlang gewaarschuwd voor de gevolgen van de vergrijzing en in het bijzonder de betaalbaarheid van de AOW. Sinds 1994 hebben achtereenvolgende kabinetten met de VVD ingezet op het terugdringen van de staatsschuld en structurele hervormingen van de economie. De realiteit van vandaag dwingt tot nieuwe keuzes, waaronder een variabele leeftijd waarop de AOW ingaat.

Aan het einde van zijn derde kabinet maakte premier Balkenende (CDA) een bewuste keuze: structurele hervormingen waren wat hem betreft voorbij, het zou nu gaan om „investeren in samenhang”. Rooskleurige verwachtingen over de economische groei en het verlaten van de Zalmnorm maakten een regeerakkoord mogelijk dat alle coalitiepartijen gelukkig maakte.

De VVD heeft vanaf het aantreden van dit kabinet aangegeven dat het kabinet zichzelf rijk rekende door uit te gaan van een te hoge economische groei. Door consequent tegenbegrotingen te maken hebben we laten zien dat andere keuzes mogelijk zijn: een kleinere, krachtige overheid, geen lastenverzwaring maar belastingverlaging om loonmatiging te faciliteren en een beter begrotingssaldo door vast te houden aan de Zalmnorm. Inmiddels staat Nederland voor problemen die veel verder gaan dan de jaarlijkse begrotingscyclus en die vragen om een structurele aanpak.

Allereerst moet „investeringen in samenhang” vervangen worden door investeringen die Nederland sterker maken op het moment dat de kredietcrisis weer voorbij is. Elektronische kinddossiers, maatschappelijke stages, gratis schoolboeken en prachtwijken helpen ons niet om straks honderdduizenden werkzoekenden snel aan de slag te krijgen. Investeringen in de reële economie – wegen, spoorverbindingen en waterwerken – zorgen er wél voor dat bedrijven hun activiteiten en werkgelegenheid in Nederland uitbreiden.

Ten tweede moet er een ambitieuze ‘green deal’ op energiegebied komen. Een agenda zonder taboes en zonder hobbyisme, geleid door drie uitgangspunten: leveringszekerheid, concurrerende kostprijs en koploper in energie-efficiëntie. Het realiseren van de eerste twee uitgangspunten vraagt het vervallen van het taboe dat dit kabinet op kernenergie laat rusten. Koploper in energie-efficiëntie betekent dat bedrijven een prijs moeten betalen zolang dat niet het geval is, maar niet belast worden wanneer ze hun beloften waarmaken. Zo wordt innovatie beloond.

Ten derde moet het kabinet erkennen dat het vergrijzingsproblematiek sinds de verkiezingen alleen maar is toegenomen. De mantra van premier Balkenende, „aflossing van de staatsschuld in één generatie”, is volstrekt onhaalbaar geworden nu de staatsschuld de 60 procent weer nadert. Bovendien heeft het kabinet-Balkenende/Bos geen daadwerkelijke stappen gezet bij het uitbreiden van de arbeidsdeelname, de belangrijkste sleutel voor het opvangen van de gevolgen van de vergrijzing zodra de crisis achter de rug is. Zo is het ontslagrecht niet gemoderniseerd, hoeven alleenstaande ouders met jonge kinderen niet meer te solliciteren en worden over de spectaculaire groei van het aantal jonggehandicapten alleen bezweringsformules uitgesproken. Dat betekent dat we over een paar jaar weer de klassieke Hollandse kwaal zullen zien: opnieuw zullen honderdduizenden mensen jonger dan 65 langs de kant staan met een uitkering, terwijl tegelijkertijd gebrek zal zijn aan ‘handen aan het bed’ en ‘leraren voor de klas’.

De enige concrete maatregel die CDA en PvdA wel doorvoeren tegen de vergrijzing, de AOW-belasting, is onrechtvaardig en zet bovendien geen zoden aan de dijk. Het is onrechtvaardig om juist diegenen die tijdig voorzieningen hebben getroffen voor hun oude dag, meer te belasten dan diegenen die dat niet hebben gedaan. Het zet geen zoden aan de dijk, omdat deze extra belasting er niet voor zorgt dat er meer arbeidskrachten beschikbaar zijn, terwijl het tekort aan handen in de toekomst net zo problematisch zal zijn als betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening.

Om de problemen met de overheidsfinanciën en de arbeidsmarkt voor te zijn, stelt de VVD daarom voor de AOW-leeftijd te flexibiliseren. Daarbij krijgen mensen die 40 jaar gewerkt hebben nog steeds op hun 65ste AOW. Voor mensen bij wie dat niet het geval is, zal de AOW-leeftijd geleidelijk verhoogd worden naar 67 jaar. Dit in 24 jaarlijkse stappen van één maand, ingaande 2011. We hebben de gevolgen van deze maatregel laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Hieruit blijkt dat ons voorstel substantieel bijdraagt aan het oplossen van het vergrijzingsvraagstuk. Bij de doorrekening is als criterium voor ‘gewerkt jaar’ gekozen voor tenminste 70 procent van het minimumloon, verdiend in loondienst of als ondernemer. Hierdoor tellen ook substantiële parttime banen mee en worden mensen die arbeid en zorg combineren dus niet gestraft. De oplossing voorkomt ook de onmogelijke opgave van een wettelijk definitie van ‘zware beroepen’.

Doorgaan op de huidige weg past niet in de CDA-traditie van rentmeesterschap, niet in de PvdA-traditie van Drees en niet in de VVD-traditie van financiële degelijkheid. Laten we niet stilzitten in tijden van crisis, maar maatregelen nemen om Nederland sterker uit de crisis te laten komen.

Mark Rutte en Stef Blok zijn voorzitter en lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer.