De familie Lee zorgt in Singapore dat het goed komt

090202_singapore.jpgIk heb nog nooit een land bezocht waar bewoners zo positief zijn over hun eigen overheid als Singapore. Ook afgelopen week merkte ik het: het land stevent af op de zwaarste recessie in haar bestaan, maar een groot deel van de mensen die ik sprak zei uit zichzelf dat ,,de regering gelukkig snel en adequaat heeft gereageerd”.

Natuurlijk, de Singaporese overheid zal wel iets goed doen: de welvaart straalt overal vanaf en de criminaliteit is nihil. Maar volgens mij komt het toch vooral door het gebrek aan vrije pers dat iedereen zo onwaarschijnlijk veel vertrouwen in het leiderschap heeft.

Neem een paar voorpagina’s van The Straits Times van de laatste dagen. ‘Big revamp of primary education on the cards.’ Over het nieuwe stimuleringspakket dat de effecten van de recessie moet temperen: ‘$20,5b package is pro-worker, says Swee Say’. En, hoera: ‘Singles to get more matchmaking help.’ In welk ontwikkelde land mag de overheid zoveel reclame voor zichzelf maken in de media?

De eerste keer dat ik in Singapore was, bijna een jaar geleden, viel me al op hoeveel effect dit soort propaganda heeft. Toen was net Mas Selamat bin Kastari ontsnapt uit een Singaporese gevangenis: een van de meest gezochte terrorismeverdachten van Zuidoost-Azië. In heel Singapore zag je soldaten de parken uitkammen. In de krant de volgende ochtend geen vragen over hoe dit had kunnen gebeuren, geen blame game, geen roep tot aftreden van wie dan ook. De Straits Times schreef een artikel over hoe hard de Singaporese politie werkte om de man te pakken.

Als ik willekeurige Singaporezen naar de zaak vroeg, gaven ze allemaal hetzelfde antwoord. ‘Ach, de politie heeft hem zéker binnen een dag gepakt. Dit is Singapore! Hij kan nooit van het eiland afkomen.’ Een onbegrensd vertrouwen, maar de man is een jaar later nog steeds voortvluchtig.

Hetzelfde overkwam me afgelopen week als ik mensen interviewde over de recessie. Ik vroeg er niet eens naar, uit zichzelf zei ene Sean Shao van een kopieermachinebedrijf: ,,Ik denk dat de regering het goed aanpakt, dat ze goed voorbereid is.” Hij zei ook dat Singapore gelukkig veel reserves heeft.

Maar hoeveel dan? Dat is voor gewone Singaporezen geheim: vader des vaderlands Lee Kuan Yew houdt zijn landgenoten daarover liever in het ongewisse. De twee bedrijven die een groot deel van de Singaporese reserves beheren, GIC en Temasek, worden allebei geleid door zijn familie. Bij GIC staan Lee Kuan Yew en zijn zoon - de huidige premier Lee Hsien Loong - aan het hoofd. Temasek wordt geleid door Ho Ching, de vrouw van Lee Hsien Loong. Hoeveel is dus niet duidelijk, maar volgens schattingen beheren zij honderden miljarden Amerikaanse dollars.

In andere landen had de media hier al lang vragen over gesteld. In Singapore kan dat niet. Toen buitenlandse media als The Economist, the Financial Times en Bloomberg suggereerden dat dit soort familieconstructies niet ideaal is als er miljarden aan publiek geld in het geding zijn, kregen ze onmiddellijk een rechtszaak aan hun broek. Alledrie zagen ze zich uiteindelijk genoodzaakt excuses aan te bieden en de zaak voor veel geld te schikken. Want ook dat is Singapore: de boetes zijn er zo hoog dat je wel twee keer uitkijkt voor je iets doet dat de familie Lee niet zint.