Guardiola is meer dan een voetbaltrainer

Barcelona wint met vaak oogstrelend voetbal. Geniale spelers staan onder leiding van een trainer die niet alleen hun ego’s doorgrondt, maar ook steun biedt. ‘Pep’ Guardiola (38) gelooft in discipline.

Josep Guardiola Sala wordt een intellectueel genoemd. Omdat hij vaak verkeert met schrijvers, zangers en filosofen, met mensen die begaan zijn met de mensheid en met het belang van Catalonië. Hij bezoekt culturele bijeenkomsten en concerten en is fotomodel van de Catalaanse modeontwerper Antoni Miró. Maar bovenal is hij sinds afgelopen zomer hoofdtrainer van Barcelona, dat onder zijn leiding vaak droomvoetbal speelt. Het voetbal zoals dat begin jaren negentig door het ‘Dream Team’ van Barcelona onder regie van zijn leermeester Johan Cruijff werd vertoond.

‘Pep’, geboren in het dorp Santpedor tachtig kilometer van Barcelona, is anders. Zoals hij gisteren in Santander zijn elftal naar een zege coachte in een houtje-touwtje-jas, getooid met een keurige baard, dat is niet wat je van een voetbaltrainer verwacht. Ronald Koeman voetbalde nog met hem bij Barcelona. Ze waren kamergenoten. „Pep stond open voor alles. Hij was maar bezig met denken. Over voetbal, maar ook over andere dingen. Nachtenlang hebben we gepraat. Een rustige man. Anderen reden in een Porsche, hij in een Golfje. Hij is heel sociaal. Hij belt me vaak, nodigt me uit om te komen kijken. De laatste keer trof ik hem in zijn kantoor, zat hij op de computer wedstrijden te analyseren. Een perfectionist.”

Tot verrassing van velen in Barcelona stelden voorzitter Joan Laporta en technisch directeur Txiki Beguiristain de als coach nog onervaren Guardiola (38) aan als opvolger van Frank Rijkaard. Een man die vanaf zijn twaalfde opgroeide in La Masía, de befaamde jeugdopleiding, die de Catalaanse cultuur kende, die aanvoelde wat Cruijff wilde en vanaf het middenveld het elftal stuurde. „Een coach in het veld. Een man van de Cruijff-filosofie”, zoals Koeman zegt. En Louis van Gaal, oud-coach van Barcelona: „Guardiola heeft een visie op voetbal die hij weet over te brengen op de spelersgroep. Als speler had hij die visie ook al, maar niet iedere speler die trainer wordt kan dat overbrengen. In ieder geval niet zo snel. Dat maakt hem apart.”

Guardiola durft zijn mening te geven, weet David Torras, chef-sport van El Periódico en sinds jaren een vriend. Ze bezoeken samen concerten en films. „Pep is niet gewoon. Hij is bevriend met de dichter Marti Pol en met de Catalaanse politieke zanger Lluis Llach, die het ooit op Franco gemunt had. Pep daagt mensen uit. Hij wil alles weten, beheersen, een controlfreak. Hij is sociaal, communiceert, hij kan met mensen omgaan. Samen zijn, daar gaat het om. Rijkaard was anders, easy going. Hij had Henk ten Cate nodig om met spelers om te kunnen gaan. Spelers moesten zelf weten hoe zich te gedragen. Hij kon Ronaldinho niet aan. Hij kon niet omgaan met ego’s. Guardiola wil juist omgaan met ego’s. Hij wil weten waarom mensen zijn zoals ze zijn.”

Zoals Koeman zegt: „Rijkaard legde de verantwoordelijkheid bij de spelers. Als het te goed gaat, dan wordt er misbruikt van gemaakt. En als je dan moet ingrijpen met nieuwe codes ben je te laat.” Rijkaard had een paar jaar succes, won de Champions League. Maar toen, zeggen ingewijden, ging het mis met de sterren van Barcelona.

