Munitie voor een Russische veldtocht

Als ergens de veranderende machtsverhoudingen in Europa zichtbaar worden, dan is het wel bij het Eurovisie Songfestival. Keer op keer bijten de vroeger dominante West-Europese landen in het zand, ten gunste van winnaars uit naties waar veel mensen tot voor kort de naam niet eens van kenden. Uiteraard wordt dat fenomeen toegeschreven aan corruptie, vriendjespolitiek en vooral de hegemonie van de wansmaak.

Maar dit jaar worden hier en daar serieuze maatregelen genomen om in mei in Moskou terrein terug te winnen. De Britten lieten musicalcomponist en halfgod van de lichte muziek Andrew Lloyd Webber een liedje schrijven. Lord Webber bezocht ter oriëntatie premier Poetin en sprak zijn eigen landgenoten toe met een slechts half ironische redevoering. De leuze Your country needs you! riep zaterdag bij de BBC de televisiekijkers op om hun stem uit te brengen op de beste vertolker. Dat werd een rijzige jonge Shirley Bassey uit Oost-Londen, luisterend naar de naam Jade. Het liedje It’s My Time is Webber op z’n best: een beetje voorspelbaar, maar buitengewoon effectief en zeker een kanshebber voor de top vijf.

Ook in Nederland wordt zwaar geschut in stelling gebracht. Bij ons stonden de zangers vast – het exuberante koningstrio van de concerten in de Arena, de Toppers – maar moest nog wel een liedje worden uitgekozen. De zes songs waaruit een vakjury (met als lid de pin-up van Kroatische afkomst Tatjana Simic) en het publiek gisteren bij de TROS een keuze moesten maken, vielen niet mee. Het werd een tamelijk geestloze ABBA-variatie, Shine, die in Moskou vermoedelijk wederom niet eens door de halve finale zal komen.

Om inzicht te krijgen in de grillen van de Oost-Europese volksziel is misschien iets meer inzet nodig dan die van Tatjana alleen. Zeer aanbevolen voor Ruslandgangers is de gisteren begonnen serie reisreportages Van Moskou tot Magadan (VPRO). Daarin bezoekt de in Moskou wonende journalist Jelle Brandt Corstius uithoeken van het oude Sovjetimperium. Geprogrammeerd op het tijdstip van Van Dis in Afrika en het teleurstellende Van Rossem in Amerika had het, net als Van Dis’ programma door Hans Pool geregisseerde nieuwe format eigenlijk Brandt Corstius in Rusland moeten heten.

De toon is verrassend ontspannen en open. De reporter zegt dat hij elke dag in Rusland van zijn stuk wordt gebracht en dat het er nooit saai is. We zagen hem gisteren in het Altaigebergte (aan de grens met Mongolië) raketafval oprapen en praten met slachtoffers van ambtelijke willekeur. Hij verbaast zich over de apathie en de hartelijkheid. Rauwe onderwerpen, eerlijk, warm, nieuwsgierig: Jelle is een aanwinst op televisie.