Geld op? Even je trouwring afstaan

Bij de Stadsbank van Lening kun je spullen inleveren tegen contant geld, om ze later weer terug te kunnen kopen.

De klanten zijn niet zielig. Ze zitten gewoon even krap bij kas.

Filiaalhouder Piet Prins (60), al 22 jaar in dienst bij de Stadsbank van Lening, heeft alle leugens al eens gehoord. Hoe vaak zijn klanten niet in het ziekenhuis hebben gelegen, of op de laatste dag in de file stonden. Prins, in zijn kantoor aan de Amsterdamse Albert Cuypstraat: „Dan belt een scharrelaar op met de mededeling dat hij in Tokio zit. ‘Piet, ik kan écht niet komen, kun je mijn spullen nog even vasthouden?’ En dan hoor je daarna op de achtergrond de Amsterdamse trambel.”

Wie even krap bij kas zit, kan bij de Stadsbank van Lening zijn sieraden, muziekinstrument of dvd-speler inleveren tegen contant geld. Wil je de spullen terug, dan moet je binnen zes maanden dat bedrag plus een rente van 7,8 procent terugbetalen. Anders vervalt het eigendomsrecht en gaan de spullen naar de veiling.

Al sinds 1614 probeert de gemeente Amsterdam zo hulpbehoevende inwoners uit handen van commerciële pandjeshuizen te houden, die vroeger soms woekerrentes tot wel 100 procent rekenden. Prins: „In de jaren vijftig dacht iedereen dat de Stadsbank overbodig zou worden. Iedereen kon toch bij elke bank een lening krijgen? Maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger.” En dus zijn er nog altijd pandjeshuizen, die rentetarieven van ruim 20 procent rekenen.

Niet dat iedere bezoeker van de Stadsbank van Lening noodlijdend is. Er komen grofweg drie soorten klanten: handelaren, zoals marktkooplui die even geen geld hebben om een leuk partijtje badkleding op te kopen. Mensen voor wie belenen „een stijl van leven is”, zoals Indonesiërs, Surinamers, Egyptenaren en Antillianen: „Bij wie sparen bij de bank ongewoon is. Zij kopen liever sieraden, die ze belenen bij geldtekort en pas terugkopen als de kinderbijslag binnen is.” En de groep die simpelweg niet rondkomt.

Die laatste groep, opperen de media vaak bij Prins, zal wel groter zijn geworden nu de crisis heeft toegeslagen. Dat is niet het geval: „Bij recessies loopt de Stadsbank altijd een jaar achter op de ontwikkelingen. Loop maar eens door de Bijenkorf, mensen kunnen nu nog volop consumeren. Pas als de werkloosheid toeneemt, wordt het hier drukker. Totdat alle spullen die ze kunnen belenen op zijn. Dan neemt het weer af.”

Juist in tijden van voorspoed ziet Prins de rijen groeien. „In de jaren negentig, toen de bomen tot in de hemel groeiden, werden mensen verblind door megapixels. Juist in topjaren gaan mensen niet goed met hun geld om. En dan blijkt niet armoede, maar juist budgetteren het probleem.”

De meeste van zijn klanten zijn niet zielig, benadrukt Prins. Voor hen is belenen een makkelijke, veilige manier om snel aan geld te komen. Zoals de Arabier die voor een miljoen aan diamanten kwam belenen. „Die moest wel even wachten op zijn geld, zoveel contanten hebben we niet in de kluis.”

Of de drie Turkse zussen die hun trouwarmbanden kwamen inleveren om hun broer aan startkapitaal te helpen. Trouwsieraden belenen, vertelt Prins, is hier de normaalste zaak van de wereld. „Een trouwring gaat zo veertig keer over de toonbank. Al krijg je er weinig contanten voor: op de veiling blijken trouwringen onverkoopbaar, dus taxeren onze medewerkers achter de balie ze als sloopgoud.” En wie dán te laat is met terugkopen, weet Prins, „heeft thuis wat uit te leggen”.

Zo’n 90 tot 95 procent haalt z’n sieraden gewoon op tijd op, al zijn sommige klanten wél echt blut. Zoals „de vrouw die bij binnenkomst het kinderfietsje onder haar kind vandaan trok.” Of klanten die met een creditcard bij BCC een dvd-speler kopen en die dan nieuw in de doos bij de Stadsbank komen belenen. „Die betalen twee keer rente, daar komen ze nooit meer uit.”

Het filiaal aan de Albert Cuyp telt twee verdiepingen met beleende gebruiksvoorwerpen. Gitaren, veruit het populairste onderpand, een oude Gründig-tv van iemand die er al vijftien jaar rente voor betaalt, een Märklin-treintjesverzameling, boormachines, een hogedrukspuit, een staande klok en een ongebruikt Senseo-apparaat. Prins ziet alle modeartikelen komen en gaan: „Geen dwarsfluiten meer, het Berdien Stenberg-effect is voorbij. Maar wel veel dvd-spelers voor achterin de auto.”

Bij dure spullen is een aankoopbewijs of echtheidscertificaat vereist. Het moet gestolen goederen en imitatie buitensluiten. Prins: „Door schade en schande zijn we wijzer geworden. Meestal kan ik wel zien wanneer een Rolex nep is: minder strakke wijzers, een ruwere afwerking. Maar ook bij de Stadsbank glipt er wel eens iets doorheen. Vervalsingen worden steeds beter.”

En plasma-tv’s neemt Prins alleen maar compleet aan. Prins: „Twee jongens kwamen hier binnen met een gigantisch scherm zonder voet en beugel, zó bij iemand van de muur getrokken. Hij was van oma, zeiden ze. Dat kunnen we natuurlijk zo niet aannemen, zei ik. Ga thuis maar de beugel halen. Maar dát kon niet, dán zou oma zien dat ze de tv weg hadden gehaald. Ach ja, ik wilde ze nog wel een paar tientjes meegeven. Voor de snorder, die stond buiten op ze te wachten.”