Alleen griep is betaalbaar in China

Premier Wen Jiabao van China zegt vandaag dat mensen „echt geld in hun zakken moeten krijgen” . Voorlopig kunnen de meeste Chinezen de dokter niet betalen. Een reportage.

De wachtkamer van het ziekenhuisje van de gemeente Lingbi in de provincie Anhui in Oost-China is overvol. Er heerst een zware griepepidemie en iedereen komt medicijnen halen. In twee kale, steenkoude behandelkamers zijn verpleegkundigen in de weer met thermometers. Achter een loket zit een administratief medewerkster rekeningen uit te schrijven.

Li Wangchao (54), een boer uit het dorpje Lukou op een half uur rijden van Lingbi , staat ook met griep in de rij. Hij heeft een zware tijd achter de rug want zijn vrouw overleed een paar maanden geleden aan een hartkwaal. Zij moest worden geopereerd in het ziekenhuis van Lingbi maar de behandeling kwam te laat omdat hij het geld voor de operatie niet op tijd bij elkaar had.

„Ik moest drieduizend euro vooruitbetalen. Per jaar verdien ik maar duizend tot vijftienhonderd euro. Maar ik had duizend euro gespaard, dus moest ik nog tweeduizend euro lenen voordat mijn vrouw kon worden behandeld. Ik ben wel verzekerd, maar de medicijnen die mijn vrouw een jaar lang moest slikken zat niet in het basispakket. Dat geld hebben mijn kinderen neergeteld”.

Ziekenhuisdirectrice en chirurg Li Yanling zegt dat de dorpelingen zich eigenlijk geen enkele medische behandeling kunnen permitteren. Het ziekenhuis draait vooral op de verkoop van medicijnen. „Wij kunnen de patiënten niet teveel rekenen, ze hebben al zo weinig”, zegt Li. Ze wijst naar een op de muur geschreven lijst van medicijnen die in het basispakket zijn opgenomen. Li vertelt dat de provincie onlangs wel enkele tienduizenden euro’s heeft geïnvesteerd in de bouw van een nieuw ziekenhuis en de aankoop van medische apparatuur. Ook is bijna iedere boer in de regio nu aangesloten bij de coöperatieve verzekering. Maar daarmee zijn de problemen volgens haar niet opgelost. „Het is de taak van de centrale overheid om met structurele oplossingen te komen”, zegt Li.

Die ziektekostenverzekering waar ook boer Li bij is aangesloten, werd na de SARS-crisis in 2003 ingevoerd. Elke burger betaalt jaarlijks een tot twee euro premie. De centrale overheid, de provincie, de gemeente en het district dragen gezamenlijk nog eens vier euro bij. Kinderen zijn voor die euro niet meeverzekerd. Ook zijn de miljoenen boerenmigranten in de steden alleen verzekerd in de provincie waar ze staan ingeschreven. Breekt een arbeidsmigrant zijn been in Peking, dan moet hij terug naar zijn geboortedorp voor een behandeling. De eerste hulp in een ziekenhuis in Peking moet hij geheel uit eigen zak betalen.

Economen zeggen al jaren dat een systeem van door de overheid gefinancierde algemene gezondheidszorg indirect de consumentenuitgaven kan stimuleren. Dat geldt zeker nu het economisch slechter gaat. Chinezen sparen veel, vooral om hun doktersrekeningen te kunnen betalen bij gebrek aan een sociaal vangnet en een goede ziektekostenverzekering. Al dat geld wordt niet uitgegeven aan binnenlandse consumptie.

Om ervoor te zorgen dat de Chinezen minder gaan oppotten, presenteerde premier Wen Jiabao onlangs een plan om de komende drie jaar 96 miljard euro in de gezondheidszorg te investeren. In het oktobernummer van The Lancet , afgelopen jaar, constateerden onderzoekers van de Hu Shanlian Universiteit in Shanghai, dat in 2006 de helft van het gemiddelde Chinese gezinsinkomen opging aan gezondheidszorg. En in 2008 waren de kosten van een ziekenhuisopname bijna gelijk aan een gemiddelde jaarinkomen. De minst verdienende Chinezen, twintig procent van de bevolking, moesten zelfs meer dan tweemaal hun jaarsalaris uitgeven voor een ziekenhuisopname.

De problemen rond de gezondheidszorg zijn, volgens de onderzoekers in The Lancet , terug te voeren op de excessieve marktwerking, die volgde na de ontmanteling van de communistische verzorgingsstaat als onderdeel van de economische hervormingen die in december 1978 begonnen.

„Een goed systeem van medische zorg vormde een basaal sociaal vangnet totdat de economische hervormingen hun intrede deden”, zegt Henk Bekedam. Hij was van 2002 tot 2008 hoofd van de Chinese afdeling van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). „Het is iets waarvan de mensen denken dat ze het hadden en dat ze het nu kwijt zijn. Die privatiseringen hebben gezorgd voor een scheur in het weefsel van de samenleving. De druk van de medische kosten is zo hoog dat er vaak geweld van komt”. De overheid is bang dat ontevredenheid over te hoge ziektekosten in huidige tijden van financiële crisis en snel oplopende werkloosheid kan leiden tot groeiende sociale onrust.

Qiu Guixing, een chirurg, zei in maart 2008 tegen de internationale pers dat er in de eerste tien maanden van 2006 alleen al meer dan 5.500 artsen gewond zijn geraakt door agressie van patiënten of hun familie. Reden: de hoge bedragen die de patiënten voorafgaand aan een behandeling moeten neertellen.

Bekedam vindt de overheidsplannen veelbelovend, maar er zijn volgens hem nog veel vragen onbeantwoord. Bijvoorbeeld: „Het is prachtig als er nieuwe ziekenhuizen worden gebouwd maar hoe gaat het basiszorgpakket er uit zien?” Wen Jiabao zegt vandaag in een vraaggesprek met de Financial Times dat de truc om consumentenbestedingen omhoog te krijgen is om niet te blijven steken in slogans, maar ervoor te zorgen dat mensen werkelijk geld in hun zakken krijgen. „We geloven dat die bestedingen vitaal zijn om de economie op te stuwen”.

Boer Li moet bij het loket in het ziekenhuisje in Lingbi dertig euro afrekenen. „Dertig euro heb ik nog wel, maar als ik zelf net zo ernstig ziek word als mijn vrouw, kan ik niet meer naar het ziekenhuis. Mijn spaarpot is nu leeg.”