Premier maakte onvermijdelijke draai

Nieuwsanalyse

Premier Balkenende staat ten slotte een onderzoek toe naar de Nederlandse steun aan de inval in Irak. De druk werd te groot.

In het weekend van 24 en 25 januari wist Jan Peter Balkenende het: ik moet bewegen. Hij was het die onder grote druk stond, dus hij moest met een oplossing komen. En de coalitiepartners, zo besloot hij, hadden die oplossing dan ook maar te accepteren.

Het was na een week van weer veel media-aandacht voor de Irak-kwestie. Volgens de mensen die hem kennen is premier Jan Peter Balkenende een stijfkop, maar uiteindelijk ook een realist. Ineens kan hij een draai maken, als het echt niet anders meer kan.

Het leek twee jaar geleden bij de formatie met PvdA-leider Wouter Bos zo’n duidelijke afspraak. Er zou deze kabinetsperiode geen onderzoek komen naar de besluitvorming rond de politieke steun aan de inval in Irak, in maart 2003. Waarom het voor Balkenende zo’n halszaak was, werd nooit helemaal duidelijk. Vreesde hij grote politieke schade? Een opmerking van van oud-minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken in 2007 duidde daar op. Balkenende ging er volgens hem voor 2006 vanuit dat de PvdA, die toen in de oppositie zat, er helemaal niet op uit was om lessen te trekken of eerlijk te zijn. Balkenende zei volgens Bot: „De PvdA wil maar één ding en dat is: rotzooi maken tegen het kabinet.” En rotzooi met de PvdA in de coalitie wilde de CDA-leider al helemaal niet.

Na de jaarwisseling begon de publieke en politieke discussie Balkenendes positie te raken. De ene na de andere oud-CDA-minister sprak zich uit voor onderzoek naar ‘Irak’. Balkenende was er nog niet van onder de indruk. Hij ergerde zich, volgens insiders, aan de „oude vossen die uit hun holen kwamen”. Maar intern, in de CDA-top en in de Tweede Kamerfractie, ontstond ook beroering over zijn weigering openheid van zaken te geven.

Vervolg Politiek: pagina 3

Coalitiegenoten voor het blok gezet

Op 17 januari publiceerde NRC Handelsblad over een zeer kritisch advies van de dienst juridische zaken van Buitenlandse Zaken, van vlak na de inval. Er ontstond een nieuwe dimensie: het onderwerp kwam volop terug op de politieke agenda van Tweede Kamer. Dat de oppositie in actie kwam, was te verwachten, maar ook de ChristenUnie en de PvdA verklaarden nu veel vragen te hebben. Balkenende was ook onder de indruk van de draai van de ChristenUnie in de Eerste Kamer. Fractieleider Egbert Schuurman zei: „Als het kabinet eerlijk en verstandig is, en inziet wat er nu aan de hand is in de samenleving, zal het zich aan een evaluatie zetten. Alleen zo kan een parlementair onderzoek worden voorkomen.”

Balkenende trok na die week de conclusie dat hij op te veel borden tegelijk moest schaken, dat de kwestie ‘te gepolitiseerd’ werd, dat de feiten eigenlijk geen rol meer speelden. Het begon kabinet en ambtenaren te veel tijd te kosten, terwijl er in zijn ogen belangrijker zaken waren (de economische crisis). Dinsdag, een week geleden, riep hij zijn vertrouwelingen uit zijn partij bijeen. Fractieleider Pieter van Geel, minister Verhagen (Buitenlands Zaken), zijn voormalig politiek adviseur Jack de Vries, nu staatssecretaris van Defensie, en zijn huidige politiek adviseur Jeroen de Graaf kwamen naar de Thorbeckezaal op Algemene Zaken. Na krap twee uur praten, onder het genot van pepersteak en een glas wijn, was het Balkenende duidelijk: een onafhankelijke, politiek onomstreden commissie was de oplossing. Dan zou het onderwerp ruim een half jaar van tafel zijn, en met een afgewogen rapport hopelijk ook definitief naar de archieven verdwijnen.

Politieke afstemming binnen de coalitie vond men niet nodig. Hier moesten ze maar mee akkoord gaan. Vrijdag had Balkenende nog een lastige persconferentie. Hij maakte een pijnlijke vergissing: ten onrechte zei hij dat begin 2003 de opvolging van NAVO-chef Robertson nog niet speelde. En hij zei steeds dat het kabinet „in de fase” zat van het beantwoorden van Kamervragen. Dat hij die niet gaat beantwoorden en doorstuurt naar de commissie, wist hij allang.

Zondagavond stemde oud-president Davids van de Hoge Raad in met het verzoek de commissie te leiden. Gisterochtend lichtte Balkenende de vicepremiers Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie) en de fractieleiders van de coalitie in. PvdA en ChristenUnie konden er mee uit de voeten. Daarna kon om 12.40 uur de uitnodiging voor een persconferentie de deur uit.