Charmante provocateur zoekt altijd de confrontatie

Prem Radhakishun weet met confronterende televisie steeds een open zenuw in de maatschappij te raken. „Hij brengt wat teweeg, gaat de straat op en spreekt rotjochies aan.”

In een doorgaans rustige collegezaal van de Vrije Universiteit in Amsterdam ontstaat ergens in 1984 een twistgesprek tussen een jonge student rechten en zijn hoogleraar. „Alleen juristen kunnen meedoen aan deze discussie”, zegt de hoogleraar geïrriteerd. De student repliceert onmiddellijk: „Een jurist is volgens het woordenboek iemand die rechten heeft gestudeerd, of nog studeert. Ik kan dus gewoon discussiëren.”

De student was Prem Radhakishun, nu vooral bekend als Prem. „De hoogleraar vond het niet leuk, maar bij ons studenten viel hij meteen in positieve zin op”, vertelt medestudent Eric van der Burg, tegenwoordig fractievoorzitter van de VVD in Amsterdam. „Hij vond dat hij gelijk had en liet dat heel duidelijk merken.”

In een landbouwschool in Nijmegen stormt een tv-maker in 2008 met een camera een klaslokaal binnen. Eerste vraag: „Ik heb gehoord dat jullie een hekel hebben aan buitenlanders. Klopt dat?” Ja, antwoordt een aantal leerlingen volmondig. In de pauze vertelt een van hen dat hij „de eed van trouw aan Adolf Hitler” heeft afgelegd. De tv-maker: „Wat?! Hij is een oorlogsmisdadiger!” De tv-maker was ook Prem, in zijn veelgeprezen en onlangs gestopte programma Premtime.

Prem Radhakishun (Paramaribo, 1962) zoekt altijd de confrontatie. Als student rechten, als advocaat in Amsterdam Zuidoost, als columnist, als gast in talkshows, als radio- en tv-maker. Of het nu met een deftige hoogleraar is of met onaangepaste scholieren. Het liefst met publiek erbij en altijd recht voor zijn raap, „met een uitroepteken na ieder woord”, zoals iemand het formuleert. Mensen die hem kennen noemen hem dan ook „leuke lastpak”, „eigenwijze dondersteen”, „charmante provocateur”, „enfant terrible” of „zwart breekijzer”.

Die laatste kwalificatie maakt duidelijk dat Prem met zijn grote mond ook echt iets wil bereiken: een rechtvaardiger en socialer Nederland. Als advocaat knokte hij ooit voor een schadevergoeding voor de slachtoffers van de Bijlmerramp. Als tv-maker stoomt hij nu in De School van Prem kinderen met een leerachterstand klaar voor de Cito-toets. De kritiek op zijn nieuwste tv-programma – uit de onderwijswereld – maakt duidelijk dat Prem er na Premtime opnieuw in is geslaagd een open zenuw in de maatschappij te raken.

„Prem is uniek”, is dan ook de mening van Gerard Timmer, directeur tv-programmering bij de publieke omroep. „Er zijn veel mensen die een programma presenteren, weinigen zwengelen het debat aan zoals Prem. Hij maakt het verschil.” Prem zelf sputtert tegen: „Er zijn honderden landgenoten die het veel meer verdienen dan ik om met een portret in de krant te komen. Wetenschappers, medici die levens redden.”

Hij haat de ‘Bekende Nederlander-cultuur’, zegt hij: „Alsof je een hogere status hebt wanneer je met je smoel op tv komt.” Toch is zijn status van BN’er geen toeval. Net als zijn grote mond, zijn de media een constante in zijn leven en loopbaan. „Hij houdt meer van het omroepwerk dan van de advocatuur”, zegt zijn moeder Roshnie Radhakishun vanuit Paramaribo. Ze heeft nog altijd een radioprogramma in Suriname.

Prem Radhakishun komt uit een vooraanstaande familie in Suriname. De familie woonde in een tamelijk gewone buurt, omdat zijn ouders daar een lapje grond konden kopen voor hun radiostation Radika. „Zes maanden na Prems geboorte zijn mijn man en ik met Radika gestart. Prem kreeg later zijn eigen tienerprogramma.” Het rebelse heeft Prem van haar, zegt ze. „Ik ben een opstandige vrouw. En ik hou van grapjes.” Haar zoon verdraagt geen onrecht, zegt ze. „Hij neemt het op voor de sociaal zwakkeren.”

Prem kwam in 1983 naar Nederland, op de vlucht voor de militairen van Bouterse. „Nadat ze ons radiostation hadden opgeblazen voelden we ons niet veilig meer”, zegt zijn moeder. In Nederland raakte Prem betrokken bij de Surinaamse piraat Radio Kankantrie, van programmamaker Roy Wouter. „Prem was toen een beetje een armoedzaaier. We gaven hem af en toe geld voor de bus of voor een broodje”, vertelt Wouter. „Hij was toen al een geboren opposant.”

