Volkslied Limburg jubileert

Het Limburgse volkslied bestaat vandaag honderd jaar. Ouderen, zelfs buiten Limburg, kennen het uit hun hoofd. Jongeren hebben daar meer moeite mee.

Limburg, mijn Vaderland Volkslied Limburg ´Waar in ’t bronsgroen eikenhout´

Kasteel Borgitter staat nog net aan de Belgische kant van de grens tussen de twee Limburgen. Rond het waterslot vlakbij het Nederlandse dorp Neeritter stonden de bomen die Gerard Krekelberg inspireerden tot het lied dat vandaag precies honderd jaar geleden voor het eerst ten gehore werd gebracht: Waar in ’t bronsgroen eikenhout nachtegaaltje zingt.

Het lied moest de oprichting van de ‘Vereeniging tot bevordering van den volkszang in Limburg’ op 31 januari 1909 opluisteren. Onder de toehoorders waren de voorzitter, de latere premier jonkheer Charles Ruys de Beerenbrouck en andere notabelen. Krekelberg, zanger van het Koninklijk Roermonds Mannenkoor, schreef de tekst van het gelegenheidslied. Henri Tijssen, dirigent van dat gezelschap, schreef de muziek. Dat het een evergreen zou worden, kon niemand bevroeden. Laat staan dat iemand voorzag dat Limburg, mijn vaderland dertig jaar later volkslied van beide provincies zou worden.

De Belgen zingen overigens een kortere versie van Limburg, mijn vaderland, dat meestal Waar in ’t bronsgroen eikenhout wordt genoemd. Het in 1939 aan het lied geplakte couplet over trouw aan het Oranjehuis laten ze voor wat het is. Ook Nederlands Limburg geldt trouwens niet als buitengewoon koningsgezind.

Het NIPO deed in 1999 onderzoek naar de bekendheid, waaruit bleek dat slechts 30 procent van de Nederlanders hun provinciale volkslied kende. In de Randstad was dat een nog veel kleiner deel van de bevolking. Het noorden haalde veel hogere scores: 93 procent van de Friezen en 91 procent van de Groningers kenden de eigen hymne. De Limburgers werden derde: 79 procent wist enkele regels op te lepelen.

Bijzonder is dat Waar in ’t Bronsgroen eikenhout ook buiten de provinciegrenzen een grote bekendheid geniet. Ouderen uit totaal andere hoeken van het land kunnen vaak moeiteloos een couplet of meer zingen, omdat ze het op school of elders hebben geleerd.

De jongere generatie, ook binnen de Limburgen, kent het lied minder goed. Het provinciebestuur in Maastricht probeert de populariteit te vergroten door het steunen van een boekje over de historie van het lied en het via internet verspreiden van een videoclip waarin twee kinderkoren uit de Limburgen het werk van Krekelberg en Tijssen zingen. Het koesteren van de jubilaris past bij het streven naar vereniging van de twee provincies. Het volkslied is een van de weinige, onomstreden gemeenschappelijkheden.

Boek: Waar in ’t bronsgroen eikenhout , (Paul Weelen, red.) Uitg. TIC, € 15,-

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Limburgs volkslied

Anders dan het artikel Limburgs volkslied jubileert (31 januari, pagina 36) vermeldt is het couplet over trouw aan het Oranjehuis vanaf de beginjaren in de tekst van Limburg, mijn vaderland opgenomen.

    • Paul van der Steen