Reddingsactie voor twee Titiaans

Schotland dreigde twee schilderijen van Titiaan te verliezen. De eigenaar wilde ze aan het buitenland verkopen. Hij stelde een deadline in voor het inzamelen van geld.

Veel hedendaagse Britse kunstenaars dwepen er mee, met de beide Titiaans in de National Gallery van Schotland in Edinburgh. „Gewoon de mooiste schilderijen ter wereld”, oordeelt de schilder Lucian Freud. Hij is onder meer verrukt over de wijze waarop de Venetiaanse Renaissanceschilder „de plezierigste gevoelens” weet op te roepen met zijn afbeelding van knieën die elkaar aanraken.

Na maanden van onzekerheid konden Freud en anderen gisteren opgelucht ademhalen. Ten minste een van beide doeken, Diana en Actaeon, blijft voor Groot-Brittannië behouden, dankzij een succesvolle actie om 50 miljoen pond (54 miljoen euro) in te zamelen. „Fantastisch dat Groot-Brittannië zich zelfs in moeilijke tijden met ere kan vertonen op het terrein van de kunst”, jubelt beeldend kunstenaar Tracey Emin, die zich ook heeft ingezet voor de campagne.

Vijftig miljoen pond is het bedrag dat de huidige eigenaar, de hertog van Sutherland, vorige zomer vroeg voor elk van de Titiaans. Als dit niet tijdig bijeen werd gebracht, zou hij de schilderijen in het buitenland voor een veel hoger bedrag verkopen. Zijn termijn voor Diana en Actaeon liep eind vorig jaar af. Voor het tweede doek, Diana en Callisto, is de termijn 2012.

Een extra prikkel om de campagne tot een succes te maken vormde de toezegging van de hertog dat de rest van de zogeheten Bridgewater-collectie, waartoe de Titiaans behoren, dan ook voor zeker 21 jaar in het Schotse museum zou mogen blijven hangen. De collectie, die onder meer een zelfportret van Rembrandt, een paar Raphaels, een Veronese en diverse Poussins omvat, bevindt zich daar al sinds 1945 in bruikleen.

De National Gallery van Schotland werkte bij de fondsenwerving nauw samen met de Londense National Gallery. De bedoeling is dat beide musea de Titiaans om beurten zullen tentoonstellen. Giften van openbare en particuliere stichtingen en kleinere donaties van het publiek maakten de aankoop van Diana en Actaeon uiteindelijk mogelijk. De grootste bijdrage kwam van de Schotse regionale regering: 12,5 miljoen pond.

Het lijkt op het eerste gezicht veel geld voor een doek dat al decennia in Edinburgh hangt. Zo dacht ook het Lagerhuislid Ian Davidson (Labour) erover, die een arm district in Glasgow vertegenwoordigt. Hij hekelde de gift van de Schotse overheid. Het schilderij behoort volgens hem niet tot het Schotse nationale culturele erfgoed. „Heel weinig mensen hebben van Titiaan gehoord”, aldus Davidson. „Velen zullen denken dat hij een Italiaanse voetballer is. Welk doel dient het daaraan geld te verspillen?”

Het doek had volgens hem in deze economisch barre tijden beter aan het buitenland kunnen worden verkocht. Dan zou de gemeenschap een fors bedrag aan uitvoerbelasting hebben ontvangen. Davidson kreeg van veel kanten bijval. Volgens de meeste deskundigen is het doek echter voor een vriendenprijsje aangekocht.

Het schilderij maakt samen met het andere doek deel uit van een zestal mythologische voorstellingen die Titiaan halverwege de zestiende eeuw op de toppen van zijn kunnen vervaardigde voor de Spaanse koning Filips II, toen de machtigste vorst in Europa. Hij baseerde zich op teksten uit de Metamorfoses van Ovidius. Het ‘Schotse’ tweetal vormde het sluitstuk van de serie en geldt als het belangrijkste deel. Titiaanwerkte er drie jaar aan.

Diana en Actaeon toont het moment waarop de knappe jager Actaeon de godin Diana en haar metgezellinnen in hun oogverblindende naaktheid verrast tijdens een bad in de buitenlucht. De godin, een toonbeeld van kuisheid, is gegriefd en Actaeon zal deze toevallige ontmoeting later met de dood moeten bekopen. Titiaan heeft niet alleen technisch gesproken alles uit de kast gehaald voor de compositie en de schildering van de verschillende figuren en de details, hij heeft ook een grote spanning aan het tafereel weten mee te geven. De heldere kleuren, Titiaans handelsmerk, doen de rest. Het tweede doek is technisch gesproken niet minder, maar mist de dramatiek van het andere doek.