Al-Jazeera

Het stukje van Raymond van den Boogaard in het Cultureel Supplement van 9 januari over de televisiezender Al Jazeera met betrekking tot verslaggeving van de gebeurtenissen in de Gaza-strook laat, naast een aardige analyse over Arabische verslaggeving, ook duidelijk de afstomping en het daarmee gepaard gaande cynisme, welke veelvuldig televisiekijken nu eenmaal met zich meebrengt, zien. In een mooie chronologische volgorde geeft Van den Boogaard in zijn betoog ruimhartig toe dat hij de afgelopen weken verslaafd is geraakt aan het kijken (en vooral aan het `gruwelijk vuurwerk` dat hem het bloed in de aderen deed stollen) via de Engelstalige versie van de televisiezender Al Jazeera. Toen het geweld hem na enige weken niet meer kon boeien, constateerde hij ineens een gemis aan duidelijke partijdigheid in de verslaggeving van Al Jazeera.

Al zag hij gelukkig nog wel genoeg swingend gemonteerde gruwelbeelden (van bijvoorbeeld gewonde of stervende kinderen), hij was hierover toch een beetje teleurgesteld en vroeg zich af of schaamte over de verdeeldheid in de Arabische wereld misschien hieraan ten grondslag zou kunnen liggen!

Tenslotte eindigt hij zijn stukje met de mededeling dat het ondanks het gebrek aan partijdige informatie toch prachtige televisie blijft.

Het is voor mij duidelijk dat Van den Boogaard in ieder geval geen enkele last van schaamte heeft om zijn perverse genoegens op deze manier aan iedereen mee te delen.

Deze narcistische houding van (soms gezaghebbende) journalisten maakt dat zij (mede) een steeds grotere bedreiging voor oplossingen in dit soort conflicten zullen zijn.