Premier Maliki eist de hoofdrol op

Premier Maliki ontpopt zich steeds meer als een sterke leider en een nationalist.

Tot afgrijzen van veel Irakezen, die in hem een nieuwe Saddam Hussein zien.

Premier Nouri al-Maliki is hoofdrolspeler in de Iraakse verkiezingen die morgen worden gehouden. Het zijn provinciale verkiezingen en Maliki is geen kandidaat. Toch hangt overal zijn grimmige portret aangeplakt. De uitslag bepaalt immers voor een belangrijk deel zijn politieke toekomst – en die van Irak.

De verkiezingen doen dienst als generale repetitie voor de parlementsverkiezingen in december. Door achtereenvolgende afsplitsingen is Maliki’s shi’itische Dawa-partij tot 6 van de 275 zetels in het parlement teruggebracht. Dat is veel te weinig om volgend jaar premier te blijven. Maar wordt de coalitie die hij heeft gesmeed met een aantal andere splinterpartijtjes morgen een succes, dan ziet zijn toekomst er zonnig uit.

Maliki’s coalitie heet Dawlat al-Qanun, Arabisch voor ‘staat van het recht’. Die naam zegt heel veel. Hij verwijst naar het grote veiligheidsoffensief Fard al-Qanun (handhaving van het recht) dat begin 2007 werd gelanceerd om de hoofdstad Bagdad en omstreken te pacificeren. Dat is grotendeels gelukt – omdat de shi’itische rebel Muqtada Sadr een staakt-het-vuren sloot, omdat sunnitische stammen hadden besloten de strijd aan te binden tegen Al-Qaeda-in-Irak en omdat toenmalig Amerikaans president George Bush extra troepen had gestuurd. Met die naam eist Maliki de eer op voor de beteugeling van het geweld. Vorig jaar werden er gemiddeld nog 24 burgers per dag gedood, wat veel is voor een normale staat, maar een stuk minder dan de respectievelijk 72 en 61 doden van 2006 en 2007.

Anderhalf jaar geleden gold Maliki nog als dadenloos en werd in binnen- en buitenland druk over zijn val gespeculeerd. Maar in het afgelopen jaar ontpopte hij zich tot tevredenheid van veel Irakezen als een sterke man en een nationalist. Zo sterk en zo nationalistisch dat veel andere Irakezen hem als een nieuwe Saddam Hussein betitelen.

Maliki’s bekering van shi’itische fundamentalist tot min of meer seculiere nationalist begon vorig jaar met de persoonlijk geleide offensieven (overigens met aanzienlijke Amerikaanse hulp) in de grote zuidelijke stad Basra en in Bagdad tegen strijders van Muqtada Sadr, die hele wijken terroriseerden. Bij de bevolking maakte hij in november definitief naam als nationalist met het troepenakkoord met de Verenigde Staten, dat de terugtrekking van de Amerikaanse troepen voor 1 januari 2012 eist.

In die tijd begon hij ook te pleiten voor herziening van de grondwet, die nu voorziet in een federale staat, met als doel de bevoegdheden van de regering te versterken. De term federale regering is uit zijn woordenboek geschrapt: in Bagdad zetelt tegenwoordig een centrale regering. „Irak moet zijn wetten en zijn grondwet zo wijzigen dat deze zijn eenheid verdedigen”, aldus de premier vorige week op een verkiezingsbijeenkomst. „Het denken in sekten is de oorzaak van de verwoesting van het land”, zei hij deze week op een andere bijeenkomst.

Dat valt slecht bij de shi’itische concurrentie van de Opperste Islamitische Iraakse Raad. Die domineert nu bijna alle provinciale raden in Zuid-Irak en is sterk voorstander van samenvoeging van de olierijke zuidelijke provincies tot een federale regio met sterke eigen bevoegdheden, wat de grondwet nu mogelijk maakt. Het valt nog slechter bij de Koerden. Zij zijn bang dat Maliki niet alleen hun gedroomde hoofdstad, de oliestad Kirkuk, en andere opgeëiste gebieden wil inpikken, maar ook hun autonome Koerdistan langzaam wil slopen. Dit zijn de groepen die een nieuwe Saddam zien opstaan in Bagdad.

De Koerden zien overal onheilspellende signalen: bijvoorbeeld het besluit van shi’itische media om niet meer over Koerdistan te spreken, omdat dit woord verdeling impliceert, maar over Koerdische gebieden of Noord-Irak. Of de pogingen van de premier om Koerdische eenheden van het Iraakse leger in door de Koerden opgeëist gebied te vervangen door Arabische eenheden. En vooral de oprichting van de isnads, tribale groepen die door de regering worden betaald en loyaal zijn aan Maliki.

De Koerden (en de Opperste Raad) zien de vorming van deze groepen als een nauwelijks verhulde poging van Maliki zijn eigen militieloze partij van milities te voorzien zodat hij sterker tegenover hen staat. De Koerdische president van Irak, Jalal Talabani, heeft gedreigd de rechter in te schakelen om de isnads te verbieden. De openhartige president van Koerdistan, Massoud Barzani, heeft Maliki bij herhaling voor verrader en dictator uitgemaakt: „Wij weten dat er een persoon is die de dictatuur in Irak wil herstellen door het leger en de politie te controleren”, zei hij deze week. Barzani doelde daarbij op berichten over zuiveringen in Bagdad en op de oprichting van twee eigen veiligheidsdiensten door Maliki.

In autonoom Koerdistan worden morgen geen verkiezingen gehouden, evenmin als in het zeer omstreden gebied van Kirkuk. Maar het staat vast dat in de anti-Koerdische Arabische rest van het land Maliki’s stellingname goed valt en de enorme corruptie en slechte dienstverlening onder zijn bewind overstemt.

Is het genoeg om de Opperste Raad, nu verreweg de sterkste politieke partij (en evenals de Koerden ongemakkelijke coalitiepartners van Maliki in de federale regering) te verslaan? Grootayatollah Ali Sistani heeft dit keer geen stemadvies uitgebracht, maar de Raad zegt hoe dan ook „het pad van de Marjaya (Sistani) te volgen”. Voor een deel van de diep-gelovige shi’itische meerderheid zal dat de doorslag geven. Maar wat is de invloed van de cadeaus die veel partijen uitdelen, van fraude, intimidatie en tribaal blok-stemmen? Hoeveel invloed kan Muqtada Sadr nog uitoefenen via onafhankelijke kandidaten? Hoe gaan de sunnieten stemmen? Het wordt een interessante dag.