Ik hoopte dat de fokkerij een konijnenwalhalla zou zijn

Mijn vriendin heeft een konijn. Toen dat konijn na een tijdje droef door het gaas begon te staren en zuchtte naar voorbijdrijvende wolken in de vorm van twee oren, had ze het idee dat hij misschien wat eenzaam was. Hoewel ze wist dat konijnen liever met zijn tweeën waren, twijfelde ze of ze er zelf wel twee wilde. Dus stopte ze elke avond schuldbewust een extra worteltje in zijn hok. Toen ze me echter opbelde en paniekerig vertelde dat hij haar zo verwijtend aankeek, en ze zeker wist dat hij ‘sadist’ naar haar had gehist toen ze hem oppakte, vonden we allebei dat het beter was (voor de mentale gesteldheid van beiden) dat er een nieuw konijn zou komen.

Ik heb een voorliefde voor konijnen, dus ging graag mee naar de fokkerij om er eentje uit te zoeken. Bovendien moest het eerste konijntje mee, om te kijken of het samen goed zou gaan. Ik zat in de auto met het pluizige bolletje op schoot en hoopte dat de fokkerij een konijnenwalhalla zou zijn, met een stralende wei en een goedlachse boer die een niezend babykonijntje in zijn pet zou dragen. Dat het januari was en het weer het best omschreven kon worden als ‘je nurkse oom in een grijze wollen trui’, vergat ik voor het gemak even.

Er stapte een man op ons af die eruit zag alsof hij als hobby koeien uitbeende. Hij heette Benny. Zwijgend leidde hij ons naar een schuur waar een rij konijnenhokken stond en opende er eentje. Binnen was het een wirwar van nieuwsgierige oortjes, snuffelneusjes en wiebelstaartjes. Althans, dat zagen wij. Benny de konijnenfokker zag waarschijnlijk zakjes geld op poten. Hij pakte er één ruw bij zijn nekvel. ‘Deze?’ Mijn vriendin knikte, lichtjes geïntimideerd. ‘Je kan de ander ook nog ruilen hoor’, zei Benny. ‘Maar dat is mijn konijn’, zei mijn vriendin gekwetst. ‘Die heb ik al vijf maanden.’ Benny haalde zijn schouders op en zette de konijntjes bij elkaar, waarop ze onmiddellijk begonnen te vechten. De vriendin schrok, maar boer Benny wist raad. Hij pakte de dieren op en liep weg. Toen hij met ze terugkwam keken ze ons verdrietig aan. ‘Wat heeft u gedaan?’ vroeg ik. ‘Oh, gewoon. Even de tanden afgeknipt.’

In de auto terug zat ik met de twee tandeloze konijntjes op schoot. Terwijl mijn vriendin probeerde te rijden en aaien tegelijkertijd, zei ik troostend: ‘Stil maar. We zullen hele lekkere wortelmousse voor jullie maken.’