'Ik werk als olieman en klankbord'

Henk Gemser (68) voelt zich als chef de mission op zijn plek. Terug bij de sporters, maar met bestuurservaring. „Ik neem een kruiwagen aan kennis mee.”

Zijn hervonden geluk schuilt in de terugkeer naar de sportvloer. Henk Gemser was als portefeuillehouder Topsport vier jaar een gemotiveerd bestuurslid van sportkoepel NOC*NSF, maar dankzij de aanstelling als chef de mission voor de Winterspelen in Vancouver (2010) maakte hij met jongensachtige opwinding zijn rentree in de speeltuin van topsporters. Weg uit de bestuurskamer. De oud-schaatscoach: „Ik mag weer in dezelfde ruimte komen als sporters en coaches.”

Niet dat Gemser met tegenzin een bestuurlijke functie heeft bekleed, maar hij geeft de voorkeuraan de lucht van een kleedkamer boven de kilheid van een vergadertafel. Toen Gemser in 2003 werd gevraagd bestuurslid van NOC*NSF te worden, had hij de tijd voor en de honger naar een nieuwe ontdekking. Het is nu mooi geweest, vindt hij. „Mijn termijn zou er in november opzitten. En het was allerminst vanzelfsprekend dat ik zou zijn doorgegaan.”

Gemser heeft het de afgelopen vier jaar als bestuurslid vaak zwaar gehad. „Ik heb veel in mezelf moeten investeren. Man, ik had anderhalve meter aan dossiers op mijn boekenplank staan; ik heb echt ouderwets gestudeerd om me de kennis van zaken als financiën, multimediabeleid, de sportpas en Lotto-uitgaven eigen te maken. Maar ik heb tevens ontdekt dat ik meer sportman dan bestuurder ben. In mijn nieuwe rol is het niet onfatsoenlijk om eens naast een sporter te gaan zitten. Als bestuurder is dat not done; dan zit je in driedelig pak boven op de tribune.”

Van aarzeling was dan ook geen sprake toen Gemser na het vertrek van technisch directeur Charles van Commenée door het NOC*NSF-bestuur werd gevraagd diens deeltaak als chef de mission voor ‘Vancouver’ over te nemen. Hij is met zijn ervaring en kennis van sport en beleid een ideale tussenpaus, vindt Gemser zelf. „Ik ontken niet enig eigenbelang bij aanvaarding van de functie, maar ik neem ook een kruiwagen aan kennis mee, voelde geen drempels en had nul inwerktijd nodig.”

Hoewel Gemser er hoogstpersoonlijk aan heeft meegewerkt dat de chef de mission niet langer een vrijwillige passant, maar een professional uit de organisatie van NOC*NSF is geworden, bezet hij zonder schroom die stoel. Maurits Hendriks, de nieuwe technisch directeur, heeft nu eenmaal een te grote kennisachterstand van wintersporten om een rol van betekenis voor ‘Vancouver’ te kunnen vervullen. Gemser met gepaste trots: „Ik heb hem bij de EK schaatsen rondgeleid in de stallen van Thialf; het was zijn eerste kennismaking met de schaatswereld.”

Maar over een jaar, als de Winterspelen voorbij zijn, zal Gemser zijn bevoegdheden overdragen aan Hendriks. „Omdat heden ten dage fulltime inzet van de chef de mission wordt verlangd. Een buitenstaander is een lastige aanhangwagen; hij wordt gedoogd maar heeft amper functionele betekenis. Zonder mijn achtergrond bij NOC*NSF zou dat ook voor mij hebben gegolden.”

Nee, Gemser eigent zich geen taken toe van de technisch directeur. Die bevoegdheden zijn in de aanloop naar de Winterspelen overgedragen aan Jeroen Bijl, hoofd topsportontwikkeling, en Frans van Dijk, prestatiemanager wintersporten. „Zodra het met die twee naar competitie ruikt, doe ik drie stappen terug, want ik ben echt interim. Ik werk als olieman en klankbord. En soms als de schaatsdeskundige die van waarde kan zijn. Dat is mijn betekenis, want daar heb ik verstand van.”

Hiërarchisch staat Gemser als chef de mission boven de KNSB, de schaatsbond waarvoor hij decennialang als coach heeft gewerkt en waar hij in 2001 vertrok. Gemser was woedend over het niet nakomen van de toezegging hem na zijn coachperiode te promoveren tot topsportcoördinator. Met zijn werkgever, het huidige ROC Friesland College, was een afvloeiingsregeling getroffen in de veronderstelling dat Gemser tot zijn pensioen in dienst van de schaatsbond zou blijven.

