Zonder verhaal prikkel je niet

Karel Hubert schrijft al veertig jaar commercieel boeken en artikelen.

Nu is er voor het eerst een literaire verhalenbundel van hem verschenen.

Foto Mieke Meesen
Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

Er zijn verschillende manieren waarop mensen in deze rubriek terecht kunnen komen. Soms kennen we ze, soms zijn ze bekend en heel soms melden ze zich zelf aan. Dit is de eerste keer dat we iemand interviewen die een persbericht stuurde. Onder de kop Fictiedebuut na 40 jaar schrijven luidde de tekst daarvan:

Karel Hubert (1949) schrijft zijn hele leven. Vele honderden artikelen van zijn hand verschenen in tientallen tijdschriften. Hij schreef boeken over de staatsloterij, motorfietsen, jubilerende bedrijven, auto’s en popmuziek. Zijn reclameteksten bereikten miljoenen mensen. Twee dichtbundels en een boek over overlijdensadvertenties maakten duidelijk dat zijn schrijverschap verder strekte. En nu is daar Haar Huis, Mijn Eiland, Huberts eerste lange verhaal. Samen met het intrigerende Gods Postbus en het melancholieke Het Verval gebundeld in een met liefde ontworpen en gemaakt boek.

Karel Hubert (59) hoorde in 1966 bij de allereerste lichting van de School voor de Journalistiek in Utrecht. Na ook nog een studie psychologie begon hij in 1972 met een vriend een communicatiebureau, een van de eerste in Nederland. In 1992 verkochten ze dat aan een Amerikaans bedrijf. Na diverse omzwervingen kwamen ze twee jaar geleden weer samen – en richtten opnieuw een communicatiebureau op.

In dat bureau staan nu een stuk of dertig dozen met exemplaren van het door Karel Hubert zelf uitgegeven Haar Huis, Mijn Eiland. Die moeten binnenkort naar de AKO. Voor het tweede verhaal van het boek, Gods Postbus, plaatste Karel Hubert twee nep-contactadvertenties, één van een vrouw en één van een man. Dat deed hij om zeker te weten of de plot van het verhaal klopte.

In Gods Postbus laat de hoofdfiguur de reacties op twee door hemzelf geplaatste contactadvertenties lopen via één postbusnummer, het zijne. Hij herschrijft de brieven en stuurt ze dan pas door. Dat doet hij uit verbazing over de onbeholpenheid van de briefschrijvers die reageerden op een door hem geplaatste advertentie. Uit het verhaal:

Bij elke brief die hij las, steeg de behoefte om een betere tekst op papier te zetten. Een overtuigender tekst, die hem – als ontvanger – wél zou prikkelen, wél nieuwsgierig zou maken. Wat vooral uit de brieven naar voren kwam, was het gebrek aan zelfvertrouwen. Op drie reacties na, deden de schrijvers vooral moeite al vóór een eventuele ontmoeting alle hoop weg te nemen dat zij boeiend, leuk of aantrekkelijk waren. Hij zag voor zich hoe hij met zijn kunde elke brief zou kunnen verbeteren, waardoor meer mensen met elkaar in contact zouden komen. Hij stelde zich voor hoe hij de onhandige brief van een man aan een adverterende vrouw zo zou schrijven dat zij deze ene man zou uitnodigen voor een ontmoeting. En hoe hij de verlegenheid ademende tekst van een meisje wist te herschrijven tot een geestig, aangrijpend epistel dat de adverterende man instant verliefd zou maken. Hij wist dat hij de mensen aan elkaar kon schrijven.

Is er een verband tussen dat laatste zinnetje en uw werk van de afgelopen veertig jaar?

„Dat zou je kunnen zeggen, ja. Dankzij mijn werk ben ik een vertaler van gevoelens: ik luister naar bedrijven en probeer vervolgens over te brengen wat ze bedoelen. Zelf heb ik van huis uit meegekregen dat het belangrijk is om je uit te kunnen drukken. Mijn vader was hoorspelregisseur, maar schreef zelf ook: hoorspelen en liedjes. Als wij aan tafel zaten vertelden we hoe onze dag was. En dan was het belangrijk om het zo te doen dat iedereen geboeid bleef. Veel mensen vergeten dat als je geen verhaal hebt, je ook niks over kunt brengen. En dat vergeten ze al helemaal als ze iets op moeten schrijven. Dan wordt het op zijn best droog en zakelijk – en op zijn slechtst onhandig en gevoelloos. Maar juist in tekst moet je weten te schrijven over wat je drijft en voelt. Als mens, maar ook als bedrijf.”

