Folkvernieuwer en voorloper triphop

John Martyn was een groot vernieuwer van de Britse folk. Het indrukwekkende Solid Air (1973) droeg hij op aan vriend Nick Drake.

Kenmerkend waren zijn hoge ijle stem en de jazzy timing in het gitaarspel. Zanger/gitarist John Martyn, die op 29 januari op zestigjarige leeftijd is overleden door nog onbekende oorzaak, was een groot vernieuwer van de Britse folk-scene in de jaren zeventig. Martyn, zoon van twee operazangers, maakte twintig platen en was zeer populair in Nederland.

De muzikant Martyn was te eigenwijs om zich in één genre te laten vangen. Hij vervormde zijn gitaar met echoplex en fuzzbox tot het klonk als geblubber, en zijn plaat One World (1977) die hij samen maakte met reggae-producer Lee ‘Scratch’ Perry, wordt door sommigen beschouwd als voorloper van de triphop.

John Martyn werd eind jaren zestig ontdekt door Chris Blackwell, oprichter van het Island-label. Island was destijds een ‘folk-nest’ waar onder anderen ook Martyns vriend Nick Drake zijn platen uitbracht. Martyn droeg een van zijn indrukwekkendste platen, Solid Air (1973), op aan Nick Drake.

John Martyn maakte zijn eerste album in 1967 en zijn laatste in 2004. Begin jaren zeventig werkte hij samen met zijn toenmalige vrouw Beverley. Over hun scheiding maakte hij later de plaat Grace and Danger (1980) die zo somber was dat labelbaas Blackwell het verschijnen een jaar heeft tegengehouden.

Voor Martyn zelf was Grace and Danger het hoogtepunt uit zijn oeuvre, een ‘dagboek’ noemde hij het. In deze periode raakte Martyn verstrikt in drank- en drugsgebruik, maar de muziek liet hij nooit los; elke paar jaar verscheen er een nieuwe plaat.

Een paar jaar geleden werd bij Martyn een been geamputeerd, als gevolg van een opengebarsten cyste. Hij belandde in een rolstoel, maar trad nog steeds op. Op het prachtige carrièreoverzicht, Ain’t No Saint, dat vorig jaar verscheen, is ook op liveopnamen te horen hoe bijzonder John Martyns eigenzinnige, organische klanken waren. Martyn schilderde met geluid.