Op het moment dat de schaatsbond Gemser passeerde en Ab Krook als topsportcoördinator aanstelde, brak er iets bij de schaatscoach. Hij was onthutst: „Ik voelde me écht in mijn kruis getast.” Nu hij zeven jaar later via een andere weg weer met de KNSB is verbonden, kent hij geen wraakgevoelens. „Nee joh, natuurlijk niet. Daar ben ik te groot voor. Er zitten nu andere mensen bij de KNSB. En ik kan de mensen van toen hun onhandigheid nu niet meer verwijten. Ik ben niet haatdragend. Je moet alleen in alle neutraliteit vaststellen, dat zij geen gekwalificeerde functionarissen waren. Maar ik heb de KNSB niet nodig om verder te komen. Dat zie ik als een demonstratie van grote onafhankelijkheid.”

Naast zijn jarenlange vaardigheid als schaatscoach brengt Gemser ook zijn ervaring als technisch directeur van het Watersportverbond mee. Het was weliswaar een kortstondige periode, die abrupt werd afgebroken omdat (opnieuw) afspraken niet werden nagekomen. Gemser zat met een onuitvoerbaar olympisch plan voor de Spelen van 2004 in Athene, omdat het bondsbestuur een toegezegde bijdrage van 1,2 miljoen euro niet kon waarmaken. Na de gedupeerde zeilers te hebben verteld dat zij hun materiaal moesten inleveren, stapte Gemser op. Resoluut: „Beloften niet nakomen en zelf blijven zitten, dát kan niet.”

Voor ‘Vancouver’ heeft de chef de mission geen financiële problemen. Bij zijn aantreden was de begroting al dichtgetimmerd. Gemser kan daar niets aan veranderen; die bevoegdheden liggen bij Bijl en Van Dijk. Maar karig is NOC*NSF niet geweest. Gemser vertelt dat in curling ruim een ton is geïnvesteerd, de bobsleeërs ruim vijf ton te besteden hebben, de shorttrackers op anderhalve ton mogen rekenen en de voorbereidingskosten voor de schaatsers tot zo’n vijf ton zijn opgelopen.

De ploeg die volgend jaar uiteindelijk naar Vancouver reist, zal grotendeels uit voor Gemser bekende schaatsers bestaan. Maar wat weet hij van andere Nederlandse wintersporters? De chef de mission heeft intussen kennisgemaakt met shorttrackers, bobsleeërs, kunstrijdsters en snowboardster Nicolien Sauerbreij. Maar hij heeft nog geen idee welke gezichten bij kandidaten als Dolf van der Wal (halfpipe) en de snowboardscross-tweeling Britt en Bell Berghuis horen. De chef de mission ziet uit naar de kennismaking, want hij wil pertinent niet worden versleten voor iemand die alleen schaatsers kent.

Gelukkig voor Gemser krijgt hij niet te maken met sporters die – zoals hij dat noemt – zich hebben laten omvlaggen, „want daar ben ik allergisch voor”. De chef de mission doelt op buitenlanders die een paspoort zoeken voor deelname aan de Olympische Spelen. De Belg Bart Veldkamp was hem een doorn in het oog. „Niet om Bart, maar vanwege de methode. Of de van oorsprong Australische zeiler Mitch Booth, die een Nederlands paspoort kreeg, met zijn vrouw en vier kinderen in Barcelona bleef wonen en good morning zei als ik hem ’s ochtends begroette. Nee, ik heb geen moeite met sporters als Lornah Kiplagat of Hilda Kibet, omdat die een familiaire relatie hebben. Dat vind ik acceptabel.”

Van de chef de mission wordt een bindende rol verwacht. Hoe verhoudt zich dat met Gemsers uitspraak: ‘Een van mijn handicaps is dat ik geen compromissen kan sluiten’? Met een brede lach: „Dat heb ik in een ‘vorig leven’ als schaatscoach gezegd. Dat was onvergelijkbaar met mijn huidige rol. Ik heb bij de KNSB een aantal keren onder anarchistische omstandigheden moeten werken. Dan word je wel rechtlijnig. Bovendien is topsport compromisloos. Destijds kende mijn palet twee kleuren: zwart en wit. Ik denk dat ik milder ben geworden en ik vind nu van mezelf dat ik compromissen kan sluiten.”