Liever een Noor dan een Koreaan

090201_lucky_plaza.jpgIk had al eens kennisgemaakt met de grote arbeidsmigrantengemeenschap in Singapore. Bij een vorig bezoek was ik op zondag in Little India, en waren de straten en pleinen stampvol met Indiase mannen. Doordeweeks werken zij in de bouw of elders, maar op hun vrije dag verzamelden zij zich daar. Vrouwen zag je er niet of nauwelijks: die zijn nog in India.

Afgelopen week wilde ik meer te weten komen over een andere groep migranten: de Filippijnen. Dus ging ik naar Lucky Plaza, een vrij oude shoppingmall vlakbij het metrostation van Orchard Road. Op zondag schijnt dat dé rondhangplek van Filippijnse dienstmeisjes te zijn. Maar ook doordeweeks was het onmiskenbaar een trefpunt van Filippijnen: er zijn Filippijnse restaurants, winkels met Filippijnse etenswaren, reisbureaus, pakketservicebedrijven en kantoortjes waar je geld kunt overmaken naar de Filippijnen.

Voor een verhaal over de recessie in Singapore (men verwacht er voor dit jaar een krimp van 5 procent!) was ik benieuwd in hoeverre arbeidsmigranten daar al last van hebben.

De skyline van Singapore. (Foto Reuters)

De skyline van Singapore. (Foto Reuters)De skyline van Singapore. (Foto Reuters)

Worden er al veel teruggestuurd, wordt het moeilijker om werk te vinden? Bij een van de geldtransferbureaus stond een lange rij, dus daar kon ik makkelijk wat rondvragen. Omdat je altijd hoort over de Filippijnse dienstmeisjes, had ik verwacht dat veel van hen huishoudelijk werd deden. Maar nee: sommigen werkten in de verpleging, anderen op kantoor. Twee jonge meiden die ik had ingeschat als nanny’s, bleken IT’ers bij Yahoo. Niemand had nog last van de recessie.

De volgende dag zat ik in het kleine kantoortje van 121 Personnel Services, een bureau dat bemiddelt tussen expats en huishoudelijk personeel. Daar zaten een stuk of acht Filippijnse vrouwen op zoek naar een baan als dienstmeisje. Sommige van hen waren inderdaad hun baan kwijt omdat hun baas vanwege de recessie was teruggeroepen. Maar tot nu toe hadden ze nauwelijks moeite om iets nieuws te vinden; sommige vrouwen hadden al enkele werkgevers afgewezen in de hoop op een hoger salaris of een leukere familie.

Met een van hen: Mary-Fe Chavez (34), heb ik een hele tijd zitten praten. Het blijft een raar fenomeen dat zoveel Filippijnse vrouwen hun kinderen achterlaten om elders in de wereld voor andermans kinderen te zorgen. Mary-Fe heeft 3 kinderen, van 16, 13 en 5. Ze werkt al tien jaar, met enkele tussenpozen, in Singapore. ,,Het schuldgevoel over je kinderen blijft altijd”, zei ze. ,,Ook al stuur je miljoenen naar huis, je denkt toch: hoe zou het met ze gaan.”

Voor vrouwen als zij maakt het veel uit wat voor baas ze krijgen. Ze hebben ook een heel rijtje vooroordelen over de verschillende nationaliteiten expats. Bij Chinezen is het 24 uur werken, zei Mary-Fe. De baby van de Chinese familie waar ze zes jaar werkte, sliep bij haar. De slechtste ervaring had ze met een Koreaanse vrouw en Amerikaanse man. De vrouw liet haar nauwelijks de deur uit, hield er geen rekening mee als ze ziek was en door al het werk kon ze meestal pas rond 11 uur ‘s ochtends ontbijten.

Haar collega Mary-Jane Bangona (34) had weer het andere uiterste. Bij een Noorse familie werkten man en vrouw buitenshuis en ging het kind naar school, dus ze had het huis de hele dag voor zichzelf. Ze kreeg ook een twee keer zo hoog salaris (1000 Singaporese dollar, ongeveer 550 euro) als de meeste andere dienstmeisjes. Ook al zijn de Noren al terug naar huis, ze sturen haar nog steeds 150 euro per maand voor haar twee kinderen.

Maar nu de Noren onverwachts terug moesten, zal Mary-Jane fors moeten inleveren. Nadat ze acht werknemers had afgewezen, is ze nu toch maar akkoord gegaan met een salaris van 500 Singaporese dollar.