Pragmatische ChristenUnie telt zegeningen

De ChristenUnie staat voor „bezielde politiek zonder streken”. Dat hoeft van het partijcongres niet te blijken uit onderzoek naar steun aan de Irak-oorlog.

Macht en christelijke principes. Op het tweejaarlijkse partijcongres van de ChristenUnie, afgelopen zaterdag, vertelde de partijleiding over de moeilijkheid om, ingesloten tussen twee grote partijen in een coalitie, duidelijk te maken dat juist de ChristenUnie de toon zet van het huidige „christelijk-sociale kabinet”.

Het is het eeuwige probleem van de kleine derde partij; nodig om een regeringscoalitie te vormen, maar niet groot genoeg om geloofwaardig een stempel op het beleid te zetten. Bovendien is het niet eenvoudig om als „principiële partij”, zoals partijleider André Rouvoet het noemt, water bij de wijn te doen.

Niettemin benadrukten Rouvoet en fractievoorzitter Arie Slob op het congres dat de ChristenUnie „het verschil maakt” in de Haagse politiek, niet PvdA en CDA. Om dat te illustreren, presenteerde Arie Slob in de Haarlemse concertzaal de Philharmonie een „zegeningenregister”. Zo noemen de fractieleden de lijst met nieuwe wetgeving die, volgens Slob, rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie komt: gezinsbeleid, gratis schoolboeken, kilometerheffing, kindgebonden budget, windmolenparken en nog veel meer.

Slob nam zelfs een voorschot op de toekomst. Mocht het kabinet binnenkort onder druk van de economische crisis de begrotingsregels loslaten, dan kan de partij dat besluit claimen. De fractieleider kondigde op het congres immers al aan dat de ChristenUnie ertoe bereid is. Met de koopzondagen hetzelfde. De PvdA mag zinspelen op een versoepeling; die komt er niet. De ChristenUnie zal het niet toestaan.

Voelen politici van de ChristenUnie toekomstig beleid goed aan? Partijleider Rouvoet maakte daar een belangrijk punt van. Christelijke politiek, zei hij, is „geen achterhoedegevecht”. Dat is een „achterhaald beeld”. De partij neemt juist voortdurend standpunten in die enige tijd later gemeengoed zijn. Zoals het immigratiestandpunt; streng toen het nog geen mode was, mild toen de rest van de politiek nog hamerde op integratie en gesloten grenzen. Hetzelfde voor het Europa-beleid. De ChristenUnie was altijd tegen de ratificatie van de Europese grondwet. „Inmiddels zijn alle partijen opgeschoven in de richting van ons realistische geluid.” Christelijke politiek, concludeerde Rouvoet, „loopt in de voorhoede”. En wie daar loopt, zo benadrukte hij, vangt ook de eerste klappen op.

Dat merkte zijn collega in het kabinet, minister Eimert van Middelkoop (Defensie). Onlangs kwam hij opnieuw in opspraak nadat hij twee journalisten had verteld dat Nederland na de missie in Uruzgan niet weer aan een groot karwei in Afghanistan zou beginnen. Dat had hij niet mogen zeggen, zo maakten de premier en de minister van Buitenlandse zaken – beiden CDA – duidelijk. Daarna ging Van Middelkoop zwabberen, wat hem een spoeddebat indreef. Uit een peiling van het tv-programma Eén Vandaag bleek dat zelfs een kleine meerderheid van ChristenUnie-leden meende dat Van Middelkoop moet opstappen.

„Ik geef het toe, soms zuchten we wel eens bij Eimert. Hij kan soms wat té openhartig zijn”, zei Slob minstens zo openhartig. Toch heeft Van Middelkoop „het hart op de goede plek zitten”, zei Slob. En misschien nog wel belangrijker: de christen op Defensie is niet „een minister van streken”. Dat is de politieke stijl die de ChristenUnie voorstaat: „Bezielde politiek zonder streken.” Slob: „We kunnen én willen niet anders.”

Wat betekent dat voor de praktische politiek? Voor bijvoorbeeld een parlementair onderzoek naar de politieke steun voor de oorlog in Irak? Zaterdag stemde de ChristenUnie over een resolutie die de Eerste Kamerfractie van de partij moet dwingen zelf een parlementair onderzoek te beginnen.

Het liep af met een anticlimax. Met achttien stemmen verschil bepaalde het congres dat de fractie de antwoorden van het kabinet rustig mag afwachten. Meer bezielde politiek zat er zaterdag in de Haarlemse Philharmonie niet in.