Het land door God geroepen

‘Eb en vloed’ gaat over de schommelende verhoudingen tussen Europa en de VS.

De belangrijkste mentaliteitskloof is die van het nationaal zelfbewustzijn.

Het collectieve enthousiasme van het Westen over Obama is hartverwarmend en angstaanjagend tegelijk. Wie deze dagen verlangt naar de bezonnenheid van een context, moet het vooral van het geschreven woord hebben. Hier heerst de noodzaak tot feestgedruis minder en dus blijft er meer ruimte voor rust en nuance. Alleen al daarom komt Eb en vloed, Europa en Amerika van Reagan tot Obama als geroepen. Te midden van mediagenieke vluggertjes op de Obama-stapel presenteert de historicus Ronald Havenaar een degelijke analyse over markt en staat, religie en moraal, geschiedenis en mentaliteit en hoe Europa en Amerika zich tot zulke kernbegrippen verhouden.

Tussen Amerika en Europa bestaan grote overeenkomsten en grote verschillen. Het wemelt van de verbindingen vanuit de gezamenlijke oorsprong van Amerika en Europa, vanuit de joods-christelijke oorsprong, vanuit de klassieke oudheid en de Verlichting. Maar er waren ook altijd grote verschillen. En vooroordelen. Amerikanen zijn, zoals Huizinga al in 1918 noteerde, bevattelijker voor roofdierkapitalisme, voor commerciële ‘verwerktuiglijking’ van de mens. Ze zijn behept met het primitieve ethos van de kolonist. ‘I don’t do nuance, I do guts’, zei George W. Bush eens en wij in het verfijndere Europa wisten natuurlijk precies wat hier aan de hand was.

Tussen Amerika en Europa, de twee pijlers van het Westen, heeft zich echter vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw een veel fundamentelere verwijdering van politieke cultuur en mentaliteit voltrokken dan in de halve eeuw die eraan voorafging. Havenaar ontrafelt deze verwijdering stap voor stap als een mentaliteitshistoricus, naar het aloude motto van de filosoof Edmund Burke dat het met naties niet anders is gesteld dan met mensen: ‘Nothing is so strong a tie of amity between nation and nation as correspondence in laws, customs, manners and habits of life.’

Religie is zo’n habit of life waar Amerika en Europa steeds verder uit elkaar zijn gegroeid. Trefzeker analyseert Havenaar dit proces en stelt vast dat dit element van verwijdering duurzaam is. Godsdienst was in Amerika het domein van de sociale gemeenschap en van het individu, in Europa van het establishment en soms de staat. Amerika beleefde een vitale opleving van religie, Europa kwam nooit verder dan wat socio-religie; de kerk als motor van een tegenbeweging tegen de jaren zeventig had aan deze kant van de oceaan geen brandstof meer. Het levert een fundamentele cultuurkloof op, zichtbaar bij de benadering van morele vraagstukken. Havenaar: ‘In Amerika (werden morele vraagstukken) opgevat als kwesties van goed en slecht die de Bijbel als richtsnoer niet konden ontberen. In Europa als praktische problemen waarvan de oplossing op een persoonlijke beslissing berustte.’

Ook bij het denken over de vrije markt en over globalisering aan weerszijden van de oceaan was meer aan de hand dan verschillen van politiek inzicht. Het waren uitingen van een dieper wordende kloof in mentaliteit. Voor landen als Frankrijk en Duitsland was en is de verzorgingsstaat als model onder meer een politieke bezweringsformule om een traumatisch verleden op afstand te houden. Globalisering bood vele kansen voor modernisering en dynamiek, maar het was ook een bedreiging van stabiele verhoudingen. Stabiliteit is in Europa een wezenlijke, collectieve reflex, in Amerika een eerste teken van verstarring.

De prangendste mentaliteitskloof is misschien wel die van het nationaal zelfbewustzijn. Nationalisme en expansiedrang staan haaks op alle naoorlogse Europese idealen en misschien gold ‘verzwitserlandisering’ vele decennia lang in Europa wel als grootste goed. In Amerika daarentegen is vanaf de late jaren zeventig de eigen uniciteit weer meer en meer bezongen, en ook de eigen morele en ideële superioriteit in vergelijking met de rest van de wereld. De terminologie veranderde dienovereenkomstig. Amerikaanse presidenten begonnen niet alleen tegenstanders en vijanden te benoemen, maar ook ‘duivels’. Je kreeg ‘duivelse regimes’ en ‘duivelse leiders’. Jimmy Carter en ook de huidige president zijn aanhangers van de filosoof Reinhold Niebuhr, die ooit schreef: ‘We begonnen met het gevoel een ‘aparte’ natie te zijn, die door God werd gebruikt om een nieuw begin te maken met de mensheid.’ Obama zei het bij zijn inauguratie zo: ‘God roept ons om vorm te geven aan een onzekere lotsbestemming.’ De Franse president of Duitse bondskanselier die zulke woorden over zijn of haar lippen krijgt, moet nog geboren worden.

Nu zijn er vele redenen om te veronderstellen dat Amerika en Europa weer dichter bij elkaar zullen kruipen. De kredietcrisis heeft inmiddels zo’n zware klap toegebracht aan neoliberalen en vrije marktfetisjisten dat dit tijdperk definitief lijkt afgesloten. Terwijl nota bene Amerika bezig is half Wall Street te nationaliseren, is in Europa en in Amerika de herbezinning op wat een fatsoenlijke samenleving is, in volle gang.

Het drama van Irak heeft een einde gemaakt aan de neo-conservatieve zendingsdrang tot regime change. Discussies in Amerika en Europa vertonen inmiddels veel gelijkenis. Ze gaan over de mogelijkheden en methoden om falende staten te helpen, en met een variëteit aan instrumenten stabiliteit te brengen. Wat ook helpt, is het feit dat de christelijk-conservatieve beweging in Amerika over haar hoogtepunt is. Het verongelijkte venijn waarmee Amerika naar de buitenwereld keek en overal kwade trouw en samenzweringen vermoedde, ebt daarmee ook langzaam weg. Dezelfde christenen maken zich, geïnspireerd door de bijbelse missie van rentmeesterschap, inmiddels drukker om klimaatverandering en daar vinden Amerika en Europa elkaar weer.

Havenaar waagt zich niet aan voorspellingen, maar zijn intellectuele scepsis jegens al te veel optimisme blijft zichtbaar. Machtspotentieel en historisch bewustzijn zijn zo anders in Amerika en in Europa dat alle harmonische klanken van dit moment zomaar kunnen verstommen wanneer er weer eens iets onverwachts gebeurt. En zoals bekend: er gebeurt altijd wel weer iets onverwachts.

De kracht van Havenaar schuilt in zijn methode. Hij schreef eerder over zulke ogenschijnlijk van elkaar verschillende onderwerpen als Jacques de Kadt, Willem Frederik Hermans en internationale betrekkingen. Als herkenbare rode draad loopt door al die studies een manier van kijken: ideeëngeschiedenis, opgevat als een analyse van mentaliteit, van emotie, van reflexen. Eb en Vloed is een boek van wijze nuchterheid. Het is bedachtzaam en trefzeker, kortom, een verademing te midden van zoveel hyperventilerende vluchtigheid.

Zie ook: www.vpro.nl/deavonden, dossier Verenigde Staten

Ronald Havenaar: Eb en Vloed. Europa en Amerika van Reagan tot Obama. Van Oorschot, 307 blz. €22,50