President Bush zal nog jaren fungeren als ideale zondebok

De onophoudelijke Bush-bashing heeft iets goedkoops. Met zijn eerlijke, duidelijke taal heeft Bush ons eraan herinnerd dat sommige landen en regimes simpelweg niet acceptabel zijn

Tekening Dario Castillejos © CagleCartoons
Tekening Dario Castillejos © CagleCartoons CagleCartoons

Hoofd van het global governance programma van Instituut Clingendael.

President George W. Bush verlaat na acht jaar het toneel. Hoe zal de geschiedenis over hem oordelen? Sinds de aftocht van Nixon na het Watergate-schandaal is er geen president geweest die zijn land in zo’n desolate staat heeft achtergelaten: Amerika’s economie ondergaat de diepste crisis sinds mensenheugenis; Amerikaanse soldaten voeren een schier onmogelijke oorlog in Afghanistan en Irak; en aan Amerika’s leiderschap wordt alom getwijfeld. Aan president Obama en zijn team de zware taak om als de Baron von Münchhausen het land aan de eigen schoenveters uit het moeras te trekken.

Dat president Bush nog lange tijd als ideale zondebok zal fungeren, staat nu al vast. Toch heeft de onophoudelijke Bush-bashing iets goedkoops en gemakkelijks. Amerika’s zogenaamde ‘bondgenoten’ hebben zich maar al te graag verscholen achter het excuus deze ‘schietgrage cowboy’ in het Witte Huis niet te willen ondersteunen. Als president Obama bij landen als Duitsland en België om troepen voor Afghanistan aanklopt, zullen zij hun werkelijke gezicht moeten laten zien. President Obama is immers de wensdroom van elke progressief-liberale Europeaan: kosmopolitisch, intellectueel en ook nog eens afro-Amerikaans. In veel opzichten is Obama de tegenpool van Bush. Maar zal zijn beleid dat ook zijn? Bush begon in 2000 immers als compassionate conservative ook met een beleidsagenda vol goede bedoelingen, waaronder de hervorming van het onderwijs, sociale zekerheid, en immigratie. Waarschijnlijk zullen ook Obama’s mooie hervormingsplannen doorkruist worden door ‘onverwachte’ crises en tegenslagen. Een nucleair Iran ligt namelijk al in het verschiet. En wat als Obama zich ontpopt als niet meer dan een welbespraakte versie van Bush, een soort ‘zwarte Blair’ die het huidige Amerikaanse beleid voortzet maar alleen beter verpakt en mooier verwoordt? En wat als de situatie in Afghanistan en Irak zich ondanks alle huidige problemen toch stabiliseert, zal de geschiedenis hem dan als miskend staatsman inlijven?

Waarschijnlijk niet. Want afgezien van blunders als Guantánamo, heeft de regering-Bush acht lange jaren verkwanseld door zich niet goed voor te bereiden op de onstuitbare opkomst van landen als China, India en Brazilië. Alle hedendaagse multilaterale instituties, van de VN-Veiligheidsraad, het IMF en de Wereldbank tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), worden nu nog gedomineerd door de Verenigde Staten, die samen met de Europese Unie het beleid bepalen. Deze situatie is al lange tijd onhoudbaar. Radicale hervorming van deze instituties is noodzakelijk om zowel globalisering als veiligheid in goede banen te leiden. De regering-Bush heeft deze verschuivende machtsverhoudingen in de wereld echter niet willen onderkennen. Door zich vast te klampen aan de neoconservatieve illusie dat Amerika als supermacht nog steeds een door God gegeven taak heeft de wereld te leiden, heeft de regering-Bush zich actief afgezet tegen elke vorm van institutionele samenwerking. Daardoor zijn landen als China en Rusland hun heil gaan zoeken in hun eigen nationalisme, waardoor de internationale politiek er opeens weer is gaan uitzien als een negentiende-eeuws schaakbord waar machtsrealisme hoogtij viert. Dit terwijl Bush juist na de aanslagen van 9/11 een historische kans had om de wereldwijde goodwill om te zetten in internationale samenwerking, ingebed in effectieve instituties. De regering-Obama moet hier een flinke inhaalslag maken. Maar de verloren acht jaren zijn niet gemakkelijk goed te maken.

Heeft de regering-Bush dan helemaal niets goeds gedaan? Jazeker, zij heeft de moed en het inzicht gehad om eerlijke, duidelijke taal terug te brengen in het politieke debat. Toen Bush landen als Iran en Syrië als de ‘as van het kwaad’ kwalificeerde, werd hij in Europa als simplist en moralist weggehoond. Zeker in Europa zijn we in onze postmoderne reflex zo ver doorgeschoten dat we ervan uitgaan dat alle verschillen uiteindelijk wel zijn weg te polderen. President Bush heeft ons eraan herinnerd dat sommige landen en regimes eenvoudig niet te accepteren zijn. Dit geldt niet alleen voor een land als Iran, maar ook voor islamitische terroristen, die Bush in een onbewaakt ogenblik het label ‘islamitische fascisten’ opplakte (o.a. Hamas en Al-Qaeda). Dit is een simpel wereldbeeld, waarin goed en kwaad nog een rol spelen, net als in een sprookje. Toch is juist deze morele duidelijkheid essentieel. Zo is het huidige conflict in de Gaza in essentie een gevecht tussen een terroristische organisatie (Hamas) en de enige democratie in het Midden-Oosten (Israël). Het vergt een goed moreel kompas en durf om deze waarheden te benoemen en tot uitgangspunt van het Amerikaans buitenlands beleid te maken. Het is de vraag of president Obama zijn voorganger daarin kan en wil volgen. Mocht hij dat niet doen, en bijvoorbeeld met Iran, Hamas, of zelfs de Talibaan willen onderhandelen, dan is ook de bescheiden winst van acht jaar Bush op slag verloren.

Op 20 januari zijn alle ogen vanzelfsprekend gericht op Barack H. Obama, die als 44e Amerikaanse president zal worden ingezworen. Maar voor mij is de echte held George W. Bush, die zoals het in een democratie betaamt, terugtreedt om zich te wijden aan zijn presidentiële bibliotheek aan de Southern Methodist University in Dallas. Winnen en de macht overnemen, zoals Obama dinsdag aanstaande doet, is eigenlijk eenvoudig. Dat kunnen nepdemocraten als Putin en Mugabe ook. Maar na acht jaar een wereldmacht te hebben geleid ootmoedig weer gewoon burger worden, verdient ons respect, al is het maar voor één dag.