Een wereld van objecten, elementen en concepten

Een vriend vroeg mij mee naar een inspreekavond over de invulling van het nog niet bestaande Witte de Withplein. Ik had nog nooit een inspreekavond bijgewoond. Wel had ik meegemaakt dat er in mijn ouders’ straat nieuwe bomen gekozen mochten worden, iets wat resulteerde in een intrigerend proces vol avonden met: ‘Hoe iepen het straatbeeld totaal zullen aantasten: een powerpoint-demonstratie’. Ik hoopte dat de inspreekavond zoiets zou zijn, alleen dan met een projectleider in ruitjesoverhemd en een zaal vol morrende buurtbewoners, dus ik nam de uitnodiging graag aan.

Nu was het zo dat ik niet in het stadsdeel van het aankomende plein woonde. Ik woonde eigenlijk niet eens in dezelfde stad. Hierdoor voelde ik me een beetje crimineel, alsof ik een spion was van een concurrerende gemeente, gestuurd met de missie het project van binnen uit te laten mislukken (ervoor zorgen dat er een enorm kunstwerk van een imam in zijn blootje zou komen te staan). Voor we naar binnen gingen vroeg ik aan de vriend: ‘Maar wat als ze er achter komen dat ik hier niet woon?’ waarop hij zei: ‘Dan word je waarschijnlijk bekogeld met bokkenpootjes tot de dood erop volgt.’

Het bleek een soort expositie van de plannen op papier, waar mensen vrijelijk hun gedachten en ideeën bij mochten schrijven. Onder het tl-licht liep een architect die me herhaaldelijk daartoe aanmoedigde met: ‘Als jij niets schrijft, weet ik niets!’ Op de drie verschillende plannen, die allemaal te maken hadden met de inrichting van het zit-, water- en lichtelement, stonden opmerkingen als: ‘Mooi!’ of ‘Wel drinkwater, toch?’ We liepen verder langs de tekeningen, die we peinzend bekeken, en bij de laatste tekening zeiden we opeens doodernstig: ‘Maar levert het zitobject op deze manier wel de functionaliteit die het plein verdient?’ En zo was ik ongemerkt en geleidelijk één geworden met een wereld van objecten, elementen en concepten.

Ik bleef bijna anderhalf uur en schreef de papieren vol, opperde een plein met een fontein waar de bankjes in halve cirkels naar elkaar toe gedraaid stonden, en dacht voor het eerst na over de voor- en nadelen van platanen. De enige die mij in fanatisme overtrof was een vrouw die zelf ter plekke een plan 3b had bedacht. En ik werd enthousiast over het plein, maar nog meer over inspraakavonden, buurthuisworkshops en participatiepicknicks, en was opeens heel blij dat dat allemaal bestond. Uiteindelijk trok ik al zwaaiend de deur achter me dicht. Best jammer dat ik hier dus niet woonde.