Eerherstel voor 17de-eeuwse pornotekenaar

Prent uit 'Klare onderrichtinge der voortreffelijcke worstel-konst'
Prent uit 'Klare onderrichtinge der voortreffelijcke worstel-konst'

Tentoonstelling: Romeyn de Hooghe; de verbeelding van de late Gouden Eeuw. T/m 8/3 Allard Pierson Museum; bc.uba.uva.nl

Waar is het misgelopen met de zeventiende-eeuwse duizendkunstenaar Romeyn de Hooghe? De tentoonstelling in het Allard Pierson Museum en de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek blijft duister over de reden waarom De Hooghes reputatie eeuwenlang zo slecht is geweest. De expositie toont een ruime keuze uit zijn grote productie van prenten, boekillustraties, ontwerpen voor tuinen, beelden en glas-in-loodramen. Maar nergens is een spoor te bekennen van de pornografische prenten die steeds worden aangehaald als het soort werk waarmee de kunstenaar zijn plaats in de artistieke canon van de Gouden Eeuw zou hebben verspeeld. Van die voorstellingen, illustraties van de uit het Italiaans vertaalde roman De dwaelende hoer, zijn dan ook geen exemplaren bekend.

Op het eerste gezicht is er verder weinig mis met Romeyn de Hooghe (1645-1708) en zijn werk. Geboren als zoon van een knopenmaker in Amsterdam, zou hij daar en later in Haarlem carrière maken als beeldend kunstenaar. Hij ontwikkelde zich vooral als een buitengewoon ambitieuze productieve prentenmaker en boekillustrator die in totaal meer dan vierduizend etsen en gravures op zijn naam bracht. Hoewel de gewraakte scabreuze prenten al in 1677 verschenen zouden zijn, lijkt dat De Hooghes succes als kunstenaar en ondernemer in elk geval niet in de weg te hebben gestaan. Hij bewoonde een statig grachtenpand, voerde een Poolse adellijke titel, promoveerde in de rechten aan de universiteit van Harderwijk en genoot de patronage van koning-stadhouder Willem III.

De expositie meet de veelzijdigheid van De Hooghe breed uit. Het Allard Pierson Museum toont werken die hij in opdracht maakte. Voor Willem III ontwierp hij, in mooie roodkrijttekeningen, tuinbeelden voor paleis Het Loo. Voor de stad Haarlem tekende hij een nooit gerealiseerde reeks standbeelden van beroemde artsen. Wel uitgevoerd is een zilveren bokaal, met als voet vier helderblauw geëmailleerde vissen. De zeedieren zien er prachtig fantasievol uit, maar zullen toch vooral als voorns moeten verwijzen naar het waterschap Voorne dat de beker had besteld. Het deel van de tentoonstelling in het naastgelegen pand van de Bijzondere Collecties van de UB, presenteert De Hooghes prenten voor de markt.

De variatie in zijn werkzaamheden blijkt uit de boeken die De Hooge van titelbladen en illustraties heeft voorzien: van wetenschappelijke verhandelingen en anatomieboeken tot proza en poëzie van zowel oude als moderne auteurs. Voor allerlei plaatwerken leverde de kunstenaar hele series prenten: een boek over de kunst van het worstelen biedt voorstellingen van vechtende mannen in soms koddige poses, terwijl een modeboek openligt bij een elegant geklede schaatser met een hand in een mof. Fascinerend zijn de vele drukbevolkte prenten waarin De Hooghe in beeld en bijschrift verslag doet van belangrijke gebeurtenissen van zijn tijd, en er soms, als een politiek cartoonist avant la lettre, ook de draak mee steekt.

Met deze nieuws- en spotprenten ontpopt Romeyn de Hooghe zich als chroniqueur van zijn tijd – de ‘late Gouden Eeuw’. Vaak laat hij zich kennen als Oranje-aanhanger die ronduit partijdig bericht over de wapenfeiten van zijn broodheer, stadhouder Willem. Maar De Hooghe lijkt ook een opportunist te zijn geweest die zijn opvattingen gemakkelijk aanpaste aan de omstandigheden.

Uit de prachtige publicatie die de tentoonstelling begeleidt, blijkt dat er op Romeyn de Hooghe wel meer aan te merken was. Behalve een politieke windvaan schijnt hij een querulant te zijn geweest die er nogal vrijgevochten opvattingen op na hield. Pas nu, in zijn driehonderdste sterfjaar, krijgt deze ‘kleptomaan, sjoemelaar, atheïst, libertijn en pornograaf’, het eerherstel dat hij als kunstenaar verdient.