Protest in Bulgarije en Litouwen

Voor de derde dag op rij hebben duizenden demonstranten voor het parlement in Sofia het ontslag van de Bulgaarse regering geëist. Ook in Litouwen werd gisteren gedemonstreerd en kwam het tot rellen tijdens een demonstratie.

De acties in Sofia gaan nog zeker door tot komende dinsdag. Een coalitie van studenten, milieuactivisten, boeren, gepensioneerden, medewerkers uit de gezondheidszorg en nationalisten organiseert het protest. De demonstranten keren zich tegen de centrum-rechtse regering van Sergej Stanisjev. Het gebrek aan verwarming, door de gasruzie tussen Rusland en Oekraïne, komt bovenop verwijten over de falende strijd tegen corruptie en economische neergang in het armste land van de EU.

Ook in de Litouwse hoofdstad Vilnius kwamen ruim zevenduizend betogers samen voor het parlement. Ze bekogelden het gebouw met eieren, sneeuwballen en stenen. Bij rellen raakten een agent en enkele demonstranten gewond.

Ook hier ageerden de betogers tegen het centrum-rechtse kabinet, dat pas afgelopen oktober werd geïnstalleerd. Ze verwijten premier Andrius Kubilius dat hij de belastingen heeft verhoogd en beloofde investeringen niet doorvoert. Eerder op de dag had Litouwen aangekondigd dat het 1 miljard euro moet lenen van de Europese Investeringsbank.

Eerder deze week was het in buurland Letland al tot zware rellen gekomen na een demonstratie tegen het impopulaire economische beleid van de centrum-rechtse Ivars Godmanis. In Riga vonden zware rellen plaats na de grootste demonstratie sinds de val van het Sovjetcommunisme in 1991. President Valdis Zatlers dringt aan op een wet die het mogelijk maakt om het parlement per referendum naar huis te sturen en dreigt met nieuwe verkiezingen.

In Sofia bleef het protest gisteren vreedzaam, nadat een eerste betoging woensdag op zware rellen was uitgelopen. In Bulgaarse kranten verscheen het verhaal dat de politie voetbalhooligans betaalde om het geweld aan te wakkeren, wat nog meer kwaad bloed zette bij de organisatoren van de dagelijkse protestactie voor het parlement.

De rechts-radicale nationalisten van de politieke partij Attack hebben zich bij het protest aangesloten. De fractie van elf parlementsleden (op 240) heeft het parlement verlaten omdat dit „niet langer op een adequate manier het volk vertegenwoordigt”.