Slechtnieuwsgesprek

We leven in tijden van hoge ontslaggolven en akelige fenomenen die daarbij horen. Het zogeheten slechtnieuwsgesprek is er één van. In kringen van personeelsmanagement noemen ze het zo. Niemand vindt het leuk, maar iemand moet het doen en de personeelsadviseur van de afdeling Personeel & Organisatie wordt ervoor betaald.

Wat gebeurt er dan?

Op een dag krijgt de werknemer een vriendelijke uitnodiging van P&O. Wil hij op korte termijn eens komen praten met zijn afdelingschef en de personeelsadviseur? De werknemer wil dat wel, al voelt hij veel nattigheid, gezien allerlei geruchten in het bedrijf. Het gesprek vindt plaats op de kamer van de personeelsadviseur.

„Kopje koffie?” vraagt de adviseur.

„Graag”, zegt de werknemer. Hij werpt een snelle blik op zijn chef, die met licht afgewend hoofd tegenover hem zit. Raar om elkaar op dit neutrale gebied opeens te ontmoeten. Vandaag zal het niet over Ajax en de vakanties gaan.

„Melk? Suiker? We hebben ook cappuccino.”

„Melk.” Dat ze ook cappuccino hebben, weet de werknemer heus wel, hij werkt er verdomme langer dan vandaag, om precies te zijn: twintig jaar en drie maanden. Dat is langer dan zijn chef en die adviseur sámen.

„Wij zijn hier”, zegt de afdelingschef, „omdat er vervelende consequenties aan de bezuinigingen zijn verbonden. Er moet een groot aantal mensen uit.”

„Rot”, zegt de werknemer.

Het brengt de chef even in verwarring, want hij had dat woord ook net willen gebruiken. „Eh... ja… heel rot”, zegt hij. Hij moet nu snel doorstoten naar de kern, want dat hadden ze hem op de cursus personeelsmanagement bijgebracht: het slechte nieuws meteen in het begin van het gesprek zo kordaat mogelijk overbrengen. „En helaas hoor jij daar ook bij”, voegt hij eraan toe, bijna struikelend over zijn haastige woorden.

De werknemer slikt. „Dat kan niet, dat kunnen jullie niet menen”, zegt hij. Hij begint uit te leggen waarom hij dit niet verwacht had – hoewel hij het wel verwacht had – en waarom hij het onbegrijpelijk vindt dat iemand met zíjn specifieke ervaring en zíjn specifieke deskundigheid nu opeens op straat wordt gezet.

Ze laten hem even uitrazen. Dat hoort ook bij de strategie van de personeelsmanager. De werknemer moet de kans krijgen om stoom af te blazen – „meegaan met de emoties” heet dat – maar het mag niet te lang duren, anders kan het uit de hand lopen. Ga ook nooit inhoudelijk op de protesten in.

„Natuurlijk zullen we je enorm gaan missen”, zegt de afdelingschef, „maar in een bedrijf moeten soms harde keuzes worden gemaakt.”

„Ik neem dit niet”, zegt de werknemer. „Wat denken jullie wel? Dat je een man met mijn staat van dienst zomaar even bij het grofvuil kunt zetten?”

„Hoho!” zegt de adviseur. „Ik begrijp je emoties volledig, maar dat doen wij niet! Jij bent voor ons geen grofvuil. Wij gaan dit netjes en transparant afwikkelen. Wij zullen jou een mooie regeling aanbieden, want wij hechten eraan op een waardige manier afscheid van elkaar te nemen.”

Tien minuten later. Het gesprek is voorbij. De afdelingschef is weggeroepen, de personeelsadviseur staat op. Vanuit een ooghoek ziet de werknemer op het bureau van de adviseur twee foto’s met kinderhoofdjes staan. Leuke kinderen, net als de zijne.