Kamer van de macht

De Eerste Kamer praat morgen over zichzelf, in het bijzonder over de wijze waarop de 75 senatoren worden gekozen. Daar valt inderdaad het nodige op aan te merken. In het bijzonder dat Eerste Kamerleden via ‘getrapte’ verkiezingen worden gekozen door de leden van de Provinciale Staten. De ‘gewone’ kiezer heeft slechts indirecte invloed op de samenstelling van dit deel van het parlement. Aan deze kern van het probleem komt de Eerste Kamer morgen niet toe. Het gaat vooral over een beperking van de mogelijkheid om leden via voorkeurstemmen van statenleden te kiezen.

Het is historisch verklaarbaar, maar in de 21ste eeuw van logica gespeend, dat de leden van de twaalf Provinciale Staten de Eerste Kamer kiezen. Dat zou niet zo erg zijn als de senatoren met elkaar inderdaad niet meer dan een chambre de réflexion vormden. Maar wetsvoorstellen die door het kabinet en de Tweede Kamer zijn goedgekeurd, kunnen in de Senaat alsnog sneuvelen, evenals begrotingen. Zoveel macht vraagt om een meer directe legitimatie voor de gekozene.

Het huidige systeem plaatst bijvoorbeeld kiezers in Noord-Brabant straks voor een ongewenst dilemma. Zij zouden kunnen overwegen om de PvdA in deze provincie bij de statenverkiezingen af te straffen, omdat de partij er naar hun opvatting aan heeft bijgedragen dat hun energiebedrijf is verkwanseld aan een Duitse onderneming die het niet zo nauw neemt met het milieu. Maar tegelijkertijd kunnen ze van mening zijn dat PvdA-leider Bos beloond moet worden voor zijn aanpak van de kredietcrisis. Dus moet zijn partij in de Eerste Kamer sterk blijven. Wat geeft in het stemhokje de doorslag?

Aan de orde is morgen een idee om minder gewicht toe te te kennen aan voorkeurstemmen bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Daar is veel voor te zeggen. Statenleden zouden zich slechts als kiesmannen moeten gedragen die de voorkeur van hun kiezers doorgeven. Maar bij de verkiezingen in 2007 kwamen vijf leden in de Eerste Kamer dankzij voorkeurstemmen van statenleden. Geen ‘gewone’ kiezer kwam eraan te pas. Als twee statenleden van een grote provincie als Zuid-Holland een voorkeurstem uitbrachten, was dat al genoeg om de lijstvolgorde te doorbreken. Leden van de Eerste Kamer willen nu de kiesdrempel van 50 naar 100 procent verhogen. Het resultaat: dan kunnen vier Zuid-Hollandse statenleden (of vijf uit Noord-Holland of Noord-Brabant) een senator met voorkeurstemmen kiezen. Het is slechts een marginale verandering. Niet dat een nog verder gaand alternatief, een onneembare drempel, zo aantrekkelijk is: dan is het goeddeels slechts de voorkeur van partijbesturen die bepaalt welke kandidaten verkiesbaar zijn.

Een wezenlijke verbetering van het kiesstelsel zou zijn dat de Eerste Kamer niet meer door statenleden wordt gekozen. Daar is wel een wijziging van de Grondwet voor nodig. Maar zolang de Eerste Kamer de machtspositie inneemt die zij nu bekleedt, is een directere invloed van de gewone kiezer niets minder dan logisch, een kwestie van democratie.