'Zelf kunst maken traint de aandacht'

Een kind dat naar een eigen kunstwerk kijkt, steekt daar meer van op dan uit een boek. Dat zeggen de bedenkers van ‘Toeval gezocht’, dat een creatieve breinstijl stimuleert.

Een leerling van de Slootermeerschool in Amsterdam aan het werk met houtskool.
Een leerling van de Slootermeerschool in Amsterdam aan het werk met houtskool.

Leonard Bernstein was tien jaar oud toen een tante zijn ouders een piano cadeau gaf. De jongen, die later een wereldberoemd componist en dirigent werd, was niet meer bij het ding weg te slaan. Hij bleek een wonderkind te zijn. Toen aan zijn vader werd gevraagd: „Waarom heb je hem niet eerder een piano laten zien?”, antwoordde deze: „Ik kon toch niet weten dat mijn kind Leonard Bernstein zou worden?”

Het is de favoriete anekdote waarmee Robbert Dijkgraaf uitlegt hoe belangrijk het is om kinderen op jonge leeftijd hun talenten te laten onderzoeken. Dijkgraaf, hoogleraar mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam en president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, is initiatiefnemer van Talentenkracht, een project dat jonge kinderen in aanraking brengt met wetenschap - niet door hen op te zadelen met ‘weetjes’, maar door hen zelf te laten onderzoeken.

Dijkgraaf was gisteren aanwezig bij de presentatie van een boek over een soortgelijk project in de kunstwereld, Toeval gezocht. In het afgelopen schooljaar hebben kunstenaars op vijftien scholen in Noord-Holland 324 kinderen geholpen hun creativiteit te ontplooien. Ze lieten zich inspireren door Reggio Emilia-benadering, waarbij kinderen geen opdrachten krijgen (zoals: teken een boom), maar waarbij de volwassenen hun creatieve onderzoek slechts faciliteren.

Bij Reggio Emilia hoort ook dat van de resultaten verslag wordt gedaan, om er later op te kunnen doorgaan. Van Toeval gezocht werd gisteren een boek gepresenteerd, dat kunstenaars en onderwijzers moet inspireren om het project voort te zetten. Dijkgraaf schreef een hoofdstuk in het boek, waarin de anekdote over Bernstein voorkomt.

Initiatiefneemster Annemieke Huisingh wil graag een brug slaan naar het project van Robbert Dijkgraaf. „Kinderen zijn van nature jonge onderzoekers”, zegt zij. „Wetenschap en kunst lopen voor hen door elkaar heen, dat zijn geen gescheiden werelden.” Dijkgraaf voelt ook voor samenwerking.

Onderzoekend en creatief bezig zijn is niet alleen leuk, maar ook nuttig voor de hersenontwikkeling. Mark Mieras, natuurkundige en wetenschapsjournalist, schreef hierover een hoofdstuk in het boek en hield een voordracht. „Zelf kunst maken traint de aandacht”, zegt hij. „Een ander effect is dat het de visuele waarneming verbetert. Naar plaatjes in boeken kijken heeft minder impact dan het eigen gekrabbel observeren.”

Tekenen is volgens Mieras ook de opmaat naar abstract denken. „Maar het belangrijkste is wel dat zelf kunst maken leidt tot een andere breinstijl, waarbij hersencentra op een andere manier samenwerken dan gebruikelijk. Het leuke is dat hersenen die dat eenmaal hebben meegemaakt, het nooit meer vergeten. Het is net als met fietsen, als je dat eenmaal kunt, verleer je het nooit.”

Deze omgang met kunst en wetenschap is een manier van werken die in het basisonderwijs nog niet erg gangbaar is, zegt Huisingh. „Het onderwijs is heel methodisch: op school leren kinderen vooral doelgericht werken. Maar dat is niet de natuurlijke manier waarop ze leren.” Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft grote belangstelling voor het project.

Toeval gezocht gaat dit jaar in elk geval door op vijf basisscholen in Rotterdam en Heerhugowaard.

Lees meer over de projecten op talentenkracht.nl en toevalgezocht.nl