Nieuw onderzoek ouders Hendrikus

De Raad voor de Kinderbescherming zal „loyaal” meewerken aan nieuw onderzoek naar de ouders van baby Hendrikus. Dat stelt de Raad in reactie op een uitspraak, gisteren, van de Arnhemse rechtbank. Het is voor het eerst dat de Raad zich uitlaat over de zaak.

Baby Hendrikus verblijft sinds een dag na zijn geboorte op 13 oktober 2008 in een pleeggezin. Zijn ouders, die zwakbegaafd zijn, denken met enige begeleiding zelf voor hem te kunnen zorgen.

De kinderrechter bepaalde gisteren dat een onafhankelijk deskundige het komende half jaar moet onderzoeken of zij daartoe in staat zijn. De Kinderbescherming concludeerde eerder dat dat niet zo is, en adviseerde de baby definitief uit huis te plaatsen.

Hendrikus ging na zijn geboorte direct vanuit het ziekenhuis naar het pleeggezin. De ouders hadden vooraf geregeld dat de moeder negen dagen in het ziekenhuis zou worden begeleid, een zogeheten ‘klinisch kraambed’. Dat ging daardoor niet door.

Volgens een woordvoerder van de Kinderbescherming was het op dat moment „in het dringende belang van baby Hendrikus” hem weg te halen bij zijn ouders. „Een klinisch kraambed was daarmee niet langer aan de orde, omdat het dient als voorbereiding op thuisplaatsing.”

Ook tijdens het nieuwe onderzoek blijft Hendrikus in het pleeggezin. De rechter gaat niet in op een aanbod van familie, onder wie een ex-verpleegkundige, om ter begeleiding enkele weken bij zijn ouders in huis te wonen. Een oom van de moeder is „teleurgesteld”. „Ik had echt gehoopt dat dat voorstel de doorbraak zou zijn om Hendrikus thuis te laten komen.”

De rechter bepaalde wel dat zijn ouders Hendrikus een dagdeel per week thuis moeten kunnen zien. Tot nu toe zagen ze hem een uur per twee weken in het kantoor van Jeugdzorg in Tiel. „We hebben wat gewonnen”, zegt vader Henk, die niet met zijn achternaam in de krant wil. „Maar wij wilden eigenlijk dat hij gewoon naar huis was gekomen.” De rechter doet in juli definitief uitspraak in de zaak.