Een bedrijf is voor u een persoon?

„Ja, zo zie ik het wel. En voor een deel is dat om de saaiheid van mij af te houden. Zolang ik mij herinner ben ik er bang voor geweest dat ik in mijn leven niet genoeg zou doen, zou denken, zou schrijven. Dus ben ik altijd op zoek naar nieuwe verhalen. Ook bij bedrijven. En dat zijn ze niet gewend. Als bedrijven over zichzelf vertellen is dat bijna altijd in de vorm van cijfers – of een interview met de topman over die cijfers. Ze vertellen hun verhaal net zo onhandig als de meeste mensen. Maar ook het verhaal van een bedrijf moet gaan over wie je bent, waar je vandaan komt en waar je voor staat. Het menselijke gezicht is het echte gezicht.”

Hebben bedrijven hulp nodig om dat verhaal te vertellen?

„Gelukkig wel, want dat is wat mijn werk interessant maakt. Ik kom vaak verrassende mensen tegen, die totaal verschillen van het imago van hun bedrijf. Daar kom ik achter als ik ze vraag wat ze nou echt van iets vinden, wat hun werkelijke gevoelens daarover zijn. Dat soort vragen krijgen ze anders nooit. Ze worden altijd alleen maar aangesproken op wat ze doen.”

Gevoelens verwoorden is belangrijker dan de meeste mensen denken?

„Mensen bestaan niet zonder taal. Je krijgt emoties door ze te verwoorden, ook als dat moeilijk voor je is. Of op zijn minst worden die emoties er mooier van als je de goede woorden weet te gebruiken. Ik heb me altijd verbaasd over onhandige teksten op momenten dat het juist belangrijk is om te laten zien wie je bent – of was. Kijk naar contactadvertenties. Kijk naar overlijdensannonces. Dan sta je misschien voor het eerst, maar in elk geval voor het laatst in de krant en word je herdacht met een zouteloze, clichématige tekst. Misschien ben ik van alles wat ik heb gedaan wel het meest trots op een boekje dat ik een paar jaar geleden heb gemaakt, 50 manieren om je dood te adverteren. Het waren voorbeeldteksten waar mensen naar hartelust uit konden citeren. En dat is ook gebeurd. Het boekje verscheen in een beperkte oplage, maar er hoorde een website bij die vele duizenden keren is gedownload. Een paar maanden lang zag je zinnen uit die voorbeeldteksten terugkomen in overlijdensadvertenties. Ik kreeg ook brieven van mensen die mij bedankten, omdat ze er bijvoorbeeld wat aan hadden gehad bij het schrijven van een afscheidsrede voor hun vader.”

Is mensen een mooi verhaal helpen vertellen eigenlijk belangrijker voor u dan geld verdienen?

„Ik heb goed verdiend, hoor. Maar het is waar: dat is nooit het voornaamste geweest. Toen wij in de jaren zeventig met ons bureau begonnen, was geld verdienen natuurlijk ook minder belangrijk dan tegenwoordig. We vonden het gewoon leuk wat we deden, dan komt het geld vanzelf wel. En waarom zou je mensen niet helpen als dat binnen je vermogens ligt? We hebben hier ook een tijdje een tekstspreekuur gehad. Op vrijdagmorgen tussen tien en twaalf konden mensen uit het dorp binnenlopen als ze hulp nodig hadden bij het schrijven van een of andere tekst: een bedankbriefje, een toespraakje, een condoleance. Het was gratis. Soms is het genoeg om iets te doen waar mensen blij van worden.”

In Gods Postbus schrijft Peter aan Mirjam: Wat kan jij toch mooi schrijven en de dingen onder woorden brengen! Ik ben blij dat jij ook nieuwsgierig bent naar mij. Ik ben wel een beetje nerveus voor onze ontmoeting, hoor. Want zoals ik je al eerder heb geschreven zit ik nog best met de echtscheiding in mijn hoofd. En met jou heb ik het gevoel dat ik weer eens iemand echt ga leren kennen, waar ik ook veel behoefte aan heb.

De herschreven brief die Mirjam ontvangt, luidt: Wat is dat toch met die brieven van jou? Ze lijken mijn huis wel in te dansen en als ik ze – zoals deze – ’s avonds lees, hoef ik geen licht aan te doen: jouw woorden stralen vanzelf. En dat kan alleen als de schrijfster haar warmte aan het papier toevertrouwt.

‘Haar Huis, Mijn Eiland’ is vanaf eind februari te koop bij de AKO-boekhandels