CDA worstelt met begrotingsregels

De economie stimuleren en tegelijkertijd de overheidsfinanciën gezond houden is een moeilijk te combineren taak. Hoe gaat het CDA deze balanceeract uitvoeren?

CDA’er Frans de Nerée tot Babberich staat losjes een groep journalisten uit te leggen hoe zijn partij aankijkt tegen de nieuwste maatregelen van minister Bos (Financiën, PvdA) tegen de economische verslechtering. Gaan de begrotingsregels zo langzamerhand niet knellen? De Nerée zegt dan met een glimlach: „Ik ben 38 jaar getrouwd, en nog van de generatie die gewoon getrouwd blijft. Afspraak is afspraak.”

‘Solide financieel beleid’ is één van de belangrijkste uitgangspunten van het CDA. Het hangt samen met het idee van rentmeesterschap: het verantwoord omgaan met het bezit dat de mens beheert en dat je lasten niet mag doorschuiven naar toekomstige generaties. „Ook in de huidige economische recessie moeten het stimuleren van van economische groei en solide financieel-economisch beleid samen gaan en elkaar versterken”, staat in het deze week gepubliceerde verkiezingsprogramma voor het Europees Parlement. Maar hoe lang is dit nu vol te houden? Komt de partij niet in een spagaat als er een recessie komt die dieper wordt dan die van de donkere jaren tachtig? Kiest de partij dan toch voor bezuinigen bij een krimpende economie?

CDA, PvdA en ChristenUnie hebben in het regeerakkoord de financiële uitgangspunten tot 2011 vastgelegd. Zo is sprake van een strikte scheiding tussen inkomsten en uitgaven van het rijk. Tegenvallende uitgaven, bijvoorbeeld aan uitkeringen, moeten worden gecompenseerd door bezuinigingen. Ook is vastgelegd dat bij een begrotingstekort van 2 procent – de ‘signaalwaarde’ – het kabinet maatregelen neemt. Het zijn afspraken die onder druk staan.

De komende weken wordt er binnen de coalitie onderhandeld over bijstelling van de lopende begroting (ten behoeve van de Voorjaarsnota) en die van 2010. De christelijke werkgevers en werknemers hebben hun keuze al bepaald. Zij riepen als VNO-NCW en CNV minister Bos (Financiën, PvdA) op de begrotingsregels op te schorten, iets wat Bos te ver ging. De CDA-top is tot dusver duidelijk: aan de begrotingsregels mag niet getornd worden. „Het is goed om op dit punt het beste jongetje van de Europese klas te blijven”, zei fractieleider Pieter van Geel op het laatste CDA-congres.

De geest van de afspraak is voor de sociaal-democraten belangrijker dan de letter. Dat bleek toen Van Geel afgelopen najaar pleitte voor aanpassing van de regels. De noodhulp in de banksector dreigde een stoorzender in de overheidsfinanciën te worden: alle eventuele opbrengsten ervan konden voor leuke dingen gebruikt worden. Het CDA eiste, met succes, tussentijdse aanpassing van de regels in het belang van de financiële soliditeit: alle baten en lasten rechtstreeks naar de staatsschuld.

Ook het stevig stimuleren van de economie staat op gespannen voet met het respecteren van de begrotingsregels. Hoogleraar Roel Beetsma vindt het te vroeg voor zulke plannen. „Het is nog te prematuur om in Nederland de economie zo te stimuleren dat de schuld of het begrotingstekort de in Europa afgesproken grenzen passeert.” Maar de econoom en CDA’er is ook tegen bezuinigingen, mochten uitgaven uit de hand lopen. „Actief tegenbeleid gaat ook te ver.”

Volgens Harrie Verbon, hoogleraar economie in Tilburg en ook CDA’er, is Nederland per definitie een te klein land om de economie te stimuleren. „Dat is bij ons weggegooid geld.” Maar net als Beetsma meent Verbon dat de begrotingsregels niet coûte que coûte gerespecteerd hoeven te worden. Zo voorziet de econoom een kostenexplosie op het ministerie van Sociale Zaken als gevolg van stijgende werkloosheid. „Die overschrijdingen moet je accepteren, dan moet je niet gaan bezuinigen. Hoe dan? Door de uitkeringen te verlagen? Dat zou het alleen maar erger maken, want dan gaan de bestedingen omlaag. Je moet niet actief stimuleren, maar je moet evenmin bezuinigen in de huidige omstandigheden.”

In de jaren tachtig lieten de kabinetten-Lubbers de economische crisis gepaard gaan met fikse bezuinigingen. Toenmalig CDA-minister van Financiën Onno Ruding vindt de situatie van toen onvergelijkbaar met die van nu; hervorming van de sociale zekerheid is nu niet het recept, wel is aanpassing van het financiële stelsel geboden. Maar verder gaan vindt Ruding onnodig. „Het begrotingsbeleid is goed beleid.” Ruding beklemtoont wel dat minister Bos het zelf snel moet aangeven als de huidige afspraken niet meer houdbaar zijn. „Hij beschikt over de juiste cijfers. Anders blijven ze in Den Haag om elkaar heen draaien.”

Eén CDA-denker ziet het allemaal heel anders. De Tilburgse econoom en ex-SER-kroonlid Ad Kolnaar vindt een groter begrotingstekort helemaal geen probleem. Sterker: de overheid moet het tekort laten oplopen, omdat Nederland een structureel overschot heeft van circa 40 miljard euro op de betalingsbalans. Er komt dus meer geld Nederland binnen dan er uit gaat. „We laten de welvaart weglekken naar het buitenland. Het huidige CDA-beleid is goed voor de Verenigde Staten en niet voor Nederland.”

De komende maanden zijn pittige gesprekken voorzien binnen de coalitie. Het CDA zal niet snel het ‘solide begrotingsbeleid’ loslaten, maar enige beweging lijkt wel noodzakelijk. Zover is het nog niet. Kamerlid De Nerée tot Babberich: „Wanneer je openlijk gaat twijfelen over afspraken dan doet niemand meer moeite om die afspraken na te komen.”