Gerechtshof had gelijk

Het is goed dat het hof in Amsterdam de vervolging van Wilders heeft gelast.

Daarmee gaan rechters niet op de stoel van politici zitten, zoals critici suggereren.

Illustratie Milo
Illustratie Milo Milo

In zijn artikel over de beslissing van het hof in Amsterdam om opdracht te geven tot de vervolging van Wilders, betoogt Rob Wijnberg (nrc.next, 28 januari) dat het hof de scheiding der machten schendt. Ik zal aantonen dat de uitspraak níet haaks staat op de machtenscheiding. In de discussie worden drie argumenten gehanteerd om aan te geven dat het hof het bij het verkeerde eind zou hebben gehad.

1Het hof heeft zich op het gebied van de wetgevende macht begeven (een parlementariër wordt de mond gesnoerd).

2Het hof loopt met zijn breed gemotiveerde beslissing de rechter die over de zaak moet oordelen voor de voeten.

3 Vervolging is zinloos, omdat het Wilders alleen maar electorale winst zal opleveren.

Alle drie de argumenten raken de inrichting van de democratische rechtsstaat. Ze zijn mijns inziens alle drie onjuist.

1Het eerste argument ziet voorbij aan het feit dat PVV-leider Wilders als parlementariër onschendbaarheid geniet voor alles wat hij zegt in het parlement. Dit is een absoluut recht dat een gang naar de rechter verhindert. Dat betekent dat het parlement zelf aan de hand van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer vaststelt wat een parlementariër in het parlement mag zeggen. Het gaat hier om een van de oudste rechten van de democratie, dat rechtstreeks terug te voeren is tot de machtenscheiding. De beslissing van het hof raakt niet aan die vrijheid, want die gaat om wat Wilders búiten het parlement zegt. Daar is de norm dat een parlementariër vrij aan het maatschappelijke debat mag deelnemen, maar daarin als parlementariër een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Hij moet dus een juist gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting. Het hof heeft de uitlatingen van Wilders aan die norm getoetst.

2Het tweede argument gaat voorbij aan het feit dat het Openbaar Ministerie (OM) er bijna een jaar over heeft gedaan om in een breed gemotiveerde beschikking de vervolging te weigeren in juni vorig jaar. Het heeft voor die beslissing de adviezen ingewonnen van een aantal rechtsgeleerden. Deze besluitvorming was volkomen intransparant. Ik heb in een eerder stadium met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur openbaarmaking van de uitgebrachte adviezen gevraagd. Het OM heeft dat geweigerd en het heeft deze adviezen ook niet in de procedure bij het hof openbaar gemaakt.

De lange duur van de besluitvorming en de zucht van verlichting die politiek Den Haag slaakte toen de uitkomst daarvan was dat het OM niet zou vervolgen, roepen de verdenking op dat dit hele besluitvormingsproces politiek was aangestuurd. Het is binnen de machtenscheiding die wij hanteren onaanvaardbaar dat het OM, een orgaan dat deel uitmaakt van het openbaar bestuur, op grond van eigen inhoudelijke en deels niet verifieerbare argumenten, over al of niet schending van de rechtsorde zou kunnen beslissen. Dat moet de rechter doen. Het hof heeft de argumenten van het OM getoetst en te licht bevonden.

3Het derde argument dat het allemaal slechts electorale winst zou opleveren, komt er op neer dat een parlementariër ook voor uitlatingen buiten het parlement nooit zou kunnen worden vervolgd. Dat zou een ongewenste uitbreiding van de macht van een parlementariër zijn.

Het miskent bovendien dat het in dit soort zaken een keuze is uit een democratisch dilemma van het beperken van de vrijheid van meningsuiting en het tegengaan van de uitsluiting van bepaalde groepen van dat debat. Met die uitsluiting bedoel ik dat bepaalde groepen (in dit geval moslims) in het debat worden aangevallen op hun moslim zijn en niet op wat zij vinden. Wilders zegt wel dat hij de discussie zoekt, ook met Fitna. Wie die film nauwkeurig heeft bekeken, moet toch tot de conclusie komen dat je iemand uitnodigt voor een debat nadat je hem eerst met een honkbalknuppel op het hoofd hebt geslagen.

De beslissing van het hof past dus heel goed in de machtenscheiding. Zij kan bijdragen aan de kwaliteit van het openbare debat over integratie, dat in de afgelopen periode behoorlijke averij heeft opgelopen.

Egbert Dommering is emeritus hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.