De tranen van Federer

Het hoefde niet, want ze speelden hun Australische finale in de Nederlandse morgen, maar ik zou voor Roger Federer en Rafael Nadal desnoods mijn hele nachtrust hebben opgeofferd. Een finale tussen twee tennissers van zulke zeldzame klasse krijg je niet vaak te zien. Misschien is het nu al sportgeschiedenis geworden, want het is maar zeer de vraag of er ooit nog een finale tussen hen zal komen.

Wij, toeschouwers, ervoeren de nederlaag niet als een vernedering voor Federer, het was opnieuw een adembenemende partij waarin hij voldoende kansen op de overwinning kreeg. Maar voor Federer zelf moet het een hopeloze ervaring zijn geweest.

Hij, nu 27 jaar, had er alles aan gedaan om Nadal, vijf jaar jonger, nog minstens één seizoen maximaal partij te bieden. Hij zag er afgetraind uit, wangen en onderkin weer strak, de beginnende vetbandjes op de heupen verdwenen. Een atleet. Maar toch lukte het niet. En niet omdat hij in technisch opzicht minder zou zijn, integendeel, maar omdat tennis ook een psychologische oorlog is en Nadal daarin de soldaat met het sterkst ontwikkelde killersinstinct is. Nooit laat hij zich ontmoedigen, bijna altijd komt hij terug als hij verslagen lijkt. Van de negentien onderlinge duels heeft Nadal er nu al dertien gewonnen.

Gisteren knapte er iets bij Federer, in het begin van de beslissende set, alsof hij opeens het hopeloze van de onderneming inzag. Hij kon nog vijf jaar in plaats van vijf sets op die baan staan, maar hij zou het van deze tegenstander nooit meer winnen.

Vandaar misschien ook die niet te stelpen huilbui na afloop. „God, it’s killing me”, zuchtte hij voor hij begon te huilen. Het leken de tranen van een jongetje dat niet tegen zijn verlies kon, maar het was veel groter, het was het verdriet van een kampioen die besefte dat zijn tijd voorbij was. Op deze manier kon hij niet doorgaan. Wat stond hem nog allemaal te wachten? Straks weer ‘Parijs’, waar hij vorig jaar al was afgedroogd door Nadal? Zelfs Wimbledon was niet meer ‘zijn’ toernooi, sinds hij ook daar opeens van Nadal verloor.

Veel commentatoren riepen: „O wat mooi”, toen Federer op het erepodium instortte. In de sport houden ze wel van een traantje. Mij beving meer een plaatsvervangende schaamte, en ik geloof dat ook Mirka, zijn vriendin, daar last van had, ik zag haar een paar keer geschokt de handen voor het gezicht slaan.

Vroeger zou van zo’n huilbui niet meer zijn overgebleven dan een fotootje onderin de krant, nu gaan zulke tranen de hele wereld over, ze worden door de media bevroren, opgeslagen en weer ontdooid zodra de naam Federer valt. Als Federer straks stopt, krijgt hij bloemen en een dvd’tje met die huilbui. Als toegift staat er ook nog die andere huilbui op, van drie jaar geleden in Australië, toen hij aan de borst van oud-kampioen Rod Laver jankte van blijdschap. (Laver reikte ook gisteren de prijzen uit, je zag hem ontsteld denken: „Roger, niet wéér.”)

Federer zal zichzelf erom vervloeken, wie wil er na zo’n carrière de geschiedenis ingaan als een huilebalk? Zelfs toen hij met Nadal op de foto moest, kon hij het huilen niet meer laten. Op het laatst huilde hij vooral omdát hij huilde. Hij wist dat dit hem nooit meer mocht overkomen en dat hij daarom beter afscheid van zichzelf als tennisser kon nemen.