Chaos bij de rechtbank

Vandaag heb ik de tweede dag bijgewoond van het hervatte proces tegen de verdachten van de moord op onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja. Een belevenis om nooit meer te vergeten. Dat proces wordt gevoerd in een piepklein rechtzaaltje van het militair gerechtshof aan de Arbat. Op een oppervlak van zes bij tien meter zitten zo’n zestig  mensen

Portret van Politkovskaja tijdens een demonstratie. (Foto Reuters)

Portret van Politkovskaja tijdens een demonstratie. (Foto Reuters)Portret van Politkovskaja tijdens een demonstratie. (Foto Reuters)

Vandaag heb ik de tweede dag bijgewoond van het hervatte proces tegen de verdachten van de moord op onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja. Een belevenis om nooit meer te vergeten. Dat proces wordt gevoerd in een piepklein rechtzaaltje van het militair gerechtshof aan de Arbat. Op een oppervlak van zes bij tien meter zitten zo’n zestig  mensen die er iets mee te maken hebben bovenop elkaar.

Voor in de zaal, op een podium, troont natuurlijk de rechter, Jevgeni Zoebov, een ongeïnteresseerde veertiger die voortdurend in zijn oor pulkt en aan zijn benen krabt. De rechtzaak lijkt een verplicht nummer voor hem, al lijkt hij geen overzicht te hebben over de processtukken. Gisteren heeft hij tegen de aanwezigen gezegd van zijn bazen te hebben gehoord dat hij moet opschieten met de zaak. Met een beetje geluk spreekt hij vrijdag zijn oordeel uit, want officieel is het de laatste week van het proces.

Voor het podium staat het tafeltje waaraan de procureurs zitten. Zoals wel vaker in Rusland zijn dit vrouwen van rond de dertig. Hun taak is het kritisch ondervragen van de verdachten en de getuigen. Uit hun mond werd vandaag echter geen zinnige vraag vernomen.

Naast hen staat de kooi waarin de vier verdachten worden gestopt, nadat ze geboeid door de militia zijn binnengebracht. Twee van hen zijn de Tsjetsjeense broers Magmoedov, de vermeende handlangers van hun voortvluchtige broer Roestam, die het dodelijke schot zou hebben gelost.  Naast hen zit de hoge politieofficier Chadzjikorbanov en een FSB-agent. Die FSB-agent zit er op dit moment voor Piet Snot bij, omdat het onderzoek naar zijn betrokkenheid bij de moord nog loopt. Het huidige proces richt zich dus alleen op de twee broers Magmoedov en de politieagent.

Voor die kooi zitten hun advocaten, tegenover hen de jury. Tegenover de rechter, aan het andere eind van de zaal, zitten de advocaten van de familie van Politkovskaja. Een van die advocaten, Anna Stavitskaja, heb ik geinterviewd voor de krant van vandaag. Zij noemde tijdens ons gesprek het proces een grote farce.

Achter de advocaten van de familie staan twee banken voor de pers en de familieleden van de betrokkenen. Bij de deur staan leden van de oproerpolitie met mitrailleurs, voor het geval de zaken uit de hand lopen.

Van enig kritisch ondervragen was vandaag niets te merken. Het proces verliep in een onmetelijke chaos. Noch de rechter noch de procureurs hadden ook maar iets voorbereid. Nieuwe bewijsstukken doken ineens op en gingen van hand tot hand zonder dat iemand er iets mee deed. De taak van de rechter bestond vooral uit het in rap tempo voorlezen van enkele processen verbaal aan de juryleden.

De indruk die bij mij en de twee andere aanwezige buitenlandse journalisten werd gewekt was die van totale wanorde. De Russische rechtbankverslaggeefsters deden al niet eens moeite om iets op te schrijven. In plaats daarvan kauwden ze kauwgom en speelden computerspelletjes op hun Iphones. Ik had dan ook weinig fantasie nodig om Stavitskaja’s conclusie te kunnen beamen, want het proces deed mij eerder denken aan capita selecta uit Gogols roman Dode Zielen dan aan een serieuze rechtzaak.

Omdat een van de verdachten, politieofficier Sergej Chadzjikoerbanov, in 2002 betrokken is geweest bij de ontvoering en marteling van de directeur van een reisbureautje, Edouard Ponikarov, wordt die zaak tussendoor als een bijzaak behandeld. Om de eenvoudige reden dat als Chadzjikoerbanov indertijd voor die ontvoering en mishandeling was veroordeeld, hij nooit bij de moord op Politkovskaja betrokken zou kunnen zijn geweest. ,,Zo gaat het nu eenmaal bij ons”, zei  Stavitskaja in de pauze over deze bijzaak.

