'Oplossing uit jaren 50. Dat kan toch niet'

De oppositiepartijen zijn over het grootste deel negatief gestemd over de aankondiging dat er nu een onderzoek komt naar de besluitvorming rond ‘Irak’. Coalitiepartijen zijn blij.

Een poging het parlement voor de zoveelste keer buitenspel te zetten; de meeste oppositiepartijen reageren negatief op de aankondiging van premier Jan Peter Balkenende gisteren om een bijzondere Commissie van deskundigen onderzoek te laten doen naar de politieke besluitvorming rond de oorlog in Irak.

SP-leider Agnes Kant noemt het besluit een „ongehoorde obstructie van de parlementaire democratie”. Ook VVD-leider Mark Rutte, GroenLinks-leider Femke Halsema en D66-leider Pechtold vinden het onjuist dat het parlement gepasseerd is. Daarmee wordt grote schade toegebracht aan het recht van het parlement om te controleren en waarheid te vinden. Vooral het meewerken van de PvdA aan deze „parlementair onzedelijke afspraken” wordt bekritiseerd.

D66, GroenLinks, SP en VVD eisen een parlementaire enquête. Het is voor het eerst dat de VVD zich zo onomwonden achter deze oproep plaatst. De Tweede Kamer moet de mogelijkheid krijgen, vinden deze partijen, om zelf in de openbaarheid en onder ede de kwestie te onderzoeken. In de uitkomsten van een onderzoek zoals de premier dat voorstelt, hebben deze partijen geen vertrouwen, zeggen ze. SP-leider Kant: „Het old boys network moet het straatje van Balkenende gaan schoonvegen.” GroenLinks-leider Femke Halsema vindt dat premier Balkenende „zijn eigen geloofwaardigheid ondermijnt.”

De partijleiders en fractiespecialisten suggereren dat er sprake is van een vertragingstactiek van de zijde van de premier. „Het is een afleidingsmanoeuvre, die alleen leidt tot uitstel van executie”, zegt Pechtold. Halsema spreek van een vlucht naar voren. VVD’er Hans van Baalen zegt: „Dit is een jaren-vijftig-oplossing. Het kabinet zegt eigenlijk: wij hebben het te druk met andere zaken. Dat kan toch niet.”

De verwijzing van Balkenende dat er belangrijkere zaken dan Irak zijn, en dat hij het onderwerp uit de weg wil hebben om aandacht te kunnen besteden aan de crisis, wekt irritatie bij de oppositie. Het is Balkenende zelf die er de oorzaak van is dat er zoveel aandacht en tijd aan een Irak-onderzoek is besteed. Hij heeft jarenlang halsstarrig geweigerd in te stemmen met zo’n onderzoek, zegt de oppositie.

De SGP is een van de weinige oppositiepartijen die, „gegeven de politieke realiteit”, te spreken is over deze vorm van onderzoek. Dat kan, zo blijkt uit het verleden, volgens de orthodoxe christenen goede, bevredigende resultaten opleveren. Een parlementair onderzoek zou nu een „te oppositioneel karakter” krijgen.

De regeringsfracties in de Tweede Kamer hebben van tevoren ingestemd met het instellen van deze commissie. De coalitie, goed voor een meerderheid in de Tweede Kamer, steunt het nu voorgestelde onderzoek dan ook.

De fractievoorzitters van de coalitiepartijen zijn positief over het besluit van Balkenende. „Een verstandig besluit”, noemt fractievoorzitter Pieter van Geel (CDA) de keuze van zijn partijleider. Volgens fractievoorzitter Mariëtte Hamer (PvdA) krijgt de Tweede Kamer nu antwoord op alle vragen die er zijn gesteld, en krijgt ze de conclusies tegelijk met de regering. „De onafhankelijkheid van de commissie is goed gewaarborgd.” Ook ChristenUnie-fractieleider Slob zegt tevreden te zijn.

De coalitie is niet onder de indruk van de kritiek van de oppositie. Volgens Hamer, wier PvdA het hardst wordt aangepakt, bestaat die kritiek uit „gelegenheidsargumenten”. Slob wijst erop dat door oppositiefracties juist om een onderzoek door een commissie van wijze mannen is gevraagd.

De PvdA-fractie in de Eerste Kamer is kritischer. PvdA-senator Klaas de Vries, die zich opmaakt voor een nieuwe ronde van vragen, wil antwoord van de regering en niet van een commissie. Als die antwoorden onbevredigend zijn, zegt hij, dan wil hij een parlementaire enquête niet uitsluiten.

M.m.v. Mark Kranenburg, Herman Staal, Derk Stokmans

Achtergronden op nrc.nl/irak