Een tombola van vragen en speculaties

Nieuwsanalyse

De commissie-Davids heeft vele vragen te onderzoeken. Belangrijk is de vraag hoe sluitend de juridische redenering voor ‘Irak’ was.

Wat wordt de kern van het onderzoek van de commissie-Davids?

Er zijn vele vragen, speculaties en zelfs complottheorieën te onderzoeken. Het voornaamste lijkt de legitimiteit van de Amerikaans-Britse inval in Irak te worden, want dat element raakt het hart van de Nederlandse redenering om de inval politiek te steunen.

Het toenmalige kabinet-Balkenende verleende die steun niet omdat Irak massavernietigingswapens zou hebben (de belangrijkste reden van de inval voor de VS en de Britten), maar omdat Saddam niet meewerkte aan VN-resoluties. De oorlog werd begonnen zonder een expliciete mandaterende resolutie voor geweld van de VN. Zo’n resolutie was volgens Balkenende weliswaar „wenselijk, maar niet noodzakelijk”. Hij zag een „sluitende juridische redenering”. Eerdere VN-resoluties uit de Golfoorlog konden namelijk ook gehanteerd worden als zo'n noodzakelijke ‘geweldsresolutie’.

Dat was, ook in 2003 al, een omstreden zienswijze die ambtenaren van de juridische diensten van zowel Defensie als Buitenlandse Zaken, vóór de inval, ook onder de aandacht brachten. Waarom koos het kabinet anders? Op welke bronnen van gezag baseerde het zich? Was het inderdaad zo dat er geen ruimte was voor kritische geluiden, zoals uit een onlangs uitgelekt memorandum bleek? En waaruit bestond de „eigenstandige afweging” die het kabinet zegt te hebben gemaakt als het ging om de Irakese dreiging? Over deze vragen zal Davids zich moeten buigen. En dan is er nog de tombola aan verdere vragen en speculaties. Verleende Nederland niet toch ook militaire steun aan de inval, zij het op kleine schaal? Of de uitkomsten erg spectaculair zullen zijn, is onduidelijk. Meer voor de hand ligt dat de commissie het beeld zal schetsen van een demissionair kabinet dat, onder leiding van een jonge premier zonder veel buitenlandervaring in 2003, in een vorm van Realpolitik, koos voor de Amerikaans-Britse lijn. Daarbij waren tegengeluiden niet altijd welkom. Zoals oud-minister Bot al eens diplomatiek zei: achteraf gezien waren betere opties mogelijk geweest. Eén ding staat vast: de dynamiek rond ‘Irak’ is voorlopig nog niet uit de lucht.

Vervolg Onderzoek: pagina 3

Balkenende had nog weinig opties over

Het woord ‘dynamiek’ gebruikte de premier gisteren ook om, na jaren van hardnekkig verzet, tóch een onderzoek toe te staan. Maar de realiteit is óók dat Balkenende weinig opties over had. De druk voor een onderzoek was groot. Voor hem op tafel lagen vragen uit de Kamer, die hij niet wéér kon beantwoorden met de bekende mantra’s die al jaren in het Irak-dossier rondgaan. Dat had hij in december, bij vragen uit de senaat, nog wel geprobeerd. Het bleek een fatale misrekening. Een meerderheid achtte de antwoorden dermate onbevredigend (een „Tibetaans gebedsmolentje”, schamperde VVD-fractievoorzitter Rosenthal) dat inmiddels een meerderheid voor een onderzoek in de Eerste Kamer reëel is.

Intussen bleek ruim twee weken geleden dat volkenrechtdeskundigen op Buitenlandse Zaken, niet lang na de oorlog, een memo naar hun toenmalige minister De Hoop Scheffer hadden gestuurd waarin ze nog eens aangaven dat de rechtsgrond onder de Nederlandse juridische redenering van de politieke steun niet deugde. Het memo toonde nog wat anders aan: de ambtenaren lieten hun minister weten dat hun kritische mening maar weinig gewild was. Het memo werd door de hoogste ambtenaar weggehouden van de minister. Of de bewindsman er misschien mondeling wel van op de hoogte was, was één van de vragen uit de Tweede Kamer. En of ze een afschrift mocht hebben van een eerder geciteerd kritisch memo met volkenrechtelijke bezwaren. En van een soortgelijk memo van de directeur juridische zaken van Defensie, weken vóór de inval. En of de uitspraken van de voormalige Amerikaanse onderminister Armitage klopten dat er toch wel een link zou zijn tussen de Nederlandse opstelling en zijn latere benoeming als NAVO-chef. Balkenende stond voor een dilemma. Opnieuw alle vragen ontwijken was geen optie meer. Er inhoudelijk op ingaan zou allerlei nieuwe vragen oproepen. En dus koos de premier voor uitstel. In november hoopt de commissie-Davids haar bevindingen te kunnen presenteren.