Als getuige in deze martelingszaak werd na het verhoor van Ponikarov een majoor van de militie, Andrej Alejsin, opgeroepen, die door de advocaten van de verdachten helemaal niet gewenst was. Een fout in de dagvaarding, zo bleek het. De advocaten van de verdachten schreeuwden door elkaar heen. De rechter schreeuwde mee. De procureurs zwegen gedwee. Niemand leek enig respect voor elkaar te hebben.

Voor zijn verhoor begon vroeg Alesjin aan de rechter garanties voor zijn veiligheid, voor als hij straks weer buiten de rechtzaal zou staan en de FSB hem ter verantwoording zou roepen voor zijn uitspraken. De rechter antwoordde dat hij hem die garanties niet kon geven. Wel adviseerde hij de aanwezige journalisten om Alesjins rechtzaak te volgen.

Majoor Alesjin was het hoofd van de afdeling ontvoeringen, maar werd er op een gegeven moment door de FSB van beschuldigd zelf mensen te ontvoeren in ruil voor losgeld. Hij zat nu in de Lefortovo-gevangenis in afwachting van zijn proces.

Tijdens de ‘ondervraging’ van Ponikarov in 2002 diens kantoor was Alesjin er door zijn collega’s van de militie bijgevraagd. In Rusland gaat dat vaak zo, want hoe meer aanwezigen, hoe minder de individuele schuld. Alesjin vertelde weliswaar dat hij niets gezien had van martelingen ( zoals het met een mes behandelen van Ponikarovs vingers), maar dat bij het verhoor wel leden van de FSB aanwezig waren.  Die mededeling was natuurlijk groot nieuws. Terwijl noch de procureurs noch de rechter noch de advocaten hem vroegen hoe het kon dat Ponikarov enkele minuten eerder nog uitvoerig had verteld te zijn gemarteld.

Toen de majoor werd gevraagd of hij Ponikarov in de zaal herkende, draaide hij zich om. Met grote opgezette ogen speurde hij demonstratief de bankjes achter zich af om na een halve minuut stil te houden bij Ponikarov die voor me zat. De hele zaal lag dubbel van het lachen, alsof we naar een komedie in het Tagankatheater zaten te kijken. Maar op datzelfde moment verloor Alesjin voor mij zijn geloofwaardigheid en kreeg ik het gevoel met een leugenaar te maken te hebben die deel uitmaakte vaneen complot om de chaos te vergroten en het mistgordijn rond de zaak-Politkovskaja alleen maar groter te maken. Toen hij de zaal werd uitgevoerd, riep hij vanaf de drempel nog dat hij zwaar gestraft zou worden door de FSB als hij teveel zou hebben verteld. Maar ook daarin leek hij op een B-acteur.

Na een tweede pauze werd de hoofdredacteur van Novaja Gazeta, Dmitri Moeratov, gehoord. Hij mocht van de porcureur vertellen wat de positie van Politkovskaja op de redactie van zijn krant was. ,,Een legende”, antwoordde Moeratov, die vervolgesn begon uit te leggen wat zijn sterredacteur allemaal voor goede werken voor de Tsjetsjeense bevolking had verricht.

Vervolgens werd hij door een van de advocaten van de verdachten op een agressieve manier ondervraagd, alsof hij zelf in de beklaagdenkooi zat. Zo werd hem gevraagd of zijn lezers veel intelligenter waren dan de redactie. Toen Moeratov dit beaamde - een groter compliment kan een hoofdredacteur zijn lezers tenslotte niet geven - zei de advocaat alleen: ,,Dank u!” Hij had zijn punt ten opzichte van de jury gemaakt en de redactie van Novaja Gazeta neergezet als een stelletje onnozelen.

Wel kwam Moeratov met nieuw bewijsmateriaal aanzetten over de andere passagiers in het vliegtuig dat de Magmoedov-broers naar Moskou had gebracht. Maar de manier waarop hij bij het voorleggen van dit bewijs van repliek werd gediend overtuigde me ervan dat de zaak-Politkovskaja nooit zal worden opgelost. Om de eenvoudige reden dat de mensen die zich er vanuit hun professie mee bezig moeten houden daar totaal niet in geïnteresseerd zijn.