Albino’s in angst

Albino’s in Tanzania leven in panische angst.

Toverdokters azen op hun lichaamsdelen, die kwalen zouden tegengaan.

Gibson Mullen (40) voelt zich als een schichtige gazel op de savanne. Hij houdt op zijn kantoor in de Noord-Tanzaniaanse stad Arusha de rekening van zijn juist aangeschafte pistool vlak voor zijn slechte ogen. „Dat kostte me 1,4 miljoen shilling [ongeveer 900 euro], ik heb het nog niet kunnen afbetalen. Wij albino’s moeten ons beveiligen, anders worden we in stukjes gehakt.”

Een panische angst heeft de albino’s van Tanzania – naar schatting 200.000 op een totale bevolking van 40 miljoen – in zijn greep gekregen. Voor een albino is Afrika een vloek. Een dikke laag cement kwam op het graf te liggen van een onlangs in Arusha overleden albino. Om te voorkomen dat zijn lichaam wordt opgegraven en in stukjes gesneden. Gibson vertelt hoe meer dan zeventig Tanzaniaanse albino’s de afgelopen veertien maanden werden vermoord, hun lichaamsdelen bestemd voor hekserij.

Wie de daders zijn van de golf van moorden op albino’s blijft een mysterie. Ongeveer veertig verdachten zitten achter tralies, nog niet één is er veroordeeld. „Het is hebzucht”, zegt een advocaat in Arusha. „Sommige criminelen worden hier heel rijk van. Zij geven opdracht tot de moorden, verkopen de drankjes aan heksen, die ze weer tegen hoge prijzen doorverkopen aan gelukszoekers.”

De Tanzaniaanse regering, in verlegenheid gebracht door de primitieve moorden, benoemde onlangs een albino parlementslid om te tonen dat ze de hekserij met lichaamsdelen wil bestrijden. Afgelopen week heeft ze ook de vergunningen ingetrokken van alle traditionele genezers.

Albino’s zijn gewone mensen met een gebrek. Maar in het magische Afrika moet nog vaak worden uitgelegd dat albino’s alleen lijden aan een tekort aan huidpigment, dat bescherming biedt tegen ultraviolette zonnestralen. De zon verbrandt hun huid en geeft kankergezwellen; hun toch al slechte ogen kunnen niet tegen de felle stralen. Een paar flesjes goede zonnebrandolie en een bril zouden het verschil tussen hemel en hel kunnen betekenen, maar die liggen meestal buiten hun bereik.

De ouders van Gibson scheidden direct na zijn geboorte. Omdat hij een albino was. „Vroeger ondervonden albino’s al moeilijkheden door bijgeloof”, zegt Gibson, „maar sinds enkele jaren geleden tovenaars hun zinnen zetten op onze lichaamsdelen, leven we pas werkelijk in de hel.” Toverdokters vertelden vroeger hoe lichaamsdelen van kale mensen magische krachten bevatten, nu prijzen ze hun patiënten albinolichaamsdelen aan. „Waren ze maar doorgegaan met kale heren af te slachten”, zegt Gibson, schamper lachend.

Mkombozi Omari is hoofd van de Tanzaniaanse Vereniging van Traditionele Dokters. Hakt hij albino’s aan stukjes? „Er bestaan kruidendokters en tovenaars”, volgt rap zijn antwoord, „ik ben een kruidendokter”.

Een kruidendokter kent de geheimen van wilde planten om te genezen. Een soepje van kippenvlees en wortels maakt vrouwen vruchtbaar, of mannen potent. „Menselijke delen gebruiken we nooit”, verzekert Omari.

De aantrekkingskracht van de traditionele geneeskunde is groot in Afrika, vermoedelijk meer dan de helft van de Afrikanen raadpleegt kruidendokters en maakt geen gebruik van moderne geneeskunde. Verwarrend is waar de kruidengeneeskunde ophoudt en de hocus pocus begint. Omari heeft een middeltje om geluk op te wekken, voor bij examens, huwelijksaanzoeken en speculatie op de beurs. „Kijk, als je dit middeltje van wortelsappen op je voorhoofd smeert, geeft je baas je loonsverhoging als je erom vraagt. Maar je moet wel geloven in de macht van God, anders werkt het niet.”

De invloed van geesten is op het gehele continent voelbaar, van sloppenwijk tot presidentieel paleis. Vooral onder volkeren in West-Tanzania drukt de geestenwereld een zwaar stempel op het dagelijkse leven. Tovermiddeltjes in amuletten beschermen tegen ongeluk, haar van albino’s in netten leveren vissers een grote vangst op, en door een drankje met poeder van albinohuid en beenderen zal de mijnwerker goud vinden. Op een avond zes maanden geleden omsingelde een groep met messen bewapende overvallers het huis waar een albinomeisje woonde. Haar geknevelde moeder zag lijdzaam toe hoe ze de onderbenen van haar albinodochter afhakten en haar met de bebloede stompen achterlieten.

Samuel Miliyo vreest voor zijn kind, vertelt hij. „Ik laat hem nooit alleen naar school gaan”. Samuel en zoon Molle van het beroemde Masaivolk wonen net buiten Arusha, aan de voet van de berg Meru met een royaal uitzicht op de savannes beneden. Molle, zeven jaar oud en albino, gluurt onder zijn pet met brede randen, zijn pupillen wild draaiend om scherp te kunnen stellen. Zon en fel licht zijn een marteling. „Vorige week kwamen er oudere jongens op me af en begonnen op me in te beuken. Ze scholden me uit voor Mzungu, een blanke.”

Op school kan Molle niet meekomen. Met zijn slechte ogen kan hij nauwelijks lezen en geld voor een bril heeft zijn vader niet. „De onderwijzer noemde me ‘zero-zero’”, vertelt Molle. „Ik heb geen idee wat hij daarmee bedoelde.” Samuel Miliyo stuurt Molle weg en fluistert: „‘Zero zero’ betekent: afstammeling van de duivel. Tot nog niet zo lang geleden doodden Masai’ hun albino baby’s direct na de geboorte. Hoe kan ik mijn stamgenoten ervan overtuigen dat ik wil dat mijn zoon blijft leven?”