Dit is de beste acteur onder de cabaretiers

De Vlaamse absurdist Wim Helsen is in zijn derde cabaretshow iets gewoner geworden.

Maar zijn ongebreidelde fantasie blijft onnavolgbaar.

De omroepersstem die de voorstelling aankondigt, is natuurlijk gewoon van Wim Helsen zelf. Hij schreeuwt zich bijkans schor. Hij heeft dan ook heel wat voor ons in petto. Eerst stelt hij vast dat wij, in de zaal, allemaal mislukkelingen zijn. „Weet ge wat het punt is,” roept de stem, „gij hebt een rotleven, een radicaal kutbestaan!” Sterker nog: „Ik vind het heel knap dat gij nog elke dag de moed vindt om op te staan – met die kop!” Maar vanavond, zo verzekert hij ons, wordt het genieten. Vanavond treedt immers „een lolbroek van de bovenste plank” voor ons op.

En daar is hij dan, in een strakgesneden pak, met een gulle lach om de mond. Daar is de Vlaamse cabaretier Wim Helsen, die ons gaat vertellen hoe we zelfs in onze dorre alledaagsheid nog best een beetje vrolijkheid kunnen scheppen.

Zelf bestond Helsen nooit in zijn programma’s. De meeste andere cabaretiers spelen dat ze min of meer zichzelf zijn, of in ieder geval een iets gepimpte versie daarvan. Helsen niet, hij was tot dusver steeds een heel ander iemand.

In zijn overrompelende debuutprogramma Heden soup!, vijf jaar geleden, verscheen hij als een onaangepast type vol onbedwongen agressie, die niettemin soep uitdeelde aan mevrouwen op bushaltes om hun hart op hol te brengen met de vermicellilettertjes waarin, mits in de juiste volgorde, een poëtische boodschap school. Woorden schoten tekort om die rare snuiter te beschrijven.

In zijn tweede, Bij mij zijt ge veilig, poseerde hij als een redder van de mensheid die ons, op allengs dictatorialer toon, wilde beschermen tegen salamanders, Luxemburgers en ander onheil.

Maar in Het uur van de prutser, dat vorige week in première ging, is Helsen dus minder ongrijpbaar, en daardoor ook iets minder vervuld van de onvoorspelbare dreiging die van zijn vorige personages uitging. Ditmaal doet hij zich voor als Wim Helsen, een entertainer die soms weliswaar een nogal behaagzieke indruk maakt, maar wel benaderbaar blijft. Hij is geen grotesk type meer, hij draagt geen mysterie meer met zich mee, hij is – het hoge woord moet er nu maar uit – iets gewoner geworden.

En toch is ook Het uur van de prutser een onbedaarlijk dwaas programma. Samen met zijn vaste regisseur Randall Casaer schreef Helsen weer een tekst waarin alles te berde kan komen dat zelden door iemand anders te berde wordt gebracht. Zijn tips voor het ontregelen van chagrijnige toonbankbedienden en lokettisten vormen het hoogtepunt en tevens de rode draad in zijn monoloog. Op een papiertje in zijn hand staat een mop die hij begint voor te lezen. Maar omdat hem voortdurend iets anders te binnen schiet, komt hij pas na anderhalf uur aan het vertellen van de clou toe.

Tot de vele zijpaden behoren een mooi verhaal over de ontroering die een schele Jezus in een klein Frans kerkje („in een klein dorpje in de... Pyreneetjes”) bij hem teweegbracht en het advies een vrouw in een café eens met iets mooiere woorden aan te spreken: „Mevrouw, uw kleren ritselen zo gezellig wanneer u beweegt.” Ook kan hij nog steeds prachtig protesteren tegen aantijgingen die nooit zijn gemaakt: „Ik dénk niet in priemgetallen. Ik weet dat ze dat van mij zeggen, maar het is niet waar.”

Wim Helsen, die misschien wel de beste acteur onder de huidige cabaretiers is, speelt opnieuw met een dwingend soort allure een programma waarin de fantasie ongebreideld op hol kan slaan. Dat maakt hem, ook in zijn gewonere gedaante, tot een topzot.

cabaret

Het uur van de prutser

door Wim HelsenTournee t/m 29/5. Inl. www.harrykies.nl