Wouter steunde hem daarom in zijn keuze rechten te gaan studeren. Prem zelf vertelt altijd dat hij advocaat wilde worden na een incident met bewakers van een Albert Heijn-filiaal. In de rechtzaak die hij tegen de supermarktketen aanspande verklaarde de rechter, wijlen Ben Asscher, hem niet ontvankelijk: de zaak was te onbenullig. Prem besloot zijn gelijk voortaan te halen via het rechtssysteem.

Na zijn studie werd hij sociaal advocaat in Amsterdam Zuidoost, waar hij nog altijd woont. Bij Migranten TV begon hij programma’s te maken; hij gaf ook juridisch advies op de buis. „Zo viel hij ons op”, zegt de advocaat Lach Soedamah van het gelijknamige advocatenkantoor in Zuidoost: „Ons kantoor had een herkenbaar gezicht nodig en wij besloten dat Prem dat moest worden.”

Bij Soedamah deed Prem kortlopende zaken, voor slepende procedures miste hij het geduld. „Hij was goed in kort gedingen en strafzaken”, zegt Soedamah. Maar de schadeprocedures na de Bijlmerramp duurden toch jaren? Soedamah: „In die zaak deed Prem publiekelijk het woord, maar ik deed het werk achter de schermen.” Het was zaak de taken goed af te bakenen, zegt Soedamah lachend: „Anders bemoeide hij zich overal mee.”

Prem was ook advocaat van de firma van Harrald Axwijk, een vooraanstaande persoonlijkheid in Zuidoost die in 2001 werd aangeklaagd voor subsidiefraude. Van de aantijgingen van justitie liet de rechter niets heel. „De feiten waren hoe dan ook in mijn voordeel”, zegt Axwijk nu, „maar door zijn scherpe manier van ondervragen en redeneren wist Prem dat zichtbaar te maken. Hij liet de officier van justitie geen enkele ruimte.”

Bij Soedamah ging Prem uiteindelijk weg om voor zichzelf te beginnen. „Ik wilde commerciëler worden, hij juist socialer”, zegt Soedamah. Prem werd in 2007 uit de orde van advocaten gezet, omdat hij slordig was met zijn administratie. Het deerde hem weinig, omdat hij inmiddels een mediapersoonlijkheid was geworden. Hij had een column in Het Parool, zat vaak bij de talkshow van Barend en Van Dorp aan tafel, en maakte radio bij BNR met een wekelijkse column en politieke ‘talkradio’ tijdens de verkiezingen.

„Hij was onvoorspelbaar’, zegt Robert Soomer, chef opinie van BNR Nieuwsradio. „Hij zat veel in de hoek van de SP, maar kon ook zo een vurig pleidooi houden voor topsalarissen.” Tweede Kamerlid Mei Li Vos (PvdA) noemt Prem „een heerlijk luidruchtige wereldverbeteraar die lak en schijt heeft aan alles.” Een uitzending met haar liep uit de hand. „Prem begon bellers af te zeiken. Toen heb ik tegen hem gezegd: ga jij maar even wat eten, ik neem het programma wel over”, vertelt Vos. „Volgens mij had hij iets gedronken.”

De brandstof voor zijn mediaoptredens haalt Prem uit Amsterdam Zuidoost, waar sinds de door hem verfoeide onafhankelijkheid van Suriname in 1975 veel immigranten uit dat land wonen. „Het is klein Suriname daar, met een sterke verzuiling langs etnische lijnen”, vertelt Mark van der Horst, ex-wethouder in Zuidoost. „Prem ziet veel zaken door de bril van etnische tegenstellingen.”

Prem overwint die tegenstellingen juist, vindt Harrald Axwijk, die van Afro-Surinaamse komaf is: „Het dominante beeld van een Afro-Surinamer heeft hij met succes aangevochten. Suriname is natuurlijk óók een land van bijvoorbeeld Javanen en Hindostanen.” Noem Prem trouwens geen Hindostaan, zegt Axwijk lachend: „Dan zegt hij: ‘Ik ben een Nederlander, die een tijd in Suriname heeft gewoond met familie die afkomstig is uit India.’ Hij vindt zichzelf geen Surinamer.”

Maar in politieke debatten noemt Prem zichzelf ‘zwart’. Al bij de Migrantentelevisie knokte hij in de jaren negentig voor meer zwarte medewerkers. „Als dat een keer niet lukte, reageerde hij rigide”, vertelt toenmalig directeur opleidingen Peter Schaapman. „Dan had de witte directeur niet genoeg zijn best gedaan.” Bij afdeling Zuidoost van de PvdA, waarvan hij lang lid is geweest, pleitte hij voor meer zwarte bestuurders. „Die wáren er toen ook veel te weinig”, zegt toenmalig afdelingsvoorzitter Pierre Mehlkopf.