Met name Ronaldinho raakte het spoor net als bij zijn vorige club Paris St. Germain bijster. Hij voelde zich een god, bezocht meer disco’s dan trainingen, meldde zich te laat op trainingen, soms stomdronken. Ronaldinho werd alcoholist, en Eto’o en Deco meenden de wereld in hun macht te hebben. Rijkaard keek toe en verloor zelf ook de greep op het leven, met een scheiding tot gevolg.

En toen kwam Pep, het mannetje dat in de schoolklas van voetbalinstituut La Masía mijmerde over een loopbaan als jurist. Voetbalschrijvers Henk Spaan en Leo Verheul maakten een documentaire over Guardiola. Spaan: „We waren op bezoek bij zijn ouders in dat dorp. Die eenvoud, zo mooi. Pep ging naar de grote stad, moeder was bezorgd. We hadden beelden van dat klasje in La Masía, die oude villa. Daar zaten jongens die nu grootheden zijn. Zo mooi, zo indringend, toen wisten we dat Pep een bijzondere jongen was. Hij was echt, hij kwam uit een principieel gezin.”

Guardiola leidde de B-ploeg van Barcelona naar de tweede divisie. Jongens van La Masía, jongens uit Catalonië, zoals hij er zelf een was. Hij zag van afstand hoe Rijkaard de greep op zijn sterren verloor. Zelf was hij een man van discipline geweest. Even werd hij in zijn nadagen als voetballer in Italië geconfronteerd met een dopinggeval. Een lastige tijd, die hij overwon doordat de rechter het vermeende gebruik van nandrolon niet bewezen achtte.

Guardiola eiste als trainer van Barcelona discipline. Geen iPods in de spelersbus, geen mobieltjes in de kleedkamer. Wanneer de spelers de bus verlaten op weg naar stadion of hotel moeten ze open staan voor interviews en handtekeningsessies van journalisten en fans. Hoort bij het vak. En elke morgen een handtekening bij het begin van de training, te laat of geen handtekening is 6.000 euro boete. Gezamenlijk eten. Iedereen zijn eigen dieet, geen vet en geen taart. Verplichte sportdrankjes, verplichte krachttraining, verplichte bezoeken aan ziekenhuizen of projecten met supporters. Samen trainen, samen eten, samen presteren. Verder mond houden, de trainer is de baas.

Iedereen is van Barcelona, want Barcelona is meer dan een voetbalclub. Iedereen in Catalonië is Barcelona, elke speler moet voelen dat hij erbij hoort. Ajacied Gabri, die met Guardiola speelde: „Hij weet de kleedkamer in al zijn facetten goed te managen. Hij geeft alle spelers aandacht én het idee dat zij de volgende wedstrijd kunnen spelen, dat ze allemaal belangrijk zijn, en daardoor scherp zijn.”

Zonder goede voetballers heeft een filosofie als die van Guardiola weinig zin. Maar met de voetballers die hij bij Barcelona tot zijn beschikking heeft, kan hij toveren. Ronaldinho heeft hij laten vertrekken naar AC Milan, Deco mocht ook weg, Eto’o keeg een kans en greep hem. Thierry Henry is opgebloeid, met Eto’o en het Argentijnse wonderkind Lionel Messi dat gisteren Barcelona met twee doelpunten (hij viel in de tweede helft in) de zege schonk.

Van Gaal: „Ik kan zien hoe Guardiola’s elftal speelt en dat rijmen met zijn visie. Hij speelt altijd met buitenspelers, omdat hij vindt dat het veld groot moet worden gehouden. Daarom speelt hij met Henry op links en Messi op rechts. Dat een rechtspoot op links speelt en een linkspoot op rechts, maakt het dynamischer. Toen ik dat bij het Nederlands elftal deed, vervloekten de media me daarom.”

Guardiola, die na Barcelona in Italië, Qatar en Mexico voetbalde, heeft met de groten gespeeld, met Romario, Stoitsjkov, Koeman, Figo. Toen de laatste van Barcelona naar Real Madrid vertrok, verfoeiden de Barcelona-fans Figo. Guardiola zegt in zijn biografie La meva gent, el meu futbol: „Als een mens van liefde verandert, moet je dat aanvaarden. De liefde is over, hij heeft een nieuwe liefde gevonden.”