Kanker

Hij zit weer op het zadel. Hij heeft weer praatjes. Hij wil vooraan rijden. Hij is de baas. Hij is de beste. Hij deelt handtekeningen uit. Hij dolt met journalisten.

Lance Armstrong (37) is na 1.274 dagen terug op aarde, in het peloton.

„Of hij Jezus Christus was”, vroeg een grappende journalist op de persconferentie, voorafgaande aan de start van de ronde van de Tour Down Under.

Na de vraag verscheen een brede glimlach op het gezicht van Armstrong. „Ik ben al voor een hoop dingen uitgemaakt in mijn carrière. Ik weet eigenlijk niet of hij weleens op de fiets heeft gezeten.”

Altijd het onmogelijke nastreven, dat is Lance Armstrong. Meteen Jezus Christus uitdagen naar beneden te komen om met een houten fiets uit de timmerzaak van zijn vader de strijd aan te gaan met de onsterfelijke Texaan.

Na zeven gele truien en ruim drie jaar rust zat Armstrong er gezond en rustig bij in de perszaal. Hij droeg een zwart T-shirt met het opschrift ‘livestrong’. Want, moet u weten, Lance Armstrong fietst niet meer alleen voor zijn sportieve plezier. Hij fietst vooral voor een goed doel: het terugdringen van kanker op de wereld.

Zijn fiets stond pontificaal voor de tafel met microfoons tijdens de persconferentie in Australië. Hij wees op een getal op het frame: 1.274. En daarna op een ander getal: 27,5. Ik dacht even dat hij in zijn eentje zoveel dollars had opgehaald voor de kankerbestrijding. Maar het was bedoeld om aan te geven dat er in het Armstrongloze tijdperk ongeveer 27,5 miljoen mensen aan „this disease” stierven.

Zolang Armstrong leeft, meten we het aantal kankerdoden niet meer per kalenderjaar. Nee, we meten per 1.274 dagen. Wat zegt het ons? Zijn het er meer dan de 1.274 dagen ervoor? En wat is zijn prognose voor de komende 1.274 dagen? Halen we de dertig miljoen of blijven we door het kopen van Lance’ gele polsbandjes ruim onder de twintig miljoen doden?

Het is, onbedoeld, toch een beetje de week van de kanker geworden. Eerst vroegen de Feyenoordsupporters of de oudere spelers wilden werken voor hun ‘kankergeld’. Dit weekeinde ging ex-kankerpatiënt Armstrong weer fietsen en won Robert Vos de Zilveren Camera met een foto van de juichende olympisch kampioen Maarten van der Weijden, ook ex-kankerpatiënt. „Een foto die een verhaal vertelt waar mensen over 25 jaar nog over praten”, meldde het juryrapport.

Als het om aandacht voor het goede doel gaat, ligt Maarten van der Weijden een lichtjaar achter op Lance Armstrong. Waar Armstrong zegt dat je als kankerpatiënt de ziekte kunt helpen bestrijden met een goede instelling, gelooft Van der Weijden meer in nuchtere kansberekening. De een redt het, de ander niet.

Verwacht van Van der Weijden geen zwempakken met het getal 1.274 erop genaaid. Hij komt in geen 127.400 dagen meer terug in de zwemsport. Hij verkiest een nieuw leven boven een icoon te zijn voor de sport en het goede doel. Hij heeft zijn portie gedaan.

Misschien moet de strijd tegen kanker met een big mouth à la Armstrong beleden worden. Van der Weijden werkte in dat opzicht meer in de traditie van de ‘stille diplomatie’. Het is de Amerikaanse manier versus de Nederlandse. Ze zijn beide waardevol. En toch, drie keer raden met welke aanpak ik me het meest verwant voel?