Toen enkele jaren later het ‘Zwart Beraad’ werd opgericht met ogenschijnlijk hetzelfde doel, haakte Prem af. Hij sprak consequent van het ‘zwart verraad’, en noemde zichzelf ‘eerst rood en dan zwart’. Die omslag is niet zo vreemd, vindt Mehlkopf: „Prem wilde dat bekwame zwarte bestuurders aan de bak zouden komen. Het Zwart Beraad wilde naar zijn gevoel bestuurders benoemen omdát die zwart waren. Dat wilde Prem niet, zoals hij ook geen zwarte politiek wilde.” In zijn columns pleit Prem ook vaak voor het loslaten van denken in etniciteit.

Toch steunde de linkse Prem enkele jaren geleden de de zwarte VVD-politica Laetitia Griffith. „Kritiek op haar kwalificeerde hij als kritiek op een zwarte vrouw”, zegt het Amsterdamse VVD-raadslid Eric van der Burg: „Daarmee speelde hij de zwarte kaart.” Prem deed dat ook toen hij de plannen van stadsdeelvoorzitter Hannah Belliot verdedigde. Bijlmerbewoner Henno Eggenkamp was tegen die plannen: „Bij de inspraakavond ging Prem enorm tekeer. De witten moesten maar opdonderen naar Buitenveldert. ‘Wij zwarten besturen de Bijlmer’, riep hij.”

Dat dubbelzinnige spel met etniciteit speelde Prem vruchtbaar in Premtime. Nadat Pim Fortuyn in 2002 het multiculturele debat op scherp had gezet, toetste zijn bewonderaar Prem vijf seizoenen lang de kwaliteit van de multiculturele samenleving. Hij begaf zich onder extreemrechtse jongeren, maar ging ook langs bij Marokkaanse hangjeugd. Daarbij meed hij als het even kon bestuurders en instanties. „Prem ging ook naar probleemwijken als er niet werd gevochten”, zegt eindredacteur Frans Jennekens (NPS).

Jennekens noemt Premtime „een actualiteitenprogramma van de straat”. Tv-criticus Hans Beerekamp van NRC Handelsblad noemde Premtime een „helaas gestopt magazine over de binnenlandse frontlijn van de globalisering. Nuttig en uniek”. Carel Kuyl, verantwoordelijk voor de informatieve programma’s van de NPS, zegt: „Hij bracht wat teweeg. Prem gaat de straat op en spreekt rotjochies aan.”

Dat klopt, vindt Hassan Najja uit Venray. De PvdA-politicus was de eerste wethouder in Limburg van Marokkaanse komaf en Premtime besteedde een aantal keren aandacht aan hem. „In eerste instantie denken mensen dat Prem vóór allochtonen is, maar dat is niet zo. Prem stelt onderwerpen aan de kaak, ook dingen waarvan allochtonen zich misschien afvragen of dat nou allemaal moet. Zoals de overlast door Marokkaanse rotjongens.”

Zijn confronterende optreden leverde Prem de laatste twee, drie jaar veel bedreigingen op. Frans Jennekens herinnert zich een opname in de Rotterdamse wijk Hillesluis. „Prem en de ploeg hadden geprobeerd een item te draaien op straat, maar dat werd onmogelijk gemaakt door omstanders. De programmamakers zijn toen wat gaan eten in een restaurant en daar kwamen de jongeren voor hun tafel staan. In een houding alsof ze een wapen op zak hadden.”

Toch ging hij door met het programma. Is Prem zo dapper? Jennekens: „Ik kan me voorstellen dat iemand die halsoverkop uit Suriname moest vluchten voor Bouterse zich heeft voorgenomen dat hij nooit meer voor geweld zwicht.” Prem wordt in elk geval voortgedreven door idealisme, dat een nieuwe impuls heeft gekregen door de verkiezing van Barack Obama. „Ik heb altijd geloofd in het socialisme, maar sinds kort geloof ik in een idealistisch kapitalisme”, zei hij onlangs op de radio.

Voor zijn optreden maakt dit niet uit. Hij koestert zijn grote mond. Prima, zeggen bijna alle geïnterviewden uit de media, maar hij moet wel leren beter te luisteren. „Soms is er meer te halen uit een interview, maar dan reageert Prem weer te snel en te emotioneel”, zegt eindredacteur Frans Jennekens. „Met een grotere zelfbeheersing zou hij een nog betere programmamaker zijn.”