Pasgeboren baby heeft volwassen ritmegevoel

Ritmegevoel is echt aangeboren bij mensen. Het brein van baby’s van een paar dagen oud reageert al op een ontbrekende beat.

Alle mensen ter wereld hebben ritmegevoel. Zelfs de mensen die lijden aan amusia, het onvermogen om melodieën van elkaar te onderscheiden, kunnen aardig meetikken met een liedje. Het is waarschijnlijk de basis van het menselijk muzikaal gevoel en het vermogen om samen te dansen. Dieren dansen altijd alleen.

Maar is dat menselijk ritmevermogen (deels) aangeleerd of al direct compleet aanwezig bij pasgeboren kinderen? Het antwoord is nu bekend: geheel aangeboren. Onderzoekers onder leiding van de Hongaar István Winkler en de Nederlander Henkjan Honing (Universiteit van Amsterdam) ontdekt dat pasgeboren kinderen al in hun eerste dagen in de wereld feilloos afwijkingen in een standaard rockritme kunnen opmerken. Dat kunnen aanvoelen van die afwijking is de essentie van ritmegevoel en daarin weken de prestaties van de piepjonge zuigelingen dus niet af van die van volwassenen. Het onderzoek is deze week online gepubliceerd door The Proceedings of the National Academy of Sciences. Er waren al wel ritmische prestaties van baby’s bekend, maar nooit was het bekeken bij zo jonge kinderen.

Het onderzoek werd verricht bij 14 slapende baby’s op de kraamafdeling van de Semmelweis Universiteit. Ze werden voorzien van drie elektroden op het hoofd en ook eentje op hun neus, voor de standaard nul-meting. Op de oren kwam een koptelefoon waarop de onderzoekers – met toestemming van de ouders en in aanwezigheid van de moeder – 1530 keer een kort slagwerkritme (uitgevoerd op bas, snaredrum en dubbele bekken) lieten horen, in vijf kleine variaties. Eén variatie was het complete ritme, in drie andere was een onbenadrukte slag weggelaten en in de vijfde was de beat zelf weggelaten: de meest benadrukte slag aan het begin van de maat. Zoiets klinkt als een luide stilte en trekt in de muziek altijd de aandacht. Uit het EEG bleek dat het brein van de slapende baby’s precies zo reageerde als het brein van volwassenen die aan dezelfde proef werden onderworpen: met een elektrisch negatieve piek na 150 à 250 ms, de mismatch negativity, het teken van verrassing. Als zelfs bij slapende pasgeborene zo’n verrassingspiekje wordt opgewekt door een ontbrekende beat en niet door het weglaten van onbelangrijke slagen, dan moet ritmegevoel dus wel aangeboren zijn.

Maar wat betekent dat voor muzikaliteit? Pasgeboren baby’s zijn ook al tonaal begaafd. Ze herkennen bijvoorbeeld het verschil tussen kleine en grote intervallen en kunnen horen of een interval omhoog of omlaag gaat. Dat was al eens vastgesteld en het Hongaarse team in het Semmelweisziekenhuis heeft het nu weer op vergelijkbare wijze als vastgesteld met de ritmes, zo schrijven ze in een artikel dat op 9 januari online gepubliceerd werd door het tijdschrift Clinical Neurophysiology (article in press). Maar toch concluderen Winkler en Honig niet dat muzikaliteit dus aangeboren is bij de mens en dus zelfs een evolutionair nuttige rol kan hebben gespeeld. Want ritmegevoel en toongevoel zijn ook belangrijk voor taal. Misschien is muziek dus maar een bijeffect van die voor taal ontstane vermogens.

Het ritme is te horen op nrc.nl/wetenschap