Premier weerspreekt beweringen Armitage

Er is geen verband tussen de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO en de politieke steun van Nederland voor de Amerikaanse inval in Irak. Dat heeft premier Balkenende gisteren gezegd na afloop van de ministerraad. Hij weerspreekt daarmee de opmerking van de voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Richard Armitage. In een interview met de GPD-kranten zei Armitage donderdag dat de steun de benoeming van De Hoop Scheffer in september 2003 geholpen had. „Een heel merkwaardige uitlating”, vindt Balkenende. Volgens hem speelde de opvolging van NAVO-baas Robertson niet op het moment dat Nederland zijn steun uitsprak voor de VS. Maar Robertson maakte zijn vertrek op 22 januari 2003 bekend. De politieke steun van Nederland kwam bijna twee maanden later, op 18 maart. En De Hoop Scheffer werd in juni door de VS benaderd voor de NAVO-functie.

Balkenende weersprak ook een andere opmerking van Armitage: dat de VS „absoluut” een verzoek om militaire steun in Irak bij Nederland had ingediend. Volgens Balkenende was nooit sprake van een concreet verzoek, maar werd „in algemene zin” gesproken over de mogelijkheden van steun. Armitage in het interview: „We hebben officiële documenten gezonden en diplomaten naar Nederland gestuurd. Ik noem dat een verzoek. Hoe iemand anders dat noemt, moet hij weten.”

Zie voor eerdere berichtgeving: nrc.nl/irak