Naar jezelf kijken met de ogen van een ander

Wat is schaamte eigenlijk, en klopt het dat vrouwen zich meer schamen dan mannen?

Psycholoog Joost Baneke schreef een boek over het schaamrood op de kaken.

Toen een psycholoog eens aan een zaal studenten vroeg om een ellendige gebeurtenis op te schrijven uit hun lagereschooltijd, beschreven ze niet de dood van een grootouder of een huisdier, niet een strenge straf voor iets dat ze verkeerd hadden gedaan, maar de ervaring betrapt te zijn op iets dat niet gezien had mogen worden. Ze beschreven bijna allemaal hoe ze zich ergens heel erg voor hadden geschaamd.

Deze anekdote staat in het onlangs verschenen academische tijdschrift Ethische Perspectieven, waarin de Nijmeegse ethicus Paul van Tongeren een nieuwe filosofische interpretatie geeft van de schaamte. Tegenover de gangbare opvatting dat schaamte de ervaring van een negatief oordeel over jezelf is, probeert hij juist een positief aspect aan de schaamte te ontdekken.

De studenten ervoeren de schaamte echter niet alleen als ellendig, ze konden zich de situatie zoveel jaren later ook nog eens precies voor de geest halen. Hoe komt het dat we van deze ongemakkelijk emotie ons later nog het kleinste detail kunnen herinneren? Wat is schaamte eigenlijk en is het waar dat vrouwen zich meer schamen dan mannen? Het eveneens recent verschenen boek van psycholoog Joost Baneke, Waarom vrouwen zich meer schamen dan mannen, lijkt daar alvast vanuit te gaan.

Baneke laat cliënten en delinquenten aan het woord die vertellen waarover ze zich schamen. Hij probeert deze ervaringen te koppelen aan gedachten van filosofen en sociologen over de schaamte en aan enkele biologische en culturele aspecten die hij verantwoordelijk houdt voor de verschillen tussen mannen en vrouwen.

De aandacht voor deze ‘master of emotions’ is niet typisch Nederlands. In 2004 kwam de bekende Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum met een dik boek over het onderwerp: Hiding From Humanity: Disgust, Shame, and the Law. Hierin zet ze zich af tegen de tendens om criminelen schaamtegerelateerde straffen op te leggen.

Bestaat schaamte nog in een tijd waarin er geen taboes meer lijken te zijn? Thomas Rosenboom, in wiens boeken de schaamte een heel grote rol krijgt, zegt van niet. Hij legde ooit uit in een interview met HP/De Tijd waarom zijn romans niet in het heden kunnen afspelen. „Je zou op een SM-avond iemand kunnen tegenkomen van goede naam en faam. Jij staat er ook in je latexbroek en je geneert je allebei niet. Je denkt: we zijn vrije, ontwikkelde mannen. Wij onderdrukken onze gevoelens niet. In zo’n tijd leven we. Maar een verhaal moet zich afspelen in een maatschappij met waarden en normen, waar de karakters tegen aanlopen.”

Baneke bestrijdt het idee dat schaamte tegenwoordig niet meer speelt. „In mijn werk als psycholoog ontmoet ik regelmatig mensen die zeggen geen schaamte te kennen of te voelen”, zegt Baneke. Hij laat ze dan vragen beantwoorden en dan blijkt dat ze er een andere naam aan geven, bijvoorbeeld ‘vernederd’ of ‘in de zeik genomen’. „Het is te eenvoudig dat ongemakkelijke gevoel toe te schrijven aan de invloed van kerk of cultuur, zoals ook door psychoanalytici dikwijls gedaan is.”

Waarvoor schamen we ons dan nog en wat gebeurt er eigenlijk als je je schaamt? Baneke inventariseerde schaamtevolle situaties van studenten en cliënten. Ze noemden onder meer ongeremde seksuele verlangens, overgewicht, stinkvoeten, een uitbrander krijgen van de baas in het bijzijn van collega’s, betrapt worden bij het stiekem drinken of bij het spieken en een broek die afzakte in het bijzijn van lachende vrienden.

Volgens de meeste filosofen die over dit onderwerp hebben geschreven, gebeurt er als je je schaamt het volgende. Je kijkt met de ogen van een ander naar jezelf en je voelt de scheiding tussen degene die je zelf dacht dat je was en degene voor wie je door anderen gehouden wordt. Via de ogen van de anderen zie je jezelf niet meer als individu maar ook als iemand die behoort tot een algemene categorie: een oversekst iemand, een vet iemand, een stinkend, dom of oneerlijk iemand. Tegelijkertijd ervaar je jezelf wél als een individu met heel veel verschillende eigenschappen. Het besef dat je individualiteit wordt ontkend, komt hard aan.

Wanneer je iets doet dat niet mag volgens de wet, bijvoorbeeld te hard rijden, dan ben je schuldig. Straf kan die schuld weer ongedaan maken. Iets vergelijkbaars gebeurt in de katholieke kerk waar de mogelijkheid bestaat om misstappen op te biechten, daarna krijg je absolutie. Ook dan is de schuld weg. Voor schaamte bestaat zoiets niet. Het is nooit klaar, het gevoel zal op zijn hoogst een beetje slijten en als de schaamte diep was, blijven we die ons ons leven lang herinneren.

Terwijl dat precies iets is dat we niet willen. We willen het juist ontkennen en verbergen. Mensen die zich erg schamen, praten er niet over dat ze te dik waren voor de stoel in de koffiekamer, dat ze iemand hebben bedrogen of dat ze per dag twee flessen Martini drinken, of ze vertellen een soort acceptabele versie van het verhaal. Psychotherapeutische behandelingen van de problemen kunnen daardoor niet of nauwelijks plaatsvinden. Gedetineerden die door Baneke werden ondervraagd, wilden de vergrijpen waarvoor zij vastzaten vaak niet noemen.

