Nationalisme levert winst op in Irak

De partijcoalitie van de Iraakse premier Nouri al-Maliki heeft volgens voorlopige uitslagen grote winst geboekt in de provinciale verkiezingen van zaterdag. De groep voerde campagne met een nationalistisch en anti-sektarisch programma, met nadruk op ordehandhaving.

Ook de seculiere partij van ex-premier Iyad Allawi zou winst hebben geboekt. Daarmee zouden de Irakezen zich in belangrijke mate hebben afgekeerd van het sektarisme dat het land sinds de omverwerping van het regime van Saddam Hussein in zijn greep had. Maliki zelf, wiens partij 6 van de 275 zetels in het parlement bezet, heeft hiermee zijn mogelijkheden vergroot om zijn bewind voort te zetten na de parlementsverkiezingen in december.

De verkiezingen verliepen rustig. Wanneer de definitieve uitslagen komen, is niet bekend. De opkomst was met 51 procent relatief laag. In 2005 was de opkomst 55 procent. In tegenstelling tot zaterdag ging in 2005 de sunnitische minderheid onder druk van rebellen niet of nauwelijks stemmen.

Voorzover ze nu bekend zijn, betekenen de uitslagen een vernietigende nederlaag voor de fundamentalistisch-shi’itische Opperste Islamitische Raad, die op dit moment acht van de negen zuidelijke, shi’itische provincies in zijn macht heeft. Volgens een zegsman uit Maliki’s omgeving heeft diens ‘Staat van het Recht’-coalitie de meeste stemmen gekregen in alle zuidelijke provincies plus Oost-Bagdad, dat na de zuiveringen van de afgelopen jaren shi’itisch is. Shi’ieten maken 60 procent van de bevolking uit, tegen 20 procent sunnieten en 20 procent Koerden. In de drie autonome Koerdische provincies en in de door de Koerden opgeëiste provincie rond Kirkuk werden geen verkiezingen gehouden.

In de gemengde provincies Niniveh en Diyala was de opkomst relatief hoog. Dat kan ten koste gaan van de Koerdische minderheid, die hier in 2005 politiek profiteerde van de sunnitische boycot. In de sunnitische provincie Al-Anbar, tot 2007 het centrum van de opstand, ging 40 procent van de bevolking stemmen.