Met z'n allen tegen Boom

Veldrijder Lars Boom was favoriet bij het WK, maar de Belg Niels Albert won.

Marianne Vos werd in haar eigen Brabant wel voor de tweede keer wereldkampioen.

‘De Boom is geveld’ staat op een spandoek in het overvolle centrum van Hoogerheide, dat geel is gekleurd door de Vlaamse vlaggen. „Larsje bedankt!”, lallen beschonken Belgische supporters in de richting van de bus van de verslagen Nederlandse wereldkampioen van vorig jaar. Het wereldkampioenschap veldrijden in Hoogerheide had dé wedstrijd moeten worden van topfavoriet Lars Boom, maar het liep uit op een ware Vlaamse strafexpeditie in het Brabantse land.

Toch hadden ook de Nederlandse fans iets te juichen gehad. Want kort voor het Vlaamse machtsvertoon bij de mannen had Marianne Vos zich voor de tweede keer in haar carrière laten kronen tot wereldkampioen. Het was alweer de vierde wereldtitel in het wielrennen voor de pas 21-jarige Brabantse, die ook op de weg en op de baan al ’s werelds beste was.

Maar haar titel raakte enigszins ondergesneeuwd in de aandacht voor de mannenwedstrijd, die vooraf wekenlang was beheerst door één kwestie: werken ze samen om Lars Boom op de knieën te krijgen, of gaan de Vlaamse sterren voor eigen succes? Nooit leken ze zo eensgezind; in de media zetten ze een heel spel van psychologische oorlogsvoering in gang waarbij de druk op de schouders van de Nederlander stukje bij beetje werd opgevoerd. Oud-wereldkampioen Bart Wellens riep Boom zelfs uit tot „nationale vijand”.

Of het door de samenwerking kwam of niet, de wereldtitel ging voor de tiende keer in twaalf jaar naar Vlaanderen. In de ijzig koude wind was Niels Albert, de benjamin van de Belgen, veruit de sterkste. Hij reed het grootste gedeelte van de wedstrijd alleen op kop, op eerbiedige afstand gevolgd door de Tsjech Zdenek Stybar, de enige die hem nog enigszins had kunnen volgen.

Volgens Alberts landgenoot Sven Nys, die net als vorig jaar derde werd, was de Vlaamse zege puur te danken geweest aan de samenwerking. „Ongelooflijk. Ik heb dat in tien jaar veldrijden nooit meegemaakt”, zei Nys. „We reden altijd als individuen, we wilden allemaal zelf wereldkampioen worden. Dit keer hebben we als team perfect samengewerkt.”

Toch wilde niet iedereen de zege van Albert toeschrijven aan de Belgische trein, met oud-wereldkampioenen als Nys, Wellens en Erwin Vervecken. WK-organisator en oud-renner Adrie van der Poel vond dat Albert – vorig jaar al wereldkampioen bij de beloften – gewoon veel te sterk was geweest voor de rest, ook voor zijn Belgische concurrenten.

Voor Boom leek het WK op de harde ondergrond een martelgang waar geen einde aan leek te komen. Twee keer wisselde hij van fiets, maar daarvan werd zijn achterstand alleen maar groter. De Brabander eindigde als twintigste op twee minuten. Volgens de Belgen was hij bezweken onder de enorme druk die hij zichzelf had opgelegd. Al twee jaar had Boom gezegd dat deze zondag in Brabant voor hem zou zijn. Nys: „Het was één tegen allen voor Lars. Hij heeft de afgelopen maand problemen gehad na zijn valpartij. Het was onmogelijk dat hij hier 100 procent zou zijn. Dat moet in zijn kop zijn gaan zitten.”

Zelf wilde Boom niets weten van te veel druk. „Nee, daar had het niets mee van doen. Ik heb mij niets aangetrokken van alle zaken er omheen. Ik was niet super, dat merkte ik al na een paar rondjes. Alles moet meezitten op zo’n dag. Helaas, want ik had het graag waargemaakt in eigen land.” Maar de onttroonde titelhouder wilde niet te lang bij zijn nederlaag stilstaan. „Vanavond gaan we lekker een biertje drinken.”

Dat verdiende zeker Marianne Vos, die zichzelf in Hoogerheide hervond na een moeilijke periode, waarin ze brak met haar coach Thijs Rondhuis. Na haar olympische titel in Peking, op de baan had ze dit seizoen in het veld nog weinig kunnen laten zien, mede door een blessure. Tijdens een verkenning van het WK-parkoers knalde ze vorige maand op een balk, waarna ze lange tijd rondreed met een pijnlijk middenrif. Dat leverde haar drie weken geleden bij de nationale titelstrijd een voor haar doen schamele vijfde plaats op.

Maar gisteren was Vos weer helemaal de oude, dat wil zeggen: een renster die simpelweg meer inhoud heeft dan de rest. Haar race op het snelle parkoers van Hoogerheide was vooral afwachtend. In het kielzog van haar grootste concurrenten, de Duitse Hanka Kupfernagel en de Amerikaanse Katie Compton, had ze haar krachten kunnen sparen voor de eindsprint, die ze glansrijk won. „Ik wist dat ik Hanka niet uit het oog mocht verliezen. Als zij een gaatje pakt, is ze weg. Ik heb me vastgebeten in haar wiel”, zei Vos.

Of ze haar zege dankte aan de breuk met Rondhuis, kon ze niet zeggen. „Ik weet niet of dit het bewijs is. Dit is wel het bewijs dat ik een goede winter heb gehad.”