Berry Withuis (1920-2009)

Berry Withuis – W.A.A. van Otterloo, wintercompetitie Zutphensch Schaakgenootschap, 1945

Vorige week vrijdag overleed Berry Withuis, „nog steeds vloekend op de fascisten maar overigens goed geluimd, en woordrijk en geestig als altijd”. Zo stond het op de rouwkaart die de familie rondstuurde en zoals hij daar beschreven werd, kende ik hem ook.

Dat vloeken op de fascisten hoorden we overigens maar zelden. Berry was communist en hij deed zijn best om zijn politieke leven en zijn schaakleven gescheiden te houden. Hij praatte graag, maar in discussies had hij weinig zin, want hij leefde met heilige waarheden, in het schaakspel en in de politiek.

Officieel was hij schaakjournalist en chef van de persdienst bij vrijwel alle belangrijke schaaktoernooien in Nederland, maar daarnaast was hij zonder officiële functie tientallen jaren de Grote Roerganger van het Nederlandse schaak. Als er iets belangrijks op schaakgebied gebeurde, was hij er bij betrokken en als er niets was, zorgde hij dat het er kwam.

Iemand legde me eens uit hoe dat was begonnen. Withuis had een functie gehad bij de krant De Waarheid, maar toen er daar bezuinigd moest worden door de sterk verminderde populariteit van het communisme na de Russische inval in Hongarije in 1956, moest hij naar een andere inkomstenbron uitzien. Schrijven over schaken, maar dan moest er wel iets zijn om over te schrijven. Praktisch als hij was, besloot Withuis om de ontbrekende schaakwedstrijden dan maar zelf uit de grond te stampen. Ik weet niet of het echt zo is gegaan, maar het klinkt plausibel.

Van de lange rij van schaakevenementen die er dankzij hem gekomen zijn, noem ik het jaarlijkse IBM-toernooi, een van de sterkste toernooien ter wereld, en de V&D simultaantoernee, die vele jaren lang in de maand na het Hoogovenstoernooi goed betaald werk bood aan buitenlandse en Nederlandse schakers.

Hij organiseerde toernooien, leidde daar de persdienst, schreef er over in tal van kranten en hij had ook altijd een belangrijke stem als het er om ging wie er mee mocht spelen. Geen wonder dat die positie van spin in een web vaak tot kritiek leidde.

Ik herinner me een bijeenkomst van de KNSB waar ik bij mocht zijn omdat ik kort daarvoor voor het eerst in het Nederlandse team aan een landenwedstrijd tegen Engeland had meegedaan.

Hans Bouwmeester fulmineerde tegen de volgens hem willekeurige manier waarop zo’n team werd samengesteld: „Dan bellen ze bij de KNSB Berry Withuis maar weer op, die zegt dat er bij de schaakclub VAS wel een talentvolle jongere is, en hup, die jongen zit dan in het Nederlandse team.” Dat ging over mij.

Werkend als een paard had Withuis misschien inderdaad meer macht dan goed is voor een mens, maar de Nederlandse schaakwereld spon er garen bij en wat hij deed kwam voort uit grote liefde voor het schaakspel en een diepe bewondering voor de topspelers.

Honderden vluggertjes heb ik met hem gespeeld, bij hem thuis in Amsterdam of in de perskamer van een toernooi op de zeldzame momenten dat hij even geen werk had.

Tientallen keren heb ik bij hem in de auto gezeten, meestal op weg naar een simultaanséance die hij had georganiseerd. Als Hein Donner dan voorin zat kon het gebeuren dat het gesprek toch op de politiek kwam.

Een keer zei Berry toen dat als hij en zijn politieke vrienden aan de macht zouden komen – en dat het ooit zou gebeuren, daar twijfelde hij niet aan – vrijzwevende intellectuelen als Hein en ik helaas als eersten tegen de muur moesten, een harde plicht waar hij zich als vriend niet op verheugde. Misschien was het voor een deel een grapje, maar zeker niet helemaal.

Nadat hij omstreeks 1990 van Amsterdam verhuisd was naar zijn geboortestad Zutphen liet hij zich nauwelijks meer bij schaaktoernooien zien. Ergens zomaar rondlopen zonder dat er gewerkt moest worden, dat was nooit iets voor ‘het genie Withuis’, zoals hij zich altijd noemde, met zelfironie en uit zelfbescherming, omdat het woord ‘ik’ een subjectiviteit zou suggereren waar hij niet van hield.

Hij was een sterke schaker die na 1960 geen serieuze partijen meer speelde, alleen nog maar vluggertjes en simultaans. Het volgende partijtje uit zijn jonge jaren laat zien dat Zutphen als schaakstad toen te klein voor hem was.

Berry Withuis – W.A.A. van Otterloo, wintercompetitie Zutphensch Schaakgenootschap, 1945

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Lc5 4. b4 Lxb4 5. c3 Lc5 6. 0-0 Pf6 7. d4 exd4 8. e5 Pe4 Met 8...d5 had zwart nog een ordentelijke stelling gekregen. 9. cxd4 Lb4 10. De2 Pc3 11. Pxc3 Lxc3 12. Lg5 Pe7 13. Lxf7+ Kxf7 14. Dc4+ Ke8 15. Dxc3 h6 16. Lxe7 Kxe7 17. d5 Te8 18. Pd4 Kf8 19. f4 Kg8 20. Dg3 d6 21. f5 De aanval snijdt als een mes door de boter. 21...Txe5 22. f6 Tg5 23. f7+ Kf8 24. Dd3 g6 25. Tae1 Ld7 26. Te8+ Lxe8 27. Pe6+

Wit haalt een tweede dame, zwart verliest zijn eigen dame en gaat ook nog mat. Tijd om op te geven.

Hans Ree

    • Hans Ree