Schaamte heeft de psychologische functie ons te „beperken in ons enthousiasme, onze drift of onze overmoed, omdat we bepaalde grenzen nodig hebben om sociaal met elkaar om te gaan”, zegt Baneke. Hier zou een evolutionaire ontwikkeling aan ten grondslag liggen. Hij noemt onder meer een onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Michael Lewis dat uitwijst dat een gebrek aan schaamte tot een grotere kans op egoïsme, geweld en crimineel gedrag leidt.

Ook Van Tongeren noemt die functie van de schaamte. Hij wijst op de filosoof Friedrich Nietzsche die schaamte zag „als kenmerkend voor de voorname mens, als het besef van maat dat beschermt tegen een overmoedige ontsluiering van wat wezenlijk verborgen moet blijven”. Door de schaamte onderscheidt de mens zich dan ook van de andere dieren, zegt de hoofdpersoon in Nietzsche’s boek Also sprach Zarathustra. De mens is „das Thier das rothe Backen hat”.

Daarmee wordt de schaamte een positieve emotie. Maar hoe zit het dan met mensen die zich schamen voor hun lichaam? Het lichaam is het terrein bij uitstek waar de schaamte opereert. Mensen schamen zich voor hun puisten, hun buikje of voor hun witte benen op het strand. En terecht, want juist dergelijke onvolkomenheden zijn vaak het mikpunt van spot.

Dat komt, volgens de eerder genoemde filosofe Nussbaum, omdat schaamte de poging is om onze onvolmaaktheid te verhullen. Ieder mens houdt er een narcistische soort almachtsfantasie op na: we denken ons leven perfect in de hand te hebben. We doen er alles aan om onze fantasie van de volmaaktheid in stand te houden, maar helaas gaat juist ons lichaam zijn eigen gang. Omdat we daarvan doordrongen zijn, zijn we geneigd om bij anderen opmerkingen over hun lichaam te maken. Daarmee zouden we volgens Nussbaum onze eigen onvolkomenheid verhullen. De schaamte die teweeg wordt gebracht, is in deze visie een reactie op een uiting van onmacht. Je schaamt je nadat iemand erop uit is geweest om je te beschadigen.

Dat hoeft niet altijd te zijn. Vrouwen kunnen zich ook schamen als vreemde mannen naar hun borsten kijken. Ze ervaren die schaamte omdat ze louter worden gezien als seksueel wezen, een object van begeerte, en niet als een zelfstandig individu met een eigen wil. Op het moment dat een man naar haar borsten kijkt, realiseert ze zich dat ze voor die man slechts een exemplaar is van de soort. Haar individualiteit wordt dus ontkend. Meisjes die zich niet schamen wanneer mannen zo naar hen kijken, worden vaak schaamteloos genoemd. Dat klopt, ze ervaren die discrepantie niet, ze zien zichzelf ook zo.

„Vrouwen blijken meer dan mannen door de ogen van anderen naar zichzelf te kijken”, zegt Baneke. „De preoccupatie met hoe de ander haar lichaam bekijkt, lijkt bij meisjes en vrouwen groter te zijn dan bij mannen.” In zijn praktijk zeiden vrouwen dat zij zich vaker afgekeurd voelden door andere vrouwen dan door mannen: „Het eigen lichaam kan bij toenemende schaamte ook voor het meisje of de vrouw zelf een object worden, waarvan zij vervreemd raakt.” Dan ontstaan volgens de psycholoog gemakkelijk eetstoornissen. Het slankheidsideaal in onze maatschappij speelt daarbij een belangrijke rol. Het klinkt aannemelijk, maar Baneke levert geen bewijs dat vrouwen zich meer schamen dan mannen. De boektitel is daarom nogal ongelukkig gekozen. Het boek van Baneke is vooral lezenswaardig voor zover het zijn eigen vakgebied beslaat.

Voor de filosofische verkenningen van de schaamte is het raadzamer om het essay van Van Tongeren te lezen. Zorgvuldig zet hij een aantal interpretaties van de schaamte tegen elkaar af. Subtiele verschillen worden door hem zo grondig behandeld dat ze vanzelf groot genoeg worden om de uitkomst te dragen, die grofweg op het volgende neerkomt: het is positief dat het individu zich realiseert dat hij meer is dan datgene waartoe hij wordt gereduceerd. Juist in zijn machteloosheid kan hij namelijk de hulp van anderen aanvaarden.

Deze eventueel louterende werking van de schaamte is een mager plusje, want het is een dubbeltje op zijn kant. Schaamtevolle momenten zijn net zo goed potentiële beerputten. Ouders kunnen een kind dat zich schaamt, omarmen, zodat het zich weer veilig kan voelen, zoals Van Tongeren hoopvol zegt. Gebeurt dat niet, dan bestaat de kans op de levenslange trauma’s die Baneke in zijn boek beschrijft. De positieve werking van schaamte is de preventieve. Schaamte als de dimmer op een te felle lamp. Gelukkig zijn de meesten van ons ermee uitgerust.

Joost Baneke, Waarom vrouwen zich meer schamen dan mannen. Over psychologie, criminaliteit en cultuur. Uitg. Bert Bakker (294 pag.) 19,90 euro

Lees het stuk van Paul van Tongeren op nrcnext